Zondagmorgen 19 juli. Bedum, Martyriakerk. Ik stond op de rol om voor te gaan. Vlak voor de dienst kwam de koster waarschuwen: er is nog geen organist. Die kwam ook niet meer We zongen dus zonder begeleiding. Een enkele aanpassing in de liedkeus was nodig. Speciaal voor de organisten/kerkmusici die nooit een dienst zonder begeleiding meemaken, een paar opmerkingen. Allereerst mijn complimenten voor de gemeente van Bedum. Het liep op een of andere manier perfect. Iemand zette in (dat moet je van mij niet verwachten, dan gaat het mis), de rest van de gemeente volgde en in een natuurlijke cadans werden de liederen (psalmen, liedboek 1973 en opwekking) gezongen. Na een halve nootlengte pauze pakte de gemeente het lied weer op. Niet alleen tussen de regels, ook tussen de diverse coupletten, viel me op. Dat maak ik bij organisten/pianisten wel eens anders mee. En dan gaat de vaart eruit. Bovendien bezorgt het zowel de begeleiders als de liederen een slechte naam. Wil je dat er waardering blijft voor het (klassieke) kerklied, dan is het belangrijk om die cadans te laten uitkomen.

Zwerm
Het geheel deed me denken aan een zwerm spreeuwen, zoals in de nazomer vaak te bewonderen. Of een school vissen, zoals je dat kunt volgen in een natuurfilm. Er was geen voorzanger of leider aanwezig. Maar de mensen volgden elkaar. Natuurlijk ging het om liederen die op een of andere manier bekend waren. De melodieën in ieder geval zitten in het geheugen. Misschien daardoor was er een soort afstemming van de een op de ander, een vorm van contact zonder woorden. Dat valt me wel vaker op, vooral bij een bandje, hoe belangrijk die afstemming is in de muziek. Op het goede moment moet de ander invallen met zijn instrument en dan zie je dat er even oogcontact is. In Bedum ging het zelfs zonder oogcontact. De eerste inzet van de psalm ging misschien wat aarzelend en zoekend. Maar bij het volgende couplet ging het in een keer, zonder dat iemand het aangaf.

Ideaal van de gemeente
Daarover doordenkend (ik laat nu de opmerkingen voor de begeleiders even achter me) leek het me een goed beeld voor de gemeente, als lichaam. In de Bijbel wordt daarover gesproken, de ene keer met nadruk op de leiding die er moet zijn, maar ook wel zonder dat de leiding specifiek aan de orde komt. Er zit heel veel talent verborgen onder al die mensen. En heel belangrijk is dat je van elkaar aanvoelt welke kant het uit moet gaan. Daarvoor is vertrouwen nodig. En bescheidenheid. En de bereidheid je te laten corrigeren. Wie in Bedum het initiatief nam om in te zetten, had niet altijd direct de goede toonhoogte te pakken, maar een halve regel verder was het alweer goed gekomen. Je moet dan wel bereid zijn naar elkaar te luisteren en niet stug doorgaan met op je eigen wijs te zingen.
Zou dat ook niet breder gelden? Natuurlijk moet er leiding zijn; de Bijbel spreekt niet voor niets over ambtsdragers die dat als hun taak hebben. Maar op het moment dat je denkt dat je het alleen moet doen, gaat het mis. Dan maak je je los van de zwerm en bij vissen in ieder geval betekent dit dat je een gemakkelijke prooi bent voor de bedreigers.
Het leven van het lichaam valt niet altijd vanuit je hoofd te regelen. Ooit was ik op een training (vanuit mijn werk bij de provincie Drenthe) en een van de opdrachten was om iemand die op de grond zat te vertellen hoe hij moest opstaan. De valkuil is dan dat je de ander precies gaat vertellen welke handelingen hij moet verrichten. En dat lukt niet. Dan komt die ander niet overeind. De bedoeling was dat je gewoon zou zeggen: sta op. Dat kon iedereen. De ‘les’: maak gebruik van de talenten die er zijn. Het lichaam van die ander weet wel hoe hij moet opstaan.

Einddoel?
Als je zo gaat nadenken over de gemeente als lichaam, dat verandert je doelstelling. Dan is minder belangrijk dat je ergens uitkomt, maar des te belangrijker hoe je met elkaar leeft. Voorzover er doelstellingen voor de gemeente geformuleerd worden ( wij willen in 2020…..), gaat het dan ook vaak over dit onderling functioneren. Dat wordt ook des te belangrijker naarmate de onderlinge verschillen toenemen. En dan is het weer van levensbelang dat je beseft dat je door één Geest leeft en geregeerd wordt. Die helpt om elkaar aan te voelen en met elkaar het grote loflied te zingen op Gods goedheid, en dan niet alleen in de liederen op zondag.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 15 augustus. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)