“We hebben acht kinderen en allemaal zijn ze vrijgemaakt”. Een zin die ik lang geleden hoorde. De ouders waren trots, dankbaar en ook toen, in de jaren tachtig, was het bijzonder. Niet alleen het aantal kinderen, maar ook de eenstemmigheid in de kerkkeus. Wie nu rondkijkt, in zijn eigen gezin of bij anderen, ziet een enorme verscheidenheid. Niet alleen in kerkkeus, maar ook in een keus voor of tegen het geloof. Jonge en oude mensen zeggen het geloof vaarwel. Het lijkt een ontwikkeling van vooral deze eeuw, maar is dat wel zo? Hoe kijk je daartegenaan?

Geloofsverlating, kan dat?

Op een van de PEP-dagen voor kerkenraden en pastorale werkers van het Praktijkcentrum vorig jaar kwam het even naar voren: Kun je wel spreken van geloofsverlating? Of moet je zeggen dat wie breekt met het geloof dat kennelijk nooit heeft gehad. Waarschijnlijk zit achter die visie de belijdenis. In dit geval de Dordtse Leerregels. Daarin brengen we onder woorden dat de heiligen volhouden in het geloof, al kunnen ze wel tijdelijk, net als David en Petrus, ver van huis raken. Maar God laat ze volhouden. Zie hoofdstuk 5. Terugredenerend zou je dan zeggen: wie God verlaat heeft Hem nooit echt gekend. Op internet vind je ook zulke uitlatingen. Het zou dan bij wie breekt met het geloof gaan om wat een historisch geloof heet en niet om een zaligmakend geloof.

Het is de moeite waard dat hoofdstuk van de Dordtse leerregels nog eens door te lezen. Het gaat over het houvast dat je als gelovige hebt. Dat ligt niet in jezelf, maar in de beloften van God. En die gaan erover dat God zijn werk in en aan jou afmaakt. Volhouden is een opdracht en tegelijk een geschenk van Hem. Voor zichzelf mag de gelovige daarvan zeker zijn. Zo lees ik het daar. Maar we doen als kerken hiermee geen uitspraak over het geloof of ongeloof van anderen. Ik kan wel zeker zijn van mijn eigen uitverkiezing, maar van die van een ander blijf ik af. En dat helpt ook verder bij het onderwerp van dit artikel.

Daar is een oude kerkelijke regel voor: de kerk oordeelt niet over het hart. Want er is er maar Een die het hart kent. Wij kennen onszelf niet eens, laat staan een ander. En bij die kerkelijke regel hoort dan ook dat we het accepteren als iemand zegt te geloven, en daarvan bijvoorbeeld ook openlijk belijdenis wil doen. Natuurlijk zoeken we elkaars hart in de kerk, en gaat het niet alleen over uiterlijke dingen in de pastorale gesprekken. Maar we kennen onze grenzen.

Geen zaligspreking en geen oordeel

Je kunt dat naar twee kanten toepassen. Aan de ene kant: we kennen ze allemaal wel. De mensen die van harte belijdenis deden en zongen dat ze gedragen worden door Gods liefde. Die bijvoorbeeld zich inzetten voor jongeren en daarin veel anderen tot zegen waren. En opeens is het over. Onverschilligheid, zelfs vijandschap. Ze breken met kerk en geloof. Ga ik dan achteraf oordelen en zeggen dat het kennelijk allemaal toch niet echt was? Dan matig ik mij een oordeel aan over hun hart – en dat willen we juist niet. Dat komt alleen de Heer toe. Maar ik kan niet anders dan ze serieus nemen in de keus die ze op dat moment maken. In onze werkelijkheid spreken we van geloofsverlating.

Intussen geeft het hierboven genoemde hoofdstuk uit de Dordtse Leerregels ook hierin weer een geweldige troost. Die brengen onder woorden dat God de zijnen niet loslaat, ook al laten ze in de praktijk van het leven Hem soms wel los. Een basis voor blijvend gebed. Met een zin uit een oude bijbelvertaling: Hij laat niet varen het werk Zijner handen. Wij weten Gods weg niet met die ander. We kunnen het alleen bij Hem laten.

Deze bescheidenheid heeft ook een andere kant. Iemand komt te overlijden en zij sterft als gelovige. Vol verlangen naar het huis van de Vader. Als familie zeg je dat zonder reserve in een rouwbrief of advertentie. Maar hoe kondig je het als kerkenraad af? Uiteraard wil je geen vraagtekens zetten bij de troost die de achtergeblevenen hebben. Maar je kunt ook geen uitdrukkingen gebruiken die de indruk wekken dat we met God meekijken in Zijn oordeel. Goed om er even over na te denken hoe je dat als kerkenraad onder woorden brengt bij de afkondiging op zondagmorgen. We nemen iemand serieus in de keus die hij maakt, voor of tegen God. Maar we blijven mensen, zelfs als kerkenraadsleden.

Een oud onderwerp

Het kan er even op lijken alsof geloofsverlating een nieuw onderwerp is. Vroeger hoorde je daar niet zoveel over. Kerken hebben nu te maken met aanzienlijke aantallen mensen die weggaan en zich nergens bij aansluiten. En dat zijn niet allemaal mensen die wel geloven, maar voortaan zonder instituut. Maar wie de Bijbel leest, komt het onderwerp overal tegen. Vooral in het Oude Testament. Soms op een ontstellende manier. Als Jeremia met een aantal joodse vluchtelingen in Egypte is aangekomen, rond de wegvoering in ballingschap van het hele volk, zegt dat groepje mensen dat ze bewust kiezen voor de afgoden, en niet voor de God van Israël: aan Hem hebben we niets… (Jeremia 44). En bij zijn afscheid houdt Mozes de mensen ook voor dat ze moeten blijven kiezen voor de Heer. In zijn woorden, zie het Bijbelboek Deuteronomium, rekent hij al met de realiteit dat het anders zal gaan.

In het Nieuwe testament kun je denken aan concrete voorbeelden als Demas, eerst medewerker van Paulus, maar later heeft deze man hem uit liefde voor de tegenwoordige wereld verlaten. Ik kan het alleen maar aanstippen.

Geloof en leven

Wat daarbij een rol speelt is ook dat een keus om niet verder te gaan met God ook een keus voor een heel andere invulling van je leven inhoudt. Daar spreekt de Bijbel ook uitvoerig over. Natuurlijk lijkt er op het eerste gezicht niets te veranderen. Of je nu gelooft of niet, de dagen zijn vaak gevuld met werk, zorg voor je gezin, opleiding, noem maar op. Vergeet ook de vakantie niet, in deze weken. En ook wie niet gelooft zet zich vaak op jaloersmakende wijze in voor deze wereld, voor gerechtigheid en de zorg voor de schepping. Alle waardering daarvoor. En opeens is er dan toch een punt waarop de vervreemding naar boven komt. Wat voor soort vakantie bijvoorbeeld. Of hoe sta je in je relatie met je huwelijkspartner. Of is het in je leven toch de Mammon geworden. Ook dat doet pijn, als je er in je gezin mee te maken hebt. Op de achtergrond speelt dan mee dat de aanwijzingen van de Heer voor ons leven opeens regeltjes van mensen geworden zijn. Dat doet dan ook pijn bij wie breekt met het geloof: ik kreeg een manier van leven voorgeschreven die niet bij mij past en ik heb daar moeite mee. Inge Bosscha bijvoorbeeld, zelf ex-gelovig, kan mensen daarbij helpen, vanuit haar eigen ervaring. (Zie haar website). In de andere keus die kinderen maken kan dus ook een verwijt zitten: jullie opvoeding deugde niet. Ik signaleer het hier. Het vraagt apart aandacht. Voor dit artikel genoeg om te beseffen dat het diep ingrijpt als kinderen een andere keus maken, of vrienden, of ouders, of… Lang was het thema bijna onbespreekbaar binnen de kerk. Hoog tijd om ook hierover het gesprek met elkaar aan te gaan.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 11 augustus 2018. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)