Gemeenschappen bieden bescherming maar kunnen ook veranderen in getto’s die de ander buitensluiten. Die ander deugt namelijk niet. De christelijke kerk bestaat echter bij gratie van een Buitengeslotene. Wat betekent dat voor de kerk?

Gemeenschap lijkt wel een toverwoord’, schreef ik in CW nummer 44 en plaatste in aansluiting op de socioloog Bauman enkele kanttekeningen bij de toverachtige opvattingen van ‘gemeenschap’. De gemeenschap als oplossing voor alles wat de overheid niet kan waarmaken. Maar het is niet alles goud wat er blinkt. Nog een verschijnsel vraagt de aandacht van de christelijke kerk: de gemeenschap als getto en de risico’s daarvan.
Behoren bij een gemeenschap geeft tot op bepaalde hoogte zekerheid voor het bestaan, maar dan wel in ruil voor enige vrijheid van keuzemogelijkheden, stellen Bauman en andere sociologen. Deze bestaanszekerheid geeft bescherming tegen risico’s als ziekte, natuurrampen of ouderdom. Tegelijk geeft het bescherming tegen anderen die aanspraak maken op voorzieningen, zonder dat ze een bijdrage aan de gemeenschap hebben geleverd.
De leden van het genabuurde dorp hebben niet ‘zomaar’ recht op toegang tot de graanschuren van het eigen dorp. Er is sprake van een zekere insluiting en uitsluiting als we het hebben over gemeenschappen.

Getto
Bauman beschrijft dat in tijden van economische en maatschappelijke veranderingen die in- en uitsluiting kan leiden tot twee soorten getto’s. Het ene getto is dat van de ‘bezitter’, die zich veilig wil weten achter beschermende muren, met prikkeldraad en bewakers, die potentiële dieven, verkrachters en andere bezitslozen buitenhouden.
Het andere getto is dat van de ‘niet-bezittenden’, die opgesloten worden in buurten met een slechte reputatie, met arbeidsverledens waarin werkloosheid en tijdelijke arbeid domineren, met een publiek vertoog over armoede als ‘eigen schuld’, met in die buurten onderlinge strijd en onveiligheid.
In die tweede soort getto’s leven de ‘onwaardigen’, de uitgeslotenen, de mislukten.
Tussen de beide getto’s bestaat geen contact en de bewoners van het ‘rijke getto’ van gated communities, bewaakte wooncomplexen, willen ook niet geconfronteerd worden met de armoede en uitsluiting in ‘arme getto’s’.
De uitgeprocedeerde asielzoekers en de verdrinkende bootvluchtelingen worden tot mensen waar we het liefst helemaal niet meer mee geconfronteerd worden. Het ligt immers aan henzelf dat zij in moeilijkheden zijn, hadden ze maar moeten meewerken of zich in de regio moeten laten opvangen. Eigenlijk willen we niet van hen weten, zij zouden onzichtbaar moeten zijn.

Freud
Bauman beschrijft sociologisch wat psychologisch door Freud en andere psychoanalytici werd beschreven aan het einde van de 19e eeuw op een ander deel van ons leven: wat niet acceptabel is in een samenleving dient weggestopt te worden. In die periode waren de seksualiteit en de agressie terreinen die vol lagen met voetangels en klemmen, terreinen waarover niet gesproken mocht worden, die aan strenge uiterlijke regulering onderworpen waren.
De jaarlijkse kerstfilm Sissie parodieert het stijve Spaanse protocol aan het Oostenrijkse keizerlijk hof, maar de film geeft tegelijkertijd een inkijkje in de starheid en rigiditeit van wat ‘behoorlijk’ was in de westerse samenleving, ook in Victoriaans West-Europa. Wat niet acceptabel is in mijn functioneren, dien ik te onderdrukken. Spreken over dat soort gevoelens betekent een aantasting van wat normaal gevonden wordt, wat veilig en overzichtelijk is, ook al gaat het met veel persoonlijk leed gepaard. Waar Bauman wijst op de ingeperkte sociale vrijheid, wezen de psychologen op de ingeperkte psychische vrijheid.

Onbehoorlijk
In het eerste hoofdstuk van Romeinen beschrijft Paulus iets soortgelijks ten aanzien van het horen van de woorden van God. Zijn boodschap wordt ervaren als een ‘verwerpelijk’ verhaal. De woorden van God worden beschreven als ‘niet-passend’, onbehoorlijk. Het wordt op een bepaald moment niet meer nodig gevonden de kennis van God te bewaren, volgens Van Leeuwen in Korte Verklaring Romeinen. ‘Men refuse to keep in mind the true knowledge about God’, vertaalt de Today’s English Version van de American Bible Society.
Paulus vult Bauman en Freud aan met de inperking van de religieuze vrijheid: zelfs in religieuze  zin mag ik niet meer onderzoeken, verkennen, waarnemen, wat als niet passend wordt bestempeld in een bepaalde tijd of cultuur.
Ik wil, kan en mag niet zien wat mij niet aanstaat. In mijn gemeenschap willen, kunnen, mogen we niet zien wat niet past in onze gemeenschap. In onze samenleving willen, kunnen, mogen we niet geconfronteerd worden met wat onze samenleving ter discussie stelt. Het abjecte, het uitvaagsel, het verwerpelijke, bestaat in mijzelf en buiten mijzelf, maar kan niet erkend worden in zijn bestaan. Dan zou het vragen oproepen: waar komt dit verachtelijke vandaan? Hoe komt dit verachtelijke in mijzelf of zat het al in mijzelf? Wie heeft gezegd dat dit verachtelijke ‘verachtelijk’ is en waarom? Wie zijn deze ‘verachtelijken’ en hoe zien zij zichzelf?

Regels
Als de gemeenschap geen getto wil zijn, moet er de ruimte zijn om het abjecte onder ogen te zien. Op het persoonlijk vlak, op het sociaal vlak, op het religieus vlak. Wordt dit niet onder ogen gezien dan zal de gemeenschap getto worden en uiteindelijk in zichzelf ten onder gaan, zegt Bauman.
Want in het getto bestaat er ten diepste geen veiligheid en geen vrijheid. Geen veiligheid, want de dreiging van buiten blijft gewoon bestaan. Geen vrijheid, want de dreiging van buiten vergt steeds meer regels om de dreiging te bezweren. Zo, als een paradox, leidt ontkenning van het verachtelijke, het vreemde, het verwerpelijke, het niet-passende, tot uiteenvallen van wat het gemeenschappelijk goede was, het veilige, het vrije.

Abject
Afgelopen december vierden we kerst. De geboorte van Jezus de Verlosser. Meestal met veel emotionele warmte en saamhorigheid, met mooie liederen en kleren, volle kerken en de Messiah op televisie. Allemaal anders dan Jesaja sprak over Jezus. Bij Jesaja is hij veracht, iemand die je niet wilt zien, waar je je van afkeert en zo snel mogelijk aan voorbij loopt, zonder invloed, die confronteert met ziekte, gebrek.
Jesaja zegt dat wij dachten dat het aan hemzelf zou liggen, dat het Gods oordeel was dat hij zoveel ellende meemaakte. En dat klopt ook, zegt Jesaja 55: het was inderdaad  Gods oordeel. Maar Gods oordeel over ons als individuen, als gemeenschap, als mensheid. Het lag niet aan Jezus dat Hij de verpersoonlijking van het abjecte werd. Het ligt niet aan God dat wij denken dat het ouderwets, onwetenschappelijk, onmaatschappelijk, weerzinwekkend is om Gods woorden serieus te nemen.
De christelijke gemeenschap staat ook in 2015 voor de uitdaging om de werkelijkheid, ook de bittere kant daarvan, onder ogen te zien. En daarover in gesprek te gaan met de andere gemeenschappen waar we te midden van leven.
Wil zij tenminste een gemeenschap met een boodschap blijven. Ik wens ons zo een gezegend 2015.

Dit artikel is geschreven door Henk Geertsema en gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 23 januari 2015

Henk Geertsema
Is verantwoordelijk voor de afstemming van de vragen uit de kerken, uit de theologische opleidingen en van de adviseurs en onderzoekers. Dienst aan de kerken in praktische zin in combinatie met dienst aan de (wetenschappelijke en praktische) doordenking van ons leven als volgeling van Jezus Christus. Met elkaar onderweg naar het nieuwe Koninkrijk van God, geleid door de Geest onder een open hemel. mail Henk
Henk Geertsema