Wat kerken van modellen kunnen leren

De kerkenraad houdt een alternatieve bezinningsavond. Ieder krijgt een stuk klei en mag daarmee volgens eigen idee een kerk gaan maken. Na een kwartiertje kleien worden de verschillende kerken gepresenteerd en besproken. De ene kerk heeft grote openstaande deuren, bij een andere staan alle stoelen in een kring en weer een andere heeft een toren in de vorm van een vinger die omhoog wijst. Dat levert een inspirerend gesprek op.

Om na te denken over kerk-zijn kan het helpen om in je hoofd ook te gaan kleien en een model van de kerk te ontwerpen. Zo’n model klopt natuurlijk nooit precies met de realiteit en zal ook nooit werkelijkheid worden. Maar het generaliserende karakter van een model helpt je wel om inzicht te krijgen in visies en structuren en in de rol en participatie van gemeenteleden. In dit artikel bespreek ik vijf van zulke modellen: de kerk als organisatie, als gemeenschap, als school, als markt en als actiegroep.

De kerk als organisatie

De gemeente is een groep mensen die gericht is op een bepaald doel door middel van gestructureerde en gecoördineerde activiteiten. Zo bekeken zou je de gemeente een organisatie kunnen noemen. Door een gestructureerde aanpak en systematische coördinatie wil men de best mogelijke kwaliteit bereiken. Om de doelstellingen te halen, is controle van bovenaf nodig. De leidinggevenden moeten dan ook vaktechnisch bekwaam zijn.

Het gemeentelid wordt gezien als rationeel wezen, dat op rationele gronden overtuigd moet worden van het belang van een bepaalde verandering. De participatie van mensen wordt als een soort piramide verdeeld: in de top is de participatie hoog, daaronder zit nog een laag van actieve commissieleden en uitvoerders en daaronder zit de laag van de deelnemers/consumenten bij wie de participatie laag is.

Toen het fenomeen gemeenteopbouw net in zwang kwam, kreeg dit model veel aandacht en de vrijgemaakte kerken zijn er vaak sterk in. Winstpunten van dit model zijn: aandacht voor de samenhang van verschillende delen, de doelgerichtheid, mogelijkheid tot diagnosticeren en analyseren van problemen en het handhaven of hervinden van de stabiliteit. Met andere woorden: het benaderen van de kerk als organisatie kan een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteitsbeheersing en -verbetering. Voor zo’n professionele aanpak is er een scala aan modellen en strategieën uit de organisatiekunde waar men gebruik van maakt.

Risico van dit kerkmodel is een verzakelijking van het gemeente-zijn. Men kan gemakkelijk vergeten dat de gerichtheid op de ‘zaak’ geen doel op zichzelf is. Het gevaar is aanwezig dat men in een systematische benadering blijft hangen en daarmee het zicht op God of de mensen in de kerk verliest. Tegenwoordig hebben steeds meer mensen aversie tegen deze systematische benadering van de kerk. Men is op zoek naar warmte en spontaniteit, mensen vragen om meer ruimte voor de Heilige Geest.

De kerk als gemeenschap

De kerk benaderen als een gemeenschap is een bijbelse gedachte, een herberg waarin de omgang met God en elkaar gestalte krijgt. Bij gemeenschap staat het contact, de relatie centraal. Een warme sfeer en een open cultuur zijn belangrijke kenmerken van de kerk als gemeenschap. In dit model is de participatie van alle gemeenteleden groot, omdat iedereen een taak en verantwoordelijkheid heeft in het vormen van een gemeenschap.

De doelstelling is het bevorderen van een positieve sfeer waarin relaties ontplooid en onderhouden kunnen worden, een cultuur waarin men oog heeft voor elkaar. Voor een warme sfeer en goede onderlinge relaties is flexibiliteit belangrijk. Men wil gemeenteleden volledig serieus nemen. Er wordt dan ook niet volgens een van tevoren dichtgetimmerde procedure gewerkt, maar juist met een open programmering. De leiding moet kunnen inspelen op signalen vanuit de gemeente en moet vooral sociaal bekwaam zijn.

Het model van de kerk als gemeenschap richt onze aandacht op het belang van relaties in de kerk. Deze aandacht voor de mens in zijn relaties en context is waardevol omdat zij laat zien dat het in de kerk niet alleen gaat om doelstellingen, maar om mensen. Er zijn ook risico’s verbonden aan een nadruk op dit kerkmodel, namelijk dat de aandacht voor de mens de boodschap van het evangelie van Jezus naar de achtergrond drukt. Een ander risico is dat men het zo gezellig krijgt met elkaar dat de buitenwereld wordt vergeten. De roeping om te getuigen vraagt dat gelovigen hun veilige herberg verlaten en de wereld ingaan om Gods Woord te verkondigen.

De kerk als school

In de kerk ontwikkel je jezelf en groei je in geloof. Dat is de basis voor het model van de kerk als school. In de kerk ontdekken kinderen wie God is, leren ouders hoe ze hun kinderen in geloof kunnen opvoeden. In de kerk kunnen tieners hun vragen stellen en krijgt ieder toerusting om in het dagelijks leven een getuige te zijn.

In dit model wordt de natuurlijke aanleg tot groei en ontplooiing van de mens gezien. Je blijft je leven lang leren en ontdekken. De kerk is een soort opleidingscentrum waarin mensen worden getraind voor het leven met God en met elkaar in deze wereld. De focus is dus zowel intern (gericht op de groei van gemeenteleden) als extern (gemeenteleden worden toegerust om in de wereld buiten de kerk tot zegen te zijn). De basis is verlangen en openheid naar wat God ons wil leren en wat we van elkaar als broeders en zusters kunnen leren.

De participatie van gemeenteleden werkt twee kanten uit: iedereen in de gemeente is een leerling en neemt deel aan het leeraanbod van de kerk. Tegelijk kunnen veel mensen fungeren als leermeester van de ander: tieners leren van hun leiding, volwassenen leren van kinderen, ouders leren van senioren. Zo kan de participatie groot zijn als er op de juiste manier in geïnvesteerd wordt.

Het risico van dit model is dat je zo gefocust bent op het leren dat je vergeet te genieten van het leven met God. De kerk is ook een plek om te zijn, niks te hoeven. Een plek om Gods genade te vieren en de liefde van medechristenen te ontvangen.

De kerk als markt

Het veelzijdige aanbod staat centraal in het model van de kerk als markt. De kerk is als een plein vol marktkraampjes, die zo zijn ingericht dat eenieder er wel iets van zijn gading kan vinden. De behoeftige mens en het beleid van de kerk ontmoeten elkaar in een onderhandelingssituatie, waarbij van tevoren nog niets vaststaat. Eenieder moet zich thuis kunnen voelen in de kerk. Daarom moet het aanbod van activiteiten veelzijdig zijn.

Dit model heeft als doel om de moderne mens te bereiken met het evangelie van Christus. Men moet kunnen inspelen op de behoeften van mensen, zonder daarbij gehinderd te worden door regels en procedures. De behoeften van mensen zijn bepalend voor het beleid van de gemeente. Van de leidinggevenden wordt dan ook inzicht verwacht in de heersende cultuur, sociologie en psychologie.

Of gemeenteleden actief participeren in dit kerkmodel hangt af van hun lef en bekwaamheid om ‘de boodschap te verkopen’. Er zullen mensen zijn die zich met passie inzetten voor de mensen buiten de kerk, maar er zijn ook gemeenteleden die op dit vlak liever op de achtergrond blijven.

Het leerpunt van dit model is, net als bij het model van de kerk als gemeenschap, de aandacht voor de mens. Alleen richt dit model zich niet op de mens in zijn relaties, maar op de mens in zijn individuele behoeften. Het is goed om aandacht te hebben voor dit aspect. Te vaak wordt vergeten wie de individuele mens is, of wie de mens is die we willen bereiken met het evangelie. Aanknopen bij de aard van de mens en zijn behoeften is een realistische en een begaanbare weg. Tot op bepaalde hoogte. Want op de markt geldt ‘de klant is koning’. Maar in de kerk hebben we maar één Koning en dat is Christus. Hoe effectief of realistisch dit kerkmodel ook is, de kerk heeft een hogere roeping dan effectiviteit en succes, namelijk het navolgen van Christus. Die navolging gaat zonder twijfel weleens in tegen de behoeften van mensen.

De kerk als actiegroep

De kerk als actiegroep is vooral een kritische instantie. Dit kerkmodel wil stimuleren tot zelfstandig, kritisch denken. De aanwezige structuren en tradities worden niet zomaar geaccepteerd, maar geanalyseerd en beoordeeld op hun waarde. Dit geldt ook voor gebruiken en normen van de samenleving. De kerk als actiegroep durft in te gaan tegen de heersende cultuur en een vuist te maken, bijvoorbeeld tegen het vluchtelingenbeleid of voor duurzaamheid.

De leiding heeft als taak om gemeenteleden en groepen in de gemeente te helpen om zich bewust te worden van hun positie. De leidinggevenden of individuele leden hebben een profetische visie op de kerk, de samenleving en de tijdgeest. Met die visie willen ze anderen inspireren en aanmoedigen tot actie. De participatie van gemeenteleden hangt in dit model sterk af van hun overtuiging. Zijn ze enthousiast en bewogen, dan zullen ze zich actief opstellen. Maar als ze de visie niet delen of als die niet hun hart bereikt, is er geen sprake van participatie.

Het model van de kerk als actiegroep biedt ruimte voor het profetische perspectief. Zoals de profeten in de Bijbel vaak namens God een kritische analyse gaven van structuren en gebruiken, zo biedt ook dit model ruimte voor een kritische kijk op huidige structuren en gebruiken vanuit een bijbelse visie. Het bewaart je voor een klakkeloze aanvaarding van al het menselijke in de kerk. De tegencultuur van de kerk wordt in dit model benadrukt. De kritische functie van het Woord komt zo tot haar recht.

Tegelijk moet je in zo’n model oppassen niet alleen maar een tegencultuur te zijn, maar ook handreikingen te geven hoe het wél kan. Een ander risico is dat mensen hun geduld verliezen met een kerk die niet in hetzelfde tempo met hen mee verandert. Ze kunnen de neiging hebben om over mensen heen te walsen met hun visie en ideeën.

Checklist en geweten

Wanneer we de verschillende karakteristieken van de kerkmodellen in een schema zetten, ziet dit er als volgt uit.

Ik denk dat het voor kerken verrijkend is om verschillende kerkmodellen in het oog te houden. Elk model heeft op een bepaald punt gelijk en levert zo een waardevolle bijdrage aan het gemeente-zijn. Je zou dit als een checklist kunnen gebruiken. Hoe doen wij het als organisatie? Durven wij ook een actiegroep te zijn? Is er aandacht voor groei en ontwikkeling van gemeenteleden? Enzovoort.

Alle modellen kennen ook hun eenzijdigheden. Zo kan elk van de modellen fungeren als het geweten van de andere. Ze kunnen inspireren maar ook een bijdrage leveren aan het relativeren van de eigen manier van werken. Dus ga samen kleien, in je hoofd of letterlijk, zet je modellen naast elkaar en bespreek wat je er samen van kunt leren.

Dit artikel is gepubliceerd in Dienst.

Ingrid Plantinga
Ingrid is theoloog en houdt zich graag bezig met jeugdwerk, liturgie en geloofsonderwijs. Ze is projectleider van Follow Up! en ontwikkelt bijbelstudie- en catechesemateriaal voor kinderen, tieners, jongeren en mensen met een verstandelijke beperking. Ze houdt ervan om na te denken over visie en beleid en om dingen helder en overtuigend op papier te zetten. Mail naar Ingrid
Ingrid Plantinga

Latest posts by Ingrid Plantinga (see all)