Wat zou het geweldig zijn wanneer ouderlingen en predikant samen – de kerkenraad – de geestelijke leiders van de gemeente zouden zijn. Want eerlijk is eerlijk: zo is het vaak niet. Allerlei zaken kunnen het geestelijke werk van een kerkenraad belemmeren. Hoe kan een kerkenraad de uitdaging aangaan?

Allereerst: we vinden het moeilijk om de kerkenraad als college van ambtsdragers nog een zinvolle en relevante functie te geven. Veel kerkenraden worstelen met hun agenda, met een ouderlingentekort, met hun rol ten opzichte van de pastoraal werkers en kringleiders, met de relatie tussen praktisch-organisatorische zaken en hun pastoraat, met weinig tijd. Ieder voor zich hebben ouderlingen het moeilijk genoeg om hun rol in te vullen, laat staan dat er gezamenlijk iets kan ontstaan. Toch is de ervaring van het Praktijkcentrum met veel kerkenraden dat hier winst te behalen valt. Kerkenraden die méér dan alleen een goed startweekend organiseren en zichzelf een langer traject van toerusting en geestelijke bezinning gunnen, blijken meer plezier te hebben in en richting te geven aan hun werk.

In de tweede plaats is de onderlinge diversiteit binnen gemeenten toegenomen – en dat zie je terug in de kerkenraden. Het wordt niet gemakkelijker om samen richting te vinden wanneer je veel tijd kwijt bent met onderling gesprek. Ook hier geldt: kerkenraden die dit serieus nemen en hiervoor ruimte maken door onder goede leiding deze gesprekken te voeren, krijgen er veel voor terug. Misschien niet meteen oplossingen, maar wel een goed geestelijk klimaat waarin wegen kunnen worden uitgezet. De aandacht voor de wijze waarop gesprekken worden gevoerd is daarom belangrijk.

Veeleisend

In de derde plaats betekent de aanwas van nieuwe ambtsdragers uit jongere generaties ook een verandering in de houding ten opzichte van het kerkenraadswerk. Zij kennen het kerkenraadswerk minder goed, hechten er niet per se veel waarde aan, kennen soms nauwelijks uit eigen ervaring de waarde van huisbezoeken of kerkenraadsvergaderingen. Toch ontvangen deze jonge ambtsdragers lang niet altijd een goede introductie en toerusting voor hun werk. En de levensfase van laat-twintigers, dertigers en veertigers is tegelijkertijd enorm veeleisend. Werk, gezin en sociale contacten vragen veel van hen, terwijl hun kerkenwerk ook nog eens zo’n volstrekt andere wereld lijkt te zijn dan de rest van hun leven.

Als laatste punt noteer ik dat onze kerkstructuur ook van invloed is. Onze Nederlands-gereformeerde en vrijgemaakte kerken zitten tussen twee vormen in. Kerken met een bisschop aan de ene kant, en kerken waarbij de gemeente zichzelf vormt en leidt aan de andere kant. Wij kennen een college bestaande uit een predikant en ouderlingen, die samen (collegiaal) leiding zouden moeten geven. Die constructie vergt echter nog wel wat uitleg en wordt lang niet altijd positief ervaren. Kerkrechtelijk klopt het, maar om ook zo te werken…

Eigenzinnig

Nu heeft Marius Noorloos al decennialang boeken en cursussen geschreven voor precies deze doelgroep: de kerkenraad. Predikant en ouderlingen samen zouden de motor kunnen zijn voor het gemeente zijn. Met veel zegen geeft de werkgroep ‘Leven uit de Bron’ inmiddels al weer vijf jaar cursussen aan predikanten en kerkenraden via de Permanente Educatie Predikanten (PEP) in Kampen. Het kan werken, zo’n kerkenraad die samen bij de bron leert leven, geloofsgesprekken voert rondom een open Bijbel, om vandaaruit de gemeente te betrekken in zo’n zelfde proces.

Het is wel een eigenzinnige weg die Noorloos gaat. Niet de eenzame en overbezette predikant moet als het schaap met de vele poten de gemeente redden. Niet de charismatische leider die visionair een koers uitzet. Ook niet de gemeente die geacht wordt op bijna miraculeuze wijze ineens te ontdekken waar zij heen wil en wat haar prioriteiten zouden moeten worden. Noorloos zet in aan de basis: hart voor God, hart voor elkaar als leden van Christus’ lichaam, en hart voor Gods wereld. Dat proces vraagt bekering, tijd en oefening, vraagt gesprek en bezinning. Gezamenlijk geestelijk leiderschap van een kerkenraad werk daarbij als een voorbeeld: als we de gemeente willen stimuleren tot een leven in navolging van de Heer, moet en mag de kerkenraad hierin een voorbeeld geven.

Deze weg is eigenzinnig, maar uiterst waardevol. De christelijke gemeente is geen bedrijf dat je kunt leiden met een aantal managers. Ze is geen democratie waarin de meerderheid beslist. Ook is ons gereformeerd kerk zijn geen zaak van een enkele – al dan niet charismatische – leider. Als een kerkenraad wil groeien in geestelijk leiderschap, heeft hij met de weg die Noorloos schetst in elk geval een heel aantal vruchtbare bronnen tot zijn beschikking.

Geloofsgesprekken

De serie van Noorloos begint met Leven uit de Bron (Utrecht (Kok), achtste bijgewerkte druk 2014). Een praktisch opbouwplan vormt hiervan de kern, waarbij in zes dagdelen een traject van geloofsopbouw doorlopen wordt. De uitwerking van zo’n kerkenraadsbezinning in het concrete gemeenteleven staat centraal. Steeds opnieuw aangepast, met een overvloed aan werkmateriaal, is het een stevige basis voor een mooi en inspirerend kerkenraadstraject. Zeker wanneer de voorganger en (een aantal) ouderlingen samen deelnemen aan de cursus die hiermee verbonden is (www.tukampen.nl/pep). Onder leiding van deskundige begeleiders krijgt de kerkenraad een intensieve training.

Het recent in een herziene versie verschenen Groeien bij de Bron (2016, oorspronkelijk uit 2005) is hierop een vervolg. Inspirerende hoofdstukken met verwerkingsvragen leveren veel materiaal voor goede geloofsgesprekken op een kerkenraads- of commissievergadering.

Ten slotte is er een derde boek in deze serie, geschreven door Jelle de Kok: Drinken uit de Bron (Utrecht (Kok), 2015). In het eerste gedeelte van dit boekje komen de basiselementen uit Groeien bij de Bron aan de orde, geschikt om als eerste half uur van een kerkenraads- of commissievergadering te gebruiken. Het tweede deel bestaat uit gespreksmateriaal voor vijf hele avonden waarin de kerkenraad bouwstenen krijgt aangereikt voor visievorming. Het derde deel is bedoeld als follow-up: handreikingen voor het gaande houden van het geloofsgesprek in kerkenraden en commissies. Elk hoofdstuk heeft eenvoudige, goed werkbare gespreksvragen.

Rode draad in deze drie boeken en de bijbehorende cursus is dat de opbouw van de gemeente staat of valt met het intensief op geloofsniveau met elkaar doorspreken als leidinggevenden binnen Christus’ gemeente. Het is mijn hartelijke wens dat deze boeken daarvoor worden ingezet – het kerkenraadswerk is het meer dan waard.

Dit artikel is gepubliceerd in OnderWeg 18 februari 2017

Hans Schaeffer

Hans Schaeffer

Post-doc onderzoeker Praktische Theologie Theologische Universiteit Kampen In het onderzoek richt ik me op de verzameling en analyse van empirische gegevens over de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Daarnaast houd ik me bezig met onderzoek in de deeldiscipline gemeente-opbouw. De analyse van kerkelijke praktijken geeft inzicht in de manier waarop kerkleden het kerk-zijn beleven. Door hierop theologisch te reflecteren kunnen de aandachtsvelden worden benoemd waarop verder moet worden doorgedacht.