“Jouw kerk voert het in (de vrouw in het ambt), maar jij bent in je geweten bezwaard, wat doe je dan? Of: Jouw kerk voert het niet in en jij bent, al jaren, daarover in je geweten bezwaard. Stap je er dan uit? En in zijn algemeenheid: Hoe erg moet je gewetensbezwaard zijn om iets te doen of iets niet te doen? (Bijvoorbeeld: je werkt voor een goed doel en daarbij is het maken van vliegreizen de gewoonste zaak van de wereld. Of je werkt niet voor een goed doel, waarbij het maken van vliegreizen de gewoonste zaak van de wereld is. En zo zullen er veel meer voorbeelden zijn.” Een vraag die bij mij binnenkwam en die natuurlijk alles te maken heeft met de intensieve gesprekken die binnen de plaatselijke kerken van de GKv gevoerd worden over vrouw en ambt. Ooit ben ik afgestudeerd in de ethiek en daarom alleen al spreekt zo’n vraag mij aan. Wat is de rol van het geweten?

Zin en onzin over het geweten

Er is heel wat over nagedacht: waar gaat het om bij het geweten. Het lexicon van de ethiek omschrijft het zo: “Het geweten van de mens wordt wel aangeduid als het innerlijk besef van goed en kwaad, het morele vermogen (de ‘innerlijke stem’) om het eigen handelen kritisch te beoordelen”.1 De schrijver geeft daarbij in twee bladzijden weer dat de invulling van de term geweten nogal aan verandering onderhevig is geweest. Hij noemt even dat er volgens de psychologen ook veel mis kan zijn met het geweten en noemt Sigmund Freud daarbij. De korte beschouwing eindigt met het constateren dat steeds meer mensen een beroep doen op hun geweten om hun eigen positiekeuze onaantastbaar te maken. Niet alleen binnen de kerk, maar vooral ook daarbuiten. Hoe houd je rekening met gewetensbezwaren?

Een andere voorstelling: bekend zijn misschien de plaatjes in stripboeken, waar op de ene schouder een engeltje zit en op de andere een duiveltje, die verschillende voorstellen doen. Waar luister je naar? Zulke plaatjes veronderstellen het idee dat het geweten van goddelijke oorsprong is, maar dat het wel bedorven kan raken. Ooit is ook door een gereformeerde auteur gesteld dat het geweten van de mens een restje zondeloosheid is die hem of haar de weg moet wijzen. Dat was in de middeleeuwen bedacht door de grote theoloog Thomas van Aquino. De praktische uitvoering is daarbij niet zo zonder zonde als het uitgangspunt doet vermoeden. Dat wisten Aquino en zijn gereformeerde navolger ook wel.

Patrick Nullens behandelt het geweten ook in zijn ethiek: Verlangen naar het goede.2 Hij is hoogleraar systematische theologie en ethiek aan de evangelische theologische faculteit in het Belgische Leuven. Hij laat zien dat er een ontwikkeling zit in het begrip geweten. Ook bij hem gaat het om het toetsen van je eigen handelen door jezelf. Lange tijd was dat vooral een aangelegenheid van het verstand: je toetst je beslissing aan de bekende waarden en normen. Maar tegenwoordig heeft dat ook een sterke gevoelscomponent: iets voelt wel of niet goed. Is daarom er een toename van gewetensbezwaarden binnen en buiten de kerk? Hoe zuiver is je gevoel?

Het hart als de Bijbelse plek van het geweten

Nullens wijst erop dat je denken over geweten ook iets weerspiegelt van de ontwikkelingen in de ethiek. Hij bespreekt bijvoorbeeld de opvatting van prof.dr. J.Douma  over het geweten en wijst erop dat die in het kader staan van een ethiek die vooral gericht is op principes. Uiteraard zet hij de principes niet aan de kant, maar zijn ethiek schuift op naar een ethiek over de vernieuwing van de hele mens. Je kunt niet alles uitvogelen aan de hand van een aantal Bijbelteksten en uitgangspunten. Hoe kies je bij de vragen die op je afkomen als door de heilige Geest geleide christen? Nullens sluit onder andere aan bij het oudtestamentisch spreken over het hart als centrale plek in de mens. Denk hierbij aan het boek Spreuken. Zelf denk ik daarbij aan Spreuken 4: 23: Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven.” Heel mooi in die verwijzing naar het hart is de eenheid tussen verstand en gevoel. Belangrijk bij hem is dat het hart/geweten geen instantie is die niet meer onder kritiek staat. Juist het wijzen op de leiding van de heilige Geest vraagt erom dat je je overwegingen en positiekeuzes deelt met andere gelovigen.

Als twee hetzelfde doen…

Is het nog niet hetzelfde. Daarbij denk ik aan de vraag van het begin, over de vliegreizen. Vanuit de ethiek van de uitgangspunten, principe-ethiek, is de eerste gedachte misschien: vliegreizen is voor iedereen goed of verkeerd. Maak je keuze aan de hand van argumenten Vanuit een nieuwere en tegelijk oude benadering: waarom stap je in dat vliegtuig? Ik ga er even van uit dat er genoeg discussie is over vliegreizen om het punt herkenbaar te maken. (Zo simpel ligt het uiteraard niet: prof. Douma leerde in zijn colleges ook de vraag stellen: welk doel heiligt welke middelen?) Dat een ander even oprecht als jezelf een andere keuze maakt, vraagt om daar met elkaar over door te spreken. Daarmee aanvaard je die ander en ben je bereid je eigen keuze eventueel te herzien.

Bezwaard in mijn geweten?

Misschien helpt het voor dat laatste om nog even terug te komen op de ontwikkeling in het denken over het geweten. Denk aan die goddelijke oorsprong ervan, die in de praktijk niet gegarandeerd zo goddelijk werkt. We krijgen er nu oog voor dat een geweten je niet komt aanwaaien, maar dat het zich ontwikkelt. Het heeft alles met je opvoeding te maken, en met de cultuur waarin je leeft. Het wordt gevormd door wat je ouders allereerst je meegeven, het ontwikkelt zich als je de eerste stappen in de maatschappij zet en, voor christenen, het wordt ook binnen de kerk gevormd. Geweten is niet iets dat stilstaat, maar is dynamisch, het groeit en het kan ook scheefgroeien. Dat nemen we mee van de waarschuwing van de psychologen.

Dus: voordat je in een stellingname rond een actueel vraagstuk als vrouw en ambt je beroept op je geweten, is het goed te bedenken wat dat ook alweer was. Het gaat om een kritische beoordeling van je eigen opstelling aan de hand van waarden en normen die een deel van jezelf geworden zijn. (God schrijft door de Geest zijn wet in ons hart). Ik erken dat er een moment kan komen waarop je in dit gesprek of bij een ander onderwerp zegt: nu is de grens bereikt. Maar niet nadat je over je eigen stellingname het licht van God hebt laten schijnen en erover in gesprek bent gegaan met je medebroers en zussen in de Heer: “Zie of ik geen verkeerde weg ga, en leid mij over de weg die eeuwig is” (Ps 139: 23). Gebed en geweten horen daarom ook bij elkaar.

  1. Marcel Becker e.a., Lexicon van de ethiek, Assen 2007, bladzij 140-141
  2. Patrick Nullens, Verlangen naar het goede, Zoetermeer 2006, bladzij 227-234

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 7 juli 2018. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)