De tijd van de eenvormigheid voor de kerk is voorbij. Neem de gang van zaken tijdens de eredienst. Daar was vroeger een strak programma voor en daar hield je je aan. Overal. Ik kwam dat tegen toen ik onlangs een stapeltje oude preken van mijzelf tegen kwam. Nu is er wel een stramien maar ieder borduurt daarop op zijn eigen manier. En met zijn eigen mogelijkheden. De ene gemeente zingt, uit verlegenheid, a capella, hoe mooi dat op zichzelf ook kan zijn. In de andere is naast de organist/pianist een band aanwezig, worden meerdere instrumenten gebruikt en heeft een koor een functie. Je mag keuzes maken en dat is door de laatste synode bevestigd.

Kindertal
Dat past binnen de ontwikkeling in onze maatschappij. Neem bijvoorbeeld de grootte van je gezin. Er was een tijd dat dit je overkwam. De één kreeg misschien helemaal geen kinderen; ooit heb ik als kind gelogeerd bij een familie met vijftien kinderen. Daar had je weinig invloed op. Weliswaar waren methoden om het aantal geboorten te beperken al in de Bijbel bekend (Genesis 38), maar zeker binnen de kerken niet massaal toegepast. Sinds de jaren zestig is dit beeld echter grondig veranderd, enerzijds door de komst van de ‘pil’, anderzijds doordat er nieuwe methoden kwamen om toch zwanger te worden: de eerste baby via IVF werd al in 1979 geboren. Dat betekent hoe dan ook dat je kiest: wie nu een groot gezin heeft, maakte ooit de keuze ervoor om dat toe te laten en geen gebruik te maken van de moderne methoden. Nog steeds overigens loop je tegen de beperkingen van een mens op: je kunt wel bereid zijn om een (groot) gezin te stichten, maar of het ook echt gebeurt… Elke doopdienst kan een pijnlijke herinnering zijn aan het gegeven dat je er zelf (nog) niet staat.
Waar het om gaat: door de aanwezigheid van alternatieven maak je hoe dan ook een keuze, ook als je besluit zelf geen verantwoordelijkheid te nemen voor de grootte van je gezin. En wat op dit punt geldt, kun je ook aanwijzen voor andere zaken uit je leven. Je volgt niet meer automatisch je vader op als boer bijvoorbeeld, maar je maakt je eigen beroepskeuze. Er is zoveel te kiezen dat je zelfs leest over de stress die dat met zich meebrengt. Wat als je er niet uit komt?
Dit daargelaten: als er voor allerlei zaken binnen de kerk alternatieven zijn, brengt dat met zich mee dat elke gemeente zijn keuzes maakt. Daar kom je niet onderuit.

Geen weg terug
Soms kom ik mensen tegen met heimwee naar de situatie van vroeger. Toen was het allemaal eenvoudig en overzichtelijk. Konden we maar terug naar die tijd, hoor je dan. Ik kan dat begrijpen, maar je vergeet dan wel dat die tijd ook iets beklemmends had. Neem dat voorbeeld over het kindertal. Soms lees je nu fantastische verhalen over een gezin met meer dan tien kinderen. Een heel georganiseer, maar het lukt allemaal. Dat komt dan in de krant. Maar wat hebben mensen vroeger ook niet gezucht onder weer een nieuwe zwangerschap en was er geen sprake van blijde verwachting. Was het in de kerk ook vaak niet zo? De uniformiteit had evengoed iets beklemmends. Persoonlijke elementen in de eredienst waren er natuurlijk wel, maar vaak geplaatst ‘na de handdruk’, buiten de eredienst zelf. Ook dat kwam ik weer tegen bij die oude preken. Zegt Prediker daarom misschien dat wie denkt dat vroeger alles beter was, niet uit wijsheid spreekt? (Prediker 7: 10). Je haalt uit het verleden de dingen naar voren die je goed uitkomen. Dat doe ik natuurlijk ook in dit artikeltje…
Belangrijker is: al zou je willen, er is geen weg terug naar de situatie van, zeg maar, dertig jaar geleden. Al zou je met elkaar besluiten om daarnaar terug te gaan, dan is het grote verschil dat je toen in een bepaalde ontwikkeling stond waarin alles gebeurde en je je positie innam, en dat je er nu voor zou kiezen om die fase vast te houden. Je maakt je keuzes binnen de marges van het mogelijke en die marges zijn veranderd.

Identiteit
Elke gemeente staat daarom nu voor een keus. Ook als je met elkaar betreurt dat de synode de kerken zoveel vrijheid gegeven heeft. Je staat met elkaar voor de vraag: wat voor gemeente willen we zijn. Ook als je zegt: nee, dank u, wij laten alles bij het oude, heb je daarin al een keus gemaakt. Misschien kun je daarom de gegeven vrijheid eerder zien als een kans. Hoe vullen we met elkaar die keuzevrijheid in en geven we vorm aan de manier waarop we in deze tijd gemeente van Christus zijn. Je hoeft daarvoor geen megakerk te zijn met ongelooflijke mogelijkheden. Dat geldt net zo goed als je in aantal in een huiskamer zou passen – en misschien daar al elkaar ontmoet. Het betekent ook dat de mogelijkheid om te variëren je de kans geeft om met elkaar door te praten waar het nu eigenlijk om gaat. Dan vind je midden in de groeiende diversiteit1 de eenheid in Christus. Dat het daarbij om veel meer gaat dan variatie in de eredienst, zal duidelijk zijn. Dat is in dit korte artikeltje maar een voorbeeld. Het gaat net zo goed op voor de manier waarop je vorm geeft aan het pastoraat bijvoorbeeld.

Over ‘leren omgaan met diversiteit in je gemeente’ heeft het Praktijkcentrum diverse materialen en producten ontwikkeld, kik hier voor meer informatie

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 5 september 2014. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)