De vraag naar wat de kerk precies is en wat ervoor nodig is om kerk te zijn, wordt steeds urgenter. Daarmee komt ook de vraag naar de liturgie steeds meer aan de orde. Neem de pioniersplekken die hun samenkomsten soms anders vormgeven dan gebruikelijk, de gemeentes die worstelen met het al dan niet toepassen van nieuwe vormen in de liturgie. De cultuur waarin wij leven vraagt dat we zelf ons bestaan vormgeven. Maar voor christenen is het God die dat doet. Wat betekent dat voor de liturgie?

In de Hermitage in Amsterdam is tot en met mei volgend jaar een tentoonstelling van Hollandse meesters te zien, die ooit zijn aangekocht door Russische tsaren. Werken van Rembrandt, Frans Hals en Gerard Dou zijn even thuisgekomen in het land waar zij ontstonden. Van iets andere orde was een kerkinterieur van Emmanuel de Witte. Een typisch beeld van een protestantse kerkdienst in een Hollandse stadskerk in de Gouden Eeuw: een vrij kaal gebouw, witte muren, een orgel. Maar vooral de mensen en hun houding troffen mij: ze staan of zitten te luisteren naar de predikant die met een breed armgebaar zijn betoog onderstreept. Op de voorgrond zien we wat kinderen met hun gezicht naar de kijker. Hen weet de voorganger ogenschijnlijk minder te boeien…
Een typerend beeld van de kerkdienst, en wellicht een karikatuur waarin nog menig Nederlander gelooft. De liturgische beweging heeft van de kerk meer gemaakt dan alleen een preek-kerk, maar toch. Is dit de kern van kerk-zijn?
Het blijft een lastige vraag. Kerkgangers hebben daar hun ervaringen en verlangens bij. ‘We moeten de lofprijzing meer ruimte geven’. ‘We moeten vooral missionair zijn’. ‘De kerk bestaat in goede onderlinge zorg en bijstand’. Voor buitenstaanders is kerk veel diffuser: kerk is het gebouw, of het instituut, of een groep mensen die ze zondags uit de kerk zien komen.
Angela Vanhaelen schreef een boek over kerk-schilderijen in de Republiek: The Wake of Iconoclasm. Daarin noemt zij de kerkdienst een ‘sociale praktijk gegroepeerd rondom de autoriteit van het Woord en afwijzing van het beeld’ . Zijn liturgische praktijken zoals de prediking of zingen of avondmaal de kern van het kerk-zijn? Het is een typische reflectie-vraag die onze tijd en context ons stellen. Nu er grote verschillen in beleving zijn, vanzelfsprekendheden verdwijnen en middelen krimpen, moet de kerk antwoorden. Wat moeten we absoluut behouden, wat mag eventueel verdwijnen? Wat is essentieel, wat is de essentie van kerk-zijn? Maar evengoed duikt de vraag op aan de andere kant van het spectrum. Daar waar groepjes christenen met nieuwe pioniersprojecten aan het werk zijn, activiteiten ontplooien zoals het organiseren van gespreksgroepen in een boekhandel of zich engageren in vormen van praktische hulpverlening rondom mensen met een schuldenproblematiek. Is dat nou ‘kerk’?

Doordenken
Het gedachtegoed van de Britse theoloog Michael Moynagh geeft een handvat om zulke vragen zinvol te doordenken. In zijn nieuwste boek Church in Life (2017) stelt hij dat kerk-zijn vier even belangrijke en deels overlappende relaties omvat, met Jezus Christus als het centrum: de relatie met God, met de wijdere kerk, met de wereld, en met de gemeenschap. Elk van deze vier relaties is voor kerk-zijn even belangrijk. Zelfs de relatie met God is niet belangrijker dan de andere. De suggestie zou anders kunnen bestaan dat Gods relatie met mij belangrijker is dan zijn betrokkenheid bij de andere relaties waaruit het kerk-zijn bestaat. Alsof God meer behagen schept in liturgie dan in missie.
Evenmin mag bijvoorbeeld onderlinge pastorale en diaconale zorg worden uitgespeeld tegen de verbinding met de (wereld)wijde kerk, alsof het tweede uiteindelijk niet zo belangrijk is. Wij zijn allemaal altijd geroepen door God, geroepen tot elkaar en de wereld, en in verbondenheid met de kerk van alle eeuwen en plaatsen.
Een belangrijk gevolg van deze opvatting van Moynagh is dat kerk-zijn dus niet gefixeerd wordt in liturgische praktijken zoals doop of avondmaal.
Debatten daarover maken duidelijk dat heldere afbakening moeizaam is. Bovendien gaat het dan meer over het wat en hoe dan over de mensen. De neiging bestaat bij dit soort debatten om mensen uit te sluiten in plaats van te verwelkomen, aldus Moynagh. Omdat in de praktijk van het kerkzijn alle vier de relaties belangrijk zijn, mogen we niet een ervan – de relatie met God – verabsoluteren. Liturgie lijkt dus niet zo belangrijk als we vaak denken…

Kern
Ik ga nu eerst even naar de praktijk toe, om vandaaruit weer naar Moynagh terug te keren. In de praktijk van kerken zie ik de laatste jaren toenemende aandacht voor de liturgie. Ook vanuit het Praktijkcentrum komt steeds vaker de liturgie in beeld. Kennelijk – zo interpreteer ik – dwingt de secularisatie ons tot het stellen van de vraag: wat is nu de kern van ons kerk-zijn? Als liturgie en kerkdienst daarin belangrijk zijn, welke vorm moeten dezedan aannemen? Gemeenteopbouw en missionair kerk-zijn los van de kerkdienst overdenken en vormgeven blijkt in de praktijk steriel en managerial te worden.
Ik zie de kerkdienst ook terugkomen in recente boeken. Stefan Paas’ Vreemdelingen en priesters (2015) geeft ruime aandacht aan de ‘priesterkerk’ waarbij de gemeenschap samenkomt rond het gloria Dei.
Erik Borgman schrijft dat de eucharistie het menselijk verlangen wekt zich vervolgens te verbinden met Gods liefde en Gods liefde toont door zijn presentie te laten zien als oorsprong van, en als antwoord op het menselijk verlangen (Waar blijft de kerk?, 2015). Recent betoogde ook Herman Paul dat liturgie een essentieel onderdeel is van christelijke karaktervorming (De slag om het hart, 2017). Liturgie blijkt dus wel degelijk essentieel. Wat heeft Moynagh hierover te zeggen? Hij introduceert het onderscheid tussen ‘essentie’ en ‘essentieel’. De essentie van kerk-zijn is volgens hem dat wij door de Geest in Christus verbonden zijn met de Vader – en de Drie-ene met ons. Wat we als kerken doen op zondag – avondmaal vieren, dopen, luisteren, bidden – is niet de essentie, maar wel essentieel.
Vergelijk het met eten: net zoals vork en mes in onze context essentieel zijn voor de maaltijd, zijn ze niet de essentie.
Volgens Moynagh geeft het onderscheid tussen relationele essentie en essentiële praktijken ruimte om de dynamiek van kerk-zijn te begrijpen. Kerken kunnen strak vasthouden aan (of ook vol inzetten op vernieuwing van) liturgische praktijken waardoor de relationele verbondenheid tussen God en mensen, en mensen onderling, op het spel komt te staan. Maar ook: wat wij willen en doen in een kerkdienst, zegt veel over de relaties waarnaar mensen op zoek zijn. Kijk naar welke liederen klaarblijkelijk geliefd zijn: wat zeggen die over het beeld dat een gemeente van God heeft en wil uitstralen?

Concreet
Het onderscheid tussen essentie en essentieel kan helpen om de dynamiek van kerk-zijn in de werkelijkheid te beschrijven. Maar ik zou graag veel meer dan Moynagh de wisselwerking tussen beide beklemtonen om twee redenen. Allereerst kan het lijken alsof de relationele essentie van kerk-zijn ook zonder vormen en liturgie kan
bestaan. Terwijl een relatie nooit abstract, maar altijd concreet en ervaarbaar bestaat – namelijk in praktijken van kerk-zijn. Mijn ‘relatie met God’ is nooit los van praktijken denkbaar. Daarom is onze liturgie hoe dan ook een weerspiegeling van wat wij denken, geloven, ervaren. En kritische reflectie op kerkdiensten is nodig om te bezien of wij met onze vieringen recht doen aan wie God is en hoe Hij wil dat wij leven. Belangrijker is dat Moynaghs gelijkschakeling van de vier relaties (met God, de gemeente, de kerk wereldwijd, en de wereld) ongewenste gevolgen heeft.
De relatie met God is namelijk andersoortig dan de andere relaties: de kerk dankt haar ontstaan aan God. De relatie met God is constitutief voor kerkzijn. Liturgie is allereerst een belichaming van deze ontstaansrelatie met God. Liturgie is dus niet alleen maar ‘een’ vorm waarin wij aspecten van onze relationele essentie uiten (in Christus verbonden aan elkaar). Liturgie is de manier waarop de kerk tot stand komt (Alexander Schmemann; Nicholas Wolterstorff).
Daarom worden er zoveel vragen gesteld over liturgie vandaag. Als wij in onze geseculariseerde context de aanbidding van God willen vormgeven en Zijn heil willen vieren, als we Brongericht willen leven, is liturgie en onze bezinning daarop meer dan ‘het vormgeven van de relatie met God’. Dat is het frame waarin we vaak denken en leven. Maar liturgie draait om het omgekeerde: hoe wil God ons leven vormgeven en kleuren? Moynaghs onderscheid tussen relationele essentie en essentiële praktijken kan helpen om te zien dat kerk meer is dan liturgie. Maar de notie dat de kerk schepping van God is, door woord en sacrament, verliest hier haar zeggingskracht.
In een geseculariseerde cultuur waarin wij constant onszelf moeten uitleven en zelf ons leven vormgeven, moet de liturgie dan al snel ook een uitingsvorm zijn waarin christenen hun identiteit tot uiting brengen. Maar het is nu juist hun kern-identiteit dat zij geen schepper van hun eigen leven zijn. Dat is wat de liturgie moet uitdrukken en belichamen. De dominee op het schilderij van De Witte is bezig met een essentiële praktijk in zijn tijd en context.
De essentie van het kerk-zijn valt er echter niet mee samen. De essentie is dat de drie-ene God zich verbindt aan mensen. Dat geeft richting aan het gesprek over de liturgie als Gods middel om ons aan Zich te verbinden. Ook in onze tijd en context.

Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 10 november 2017. Op 25 november 2017 organiseert het Praktijkcentrum in samenwerking met Steunpunt Liturgie en de PEP een werkdag over liturgie: ‘Spot on! Licht op liturgie’. Aanmelden kan via www.weetwatjegelooft.nl

The following two tabs change content below.

Hans Schaeffer

Post-doc onderzoeker Praktische Theologie Theologische Universiteit Kampen In het onderzoek richt ik me op de verzameling en analyse van empirische gegevens over de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Daarnaast houd ik me bezig met onderzoek in de deeldiscipline gemeente-opbouw. De analyse van kerkelijke praktijken geeft inzicht in de manier waarop kerkleden het kerk-zijn beleven. Door hierop theologisch te reflecteren kunnen de aandachtsvelden worden benoemd waarop verder moet worden doorgedacht.