Liefde. Daarbij denk je misschien vooral aan een hoog ideaal. Maar liefde is meer: het is de weg die we in ons dagelijks leven gaan – of proberen te gaan. Aan het slot van een gedeelte over de kerk noemt Paulus de liefde een weg ‘die nog veel verder voert’ (1 Korintiërs 12:31). In de kerk zijn zo veel verschillende gaven en talenten, zo veel dynamiek en beweging. Tegelijk is er maar één Heer, Jezus Christus. De liefde vergaat nooit en blijft tot in eeuwigheid (1 Korintiërs 13:8-13).

Alleen de heilige Geest is in staat om op basis van Jezus’ Heer-schappij een eenheid-in-verscheidenheid van de gemeente te maken. Leden van die gemeente moeten Christus leren navolgen en zijn gezindheid in hun eigen leven concreet maken. Paulus noemt de liefde niet voor niets een weg. Het gaat niet allereerst over definities en kennis.

Liefde is ook geen karaktertrek die de één nu eenmaal wel en een ander helaas niet heeft. Evenmin is liefde een gevoel dat spontaan of door externe stimulansen in mij naar boven drijft. Liefde is een weg die je moet gaan. Wat gebeurt er dan? Wat heb ik nodig om die weg te lopen én vol te houden? Ik schets daarvoor vier perspectieven. Het is een schets die we tegelijk kunnen gebruiken om ons kerk zijn aan te toetsen.

1 De weg begint bij de bron

De weg van de liefde kent maar één bron – en dat is Jezus zelf. Hij is de weg, de waarheid en het leven. Dit startpunt lijkt vanzelfsprekend, maar is het niet. Zelfs wanneer je goed-gereformeerd erkent dat de mens in zonde ontvangen en geboren is en alleen door het kruis gered kan worden, kan je leven los van Jezus komen te staan. Je gelooft in God, gaat naar de kerk en wat Jezus deed is relevant voor je, maar wie Hij vandaag is, doet er minder toe.

Tom Wright laat in zijn boek Goed leven zien hoe belangrijk de bron Jezus Christus is voor dat goede leven. Wright doet dat door te wijzen op het reisdoel: wat is het doel van ons leven? Waar gaat het om, of om wie gaat het? Het gaat om een wereld waarin de aanwezigheid en glorie van God de hele aarde vervullen zal. De tocht van Gods schepping op weg naar die vervulling is begonnen met Jezus Christus. Toen de Vader Hem opwekte uit de dood, brak in Jezus die nieuwe werkelijkheid door. Gaandeweg de geschiedenis is het Jezus die mensen meeneemt, aantrekt en op weg helpt richting dat glorierijke einddoel. De weg van de liefde voert zo ver mogelijk: Christus trekt ons de eeuwigheid binnen!

Persoon

Wie Jezus zegt, heeft het niet over een theoretisch systeem of een doctrine. Jezus Christus is mens geworden en heeft onder ons gewoond, geleefd, gehuild, gepreekt, geleden. Hij is geen kracht of drive of idee, maar een persoon met gevoelens en een stem, met oren en ogen. Jezus is zelf de bron en het startpunt van dat nieuwe leven. Niet alleen voor mijn persoonlijke heil en geluk – dat ook – maar dat persoonlijke is altijd verbonden met heel Gods goede schepping: de dieren en planten, mijn medemensen, de structuren en verbanden. Kortom, alles komt tot zijn vervulling in Christus, zoals Hij ‘alles op aarde en alles in de hemel’ met God verzoend heeft (Kolossenzen 1:20).

Pelgrim

Dat Jezus de bron is, betekent ook: Hij roept mij net als eens Abraham op weg naar een nieuw en beter vaderland. Niet als een toerist die rondrijdt en geniet van het uitzicht om na de vakantie weer toe te werken naar de volgende rondreis, maar als pelgrim. Ik moet op weg, ik hoor niet thuis op deze nog niet vernieuwde aarde. Niet in het geluk van geld of gezin of kerk of politiek hoor ik thuis. Ik moet op weg, en op die weg word ik steeds opnieuw een ander mens.

Tenminste, wanneer ik die weg met Jezus blijf gaan. Want steeds opnieuw moet ik zijn stem leren verstaan. De schapen kennen wel de stem van de goede herder (Johannes 10), maar dit schaap kan heel Oost-Indisch doof zijn… Op de weg van de liefde word ik vaak tot de orde geroepen, maar altijd vanuit een onvoorstelbaar diepe bewogenheid. Nooit afstandelijk, kortaf, onduidelijk – maar vanuit liefde roept Hij mij. Hij weet hoe ik zonder zijn roepstem uiteindelijk mijn doel zal missen, uit bronnen ga drinken waarvan het water bedorven is, gekwetst zal raken, geen echte hulp zal krijgen, laat staan dat ik hulp zou kunnen geven. Kortom, ook onderweg zal ik mijn levenskracht bij deze bron moeten zoeken en nergens anders, hoe aanlokkelijk de alternatieven ook mogen lijken.

2 De weg is een voortdurend leerproces

Het tweede perspectief op de weg van de liefde is dat het een leerweg is. Discipelschap (leerling zijn) is een bekende term, maar de nadruk op blijvend leren is in onze tijd van grote veranderingen extra waardevol. Discipelschap is geen hype, het is eenvoudig Jezus’ opdracht. Hij zegt dat we ons moeten houden aan alles wat Hij ons heeft opgedragen (Matteüs 28:20). Dit ‘leren onderhouden’ moeten we dan wel léren – het gaat niet vanzelf. Er verandert veel in de kerk en juist dan moeten we veel opnieuw ontdekken: wat is de kern van het geloof, wat is bijzaak (of zelfs bijgeloof), welke vorm past bij die kern en raakt namens God de harten van mensen, enzovoort?

Zo’n leerproces is ook een proces van ingroeien in het geheim van een groep mensen die door God is uitgekozen om mijn medereizigers te zijn. Je leven gaat fors overhoop als je onderdeel wordt van het reisgezelschap van Christus. De kerk is immers geen vereniging van belanghebbenden, maar een geloofsgemeenschap waarbinnen een mens moet worden ingewijd, zo schrijft Gerben Heitink in zijn boek Een kerk met karakter. Als we met Paulus zeggen dat liefde een weg is die wij moeten leren gaan, dan verandert er iets in onszelf en in onze kijk op de kerk. We zijn geen vereniging met leden die samen wat leuke activiteiten organiseren en zich daarbij houden aan een reglement van orde. We zijn met huid en haar geroepen om nieuwe mensen te worden.

Samen onderweg moeten we ons aanpassen aan het klimaat en het landschap. Zoals wel vaker in de geschiedenis veranderen deze tegenwoordig snel en ingrijpend. Juist dan is onderwijs belangrijk: wat is er aan de hand, waarom gebeurt dat, hoe kunnen we dat duiden en wat vinden we ervan? Om vervolgens te kijken wat we eraan kunnen doen.

3 De weg is een echte weg

Dat leren is meer dan het opdoen van feitjes. Je kunt deze weg niet uit boeken leren, of in virtual reality gaan. De weg van de liefde kun je alleen maar lopen in jouw eigen echte leven, met alles erop en eraan.

De meeste ouderen leerden 25 jaar geleden niet uit een boek of handleiding hoe ze moesten e-mailen. Hun kinderen of kleinkinderen leerden het hun, soms waren het studenten in een bejaardenflat. Gewoon beginnen, met een beetje hulp, en veel oefenen – en uiteindelijk was het resultaat dat ze met hun kleindochter in de VS konden mailen. Precies zo’n leerstijl hebben christenen vandaag nodig. Sta in de praktijk van elke dag, ervaar wat er kan gebeuren en probeer daar zo goed mogelijk op te reageren. Het is een beetje onwennig misschien, maar zo’n leerstijl helpt wel enorm in deze fase van het kerk zijn. Volgens de leercirkel van Kolb zijn er vier manieren waarop we leren:

Je kunt van nature een doener zijn: dan begin je je Ikea-bouwpakket in elkaar te zetten zonder eerst de gebruiksaanwijzing helemaal door te lezen; vaak lukt dat prima! Je kunt ook een nadenker zijn, die juist begint met het lezen van de instructies, maar bij wie de praktijk niet automatisch goed lukt… De waarnemer kijkt vooral over de schouder van anderen: hoe doen zij dit of dat? Om vervolgens zelf aan de slag te gaan. De toepasser, ten slotte, vindt het belangrijk om vanuit de theorie in de praktijk oplossingsgericht aan de slag te zijn. Niemand leert uitsluitend op één manier, maar iedereen heeft wel een eigen voorkeursstijl.

Wat zou het waardevol zijn wanneer de gemeente van Christus voor deze vier christenen met ieder hun eigen leerstijl een leerplaats is om liefde te leren, om kerk zijn te leren. Dan zijn er dus sommigen die lezen en studeren, hebben anderen de gave van het onderscheiden, en zijn er weer anderen die gewoon ‘doen’: als er iets ergs gebeurt, brengen zij een pan soep. Allemaal staan ze voor de uitdaging om hun leven (met hun eigen leerstijl) te laten vernieuwen vanuit de bron.

Miniwijk

Concreet heeft dit twee consequenties.

  1. Als ik de weg van de liefde wil gaan – met vallen en opstaan – dan helpt het om te weten waarom ik doe wat ik doe. Wie ben ik, waar ben ik goed in, wat zijn mijn motieven en mijn idealen, wat speelt hierbij misschien van vroeger nog een (positieve of negatieve) rol?
  2. Dat vraagt om veel ontmoeting waarin we onze ervaringen met God met elkaar delen. Dat is meer dan ‘praten over’. Recente boeken over discipelschap wijzen ons een zinvolle weg (zie de literatuurlijst). Leerlingen van Jezus leren elkaars geloofsverhalen delen, leren ontdekken vanuit welke pijn of welk verlangen de ander iets zegt, leren open te zijn over de eigen motieven, leren oprechte belangstelling te hebben voor de motieven van de ander. Ik leer ervan als ik mijn huis-tuin-en-keukenleven deel met een ander uit de miniwijk. Die echte ontmoeting blijft lastig en kwetsbaar, maar wat is die waardevol! Want zo ontstaat er iets authentieks en wordt geloven veel meer dan alleen ‘nadenken over’.

4 De weg is samen vieren

Al doende blijkt die weg van de liefde knap ingewikkeld. In theorie is het zo’n mooie weg, maar de praktijk is weerbarstig. Alleen als we de werkelijkheid in al haar complexiteit in gebed bij de Heer brengen, zullen we in staat zijn er iets van te begrijpen. De waarde van dit themanummer van OnderWeg ligt in de stimulansen die het biedt om de weg van de liefde te leren, te doen en te gaan.

Het volk Israël leerde dat met vallen en opstaan. Je kunt de geschiedenis van de uittocht en de woestijnreis van veertig jaar samenvatten als: Gods volk gaat de weg van de liefde. God zegt aan het begin dat Hij het volk bij elkaar wil hebben om in de woestijn Hem te aanbidden (Exodus 3:18). Uiteindelijk staat het volk ook bij elkaar rond de berg van de HEER. Op de bevrijding volgt de liturgie – en vanuit de liturgie gaan ze het beloofde land binnen om daar te werken en te leven. Er is een nadrukkelijk verband tussen de viering en het gewone leven, stelde de vorige paus Benedictus (Der Geist der Liturgie, 2013).

De schrijver van de Hebreeënbrief herhaalde dit motief: wij staan opnieuw bij een berg! Niet meer de Horeb, maar de Sion. Vanuit het bevrijdende kruis op Golgota is Christus’ gemeente geroepen om de wereld in te gaan, op de weg van de liefde.

De samenkomst op de dag van de Heer is op die weg een waardevolle pleisterplaats. Daar vieren we samen Gods liefde in de maaltijd, gedenken we bij brood en wijn onze Heer. We zingen, bidden, danken en klagen. We prijzen onze schepper, verlosser en heiligmaker. Zo is de zondagse samenkomst concentratiepunt op de weg van de liefde. Natuurlijk kan liturgie ouderwets worden of een gewoonte, maar wie werkelijk de weg van de liefde gaat in navolging van Jezus zal dergelijke pleisterplaatsen nodig hebben om de verbondenheid met de Heer en met elkaar te vieren.

Dit artikel is gepubliceerd in OnderWeg van 4 november 2017

Hans Schaeffer

Hans Schaeffer

Is als gedreven theoloog en onderzoeker bezig op het snijvlak van theologie en praktijk. Was acht jaar predikant in Wageningen, heeft gestudeerd in Kampen, Tübingen en Londen. Wil mensen leren nadenken en bezinnen, om daardoor te verbinden. Geeft les aan de TU in Kampen, houdt lezingen en doet praktijkonderzoek.