De verschijning van de Bijbel in gewone taal is een succes. De eerste druk is uitverkocht; sommige boekwinkels hebben hem nog in voorraad. De tweede druk komt eraan en er is al weer sprake van nog een uitgave. Er is ook veel aandacht aan besteed. Kennelijk voorziet de uitgave in een behoefte. Al ben ik wel benieuwd of ook bekend is wie zo’n uitgave aanschaft. Natuurlijk ikzelf, maar wordt die ook aangeschaft door de doelgroep? Weliswaar staat in het voorwoord dat deze vertaling begrijpelijk is voor iedereen, maar dat houdt tegelijk in dat voorafgaande vertalingen, zoals de NBV uit 2004, dat niet voldoende zijn.

4000 woorden
Op het gevaar af, dingen op te schrijven die u allang ergens gelezen of gehoord hebt: het gaat om een echte vertaling, maar dan in een beperkt aantal woorden. Niet meer dan 4000. Er is een apart boekje verschenen waarin de methode verantwoord wordt. Dat gaat een beetje anders dan via de vertaalmachine van google. Hoe behulpzaam die soms ook is – en andere keren is het resultaat ervan goed voor minstens een glimlach – , die vertaalt mechanisch woord voor woord. In de Bijbel in gewone taal is dat wat ingewikkelder gebeurt. Er is zorgvuldig gekeken wat een gedeelte betekent in de oorspronkelijke tekst en dat is even zorgvuldig weergegeven in een helder en overzichtelijk Nederlands van nu. Dat betekent dat er in de vertaling een heleboel interpretatie van de teksten is meegekomen. Dat kan niet anders overigens: vergelijk het Nederlandse woord bank met het precies zo geschreven Engelse woord. In een aantal gevallen duidt dat het zelfde aan, maar niet altijd. Misschien leest u deze kerkbode, zittend op de bank. Als je dat weergeeft in het Engels, moet je toch echt een ander woord kiezen. Ook in ons dagelijks leven zit er dus een heleboel interpretatie in de vertaling. En als je er bewust voor kiest om maar 4000 woorden te gebruiken, geldt dat heel sterk.

De hele Bijbel
Het betekent wel dat je, misschien nog meer dan bij de NBV uit 2004, de hele Bijbel moet laten meeklinken in je uitleg van wat je leest. En nog minder dan bij die vertaling uit 2004 gaat het dan om de vergelijking van woorden die je onder elkaar kunt zetten. Neem bijvoorbeeld het tweede gebod. In het Nederlands Dagblad kwam naar voren dat de dreiging daarbij wel erg kort door de bocht weergegeven is: Als iemand mij ontrouw is en andere goden gaat dienen, zal ik hem straffen. Dan straf ik hem en ook zijn nakomelingen, tot en met de vierde generatie. Mooi is dat, denk je dan: word ik gestraft om wat mijn vader of moeder verkeerd deed? De profeet Ezechiël werkt echter in hoofdstuk 18 van zijn boek uit hoe dat gaat: God gaat wel degelijk na of je in de verkeerde voetsporen van je vader gaat of misschien een betere weg kiest. Die nuance zit overigens ook in de vertaling van vroeger: God die de zonden van de vaderen bezoekt aan de kinderen: Hij komt op bezoek om te zien hoe je omgaat met de erfenis van je ouders.
Zelfde kwam ik zelf tegen bij de weergave van het gebed van de Heer: en vergeef wat we fout gedaan hebben, want wij hebben ook andere mensen hun fouten vergeven. Is onze vergeving die we anderen geven opeens een reden geworden voor God om ons te vergeven? Hoe zit het dan met de weergave in de catechismus: onze vergevingsgezindheid is ook een bewijs van Gods genade? (Zie zondag 51). Die staat nog helemaal overeind, in het kader van wat de hele Bijbel laat zien over de vergeving van de dingen die wij fout gedaan hebben. Het is dus echt nodig om de hele Bijbel te blijven lezen. En daar kan deze vertaling ook aan meewerken, dat je langere stukken leest en het geheel meer tot zijn recht laat komen.

Voor iedereen
Er blijft echter iets haken. Voor iedereen begrijpelijk. Daar zit toch de mededeling in dat de Bijbel zelfs in de NBV niet voor iedereen begrijpelijk is. Daar zit een ander vertaalprincipe achter: sommige stukken in de oorspronkelijke tekst zijn ook op een wat moeilijker niveau geschreven. Neem alleen al de gedichten, zoals de Psalmen. Dat is een manier om dingen te zeggen die bij voorbaat al wat moeilijker is. Niet iedereen snapt zomaar een gedicht. Dat is in de NBV gehandhaafd en in de Bijbel in gewone taal wel in de bekende 4000 woorden weergegeven.
Maar geldt hetzelfde niet voor veel andere teksten in de kerk? Neem de formulieren, voor de bediening van doop en avondmaal. Die worden het meest gebruikt. En dan denk ik vooral aan de oudere, langere formulieren. Prachtige, gebeeldhouwde zinnen, met heel veel inhoud waarbij elk woord en elk zinsdeel bijna zijn betekenis heeft. Elke keer hoor ik er weer nieuwe dingen in. Maar denk je eens in dat je die zinnen voor het eerst hoort? Overweldigend en op zijn minst moeilijk voor een groot deel van de mensen. Zelfs in de laatste weergave waarin ze zijn aangepast aan het taalkleed van de NBV. Wek je dan niet als kerk de indruk dat het evangelie toch iets is voor mensen met een stevige kennis van hun eigen taal? Sluit je geen mensen uit? Dat de verschijning van de Bijbel in gewone taal nodig was – en ook zo’n verkoopsucces is – zet aan het denken over de manier waarop we ook in andere uitingen ons geloof onder woorden brengen. En ook verder en algemener gedacht: we danken allen God, met ‘hart en hoofd en handen’. Laten we dat voldoende naar voren komen in de manier waarop we met elkaar kerk zijn?

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 17 oktober 2014. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)