‘Je hebt elkaar niet uitgekozen, maar je moet wel met elkaar verder’. Woorden uit een studie over het gedrag van mensen. Een zin die we ook vaak tegen elkaar zeggen in de kerk. Maar het was een studie die de NS had laten uitvoeren over hoe mensen zich opstellen in een treinstel. De studie noemt dan ook dat er onder de passagiers een enorme diversiteit is.

Dat klopt: bij mijn laatste treinreis zat ik bij twee mensen uit de States, op weg naar Schiphol, een gitarist met zonnebril, een dame van middelbare leeftijd die zich zo klein mogelijk maakte naast de gitarist, een man die op weg naar zijn werk alvast de mail doornam en een stel grootouders, luidruchtig op reis met kleinzoons naar een kindvriendelijke bestemming. Eigenlijk is zo’n trein de samenleving in het klein. En dan komt de vraag: hoe hou je het met elkaar uit. De studie is daar helder over: het publieke karakter van het treinstel veronderstelt dat je de nodige afstand houdt. Je ziet dat ook aan de manier waarop de trein zich vult: het gaat om tweepersoonsbankjes, maar de andere plek wordt pas gevuld als het nodig is. Als je in een heel drukke trein dicht tegen elkaar moet staan, draagt dat niet bij aan het plezier van de reis, zeker niet op een warme zomerdag.

Publiek en privé
Daarbij gaat het niet alleen om lijfelijke afstand. Ooit zat ik in een trein waarin FC Groningensupporters luidruchtig en vochtig een wat zeldzame overwinning van hun club vierden: het treinstel werd even een clublokaal en wie geen fan was van die club kon beter een andere plek opzoeken. En het kan je ook overkomen dat in je directe nabijheid een aantal mensen uit de gezondheidszorg helder articulerend bespreken wat ze tegenkomen in de praktijk, en niet als anonieme casus. Het veroorzaakte ook even een politiek stormpje toen twee leden van het Drents bestuur in het Fries dingen bespraken die ze liever niet in de krant zagen. Wie op reis gaat met de trein, mag verwachten dat zijn medepassagiers het publieke karakter van de trein erkennen om het voor elkaar plezierig te houden.

Een publieke samenkomst
Ook in de kerk heb je elkaar niet uitgekozen. Je moet daar achteraan niet zeggen: maar God heeft ons wel uitgekozen, want Hij deed dat niet op grond van wat we hebben gepresteerd. We spreken Paulus na dat dit puur zijn welbehagen is. Je hoort dat ook als je voor uitverkiezing een moeilijk woord gebruikt. Dan spreek je van electie, en niet van selectie. Het laatste doet de voetbalclub, voor het eerste elftal: de beste voetballers worden geselecteerd. Je bent bij elkaar geplaatst in de kerk. Tot nu toe kwam dat vooral naar voren in het principe dat de kerk lokaal georganiseerd is: alle gelovigen, hoe verschillend ook, in een stad of dorp horen bij dezelfde plaatselijke gemeente.
En dat houdt net als bij de trein in dat er een geweldige diversiteit binnen die gemeentes is. Sociaal: de directeur zit naast de arbeider in zijn fabriek en in de kerk zijn ze in status gelijk. Maar ook op andere manieren komt die diversiteit naar voren: in ideeën en in de beleving van het geloof.
Houdt dat ook in dat je om met elkaar verder te kunnen een zekere afstand moet bewaren? Dat zei ooit een oudere zuster tegen mij: gemeenschap van de heiligen vraagt ook vaak om een gezonde afstand. En je kunt het elke zondag zien aan de manier waarop een kerkzaal zich vult: eigenlijk net als een treinstel. Mensen gaan wat uit elkaar zitten, blijven hooguit als gezinnen bij elkaar en pas als het druk wordt, worden de lege plekken opgevuld. We zeggen dan ook dat we naar de kerk gaan om God de Heer openlijk, dus publiek, aan te roepen. Dat is niet alleen een openlijke belijdenis van je geloof door naar de kerk te gaan, maar je maakt ook ruimte voor elkaar. Ook dat is een belijdenis.

Van publiek naar privé
Geloof in Nederland is een privézaak geworden. In het publieke domein speelt het amper nog een rol, alleen een negatieve, bang als we geworden zijn voor ‘fundamentalisten’ van allerlei slag. Maar zou het kunnen zijn dat met de privatisering van het geloof ook de gezamenlijke beleving in de kerkdienst geprivatiseerd wordt? In de jaren negentig verschenen er al artikelen over de perforatie van gemeentegrenzen. Het is allang niet meer vanzelfsprekend dat je na verhuizing lid wordt van de plaatselijke gemeente. En als je het in je eigen gemeente soms te modern of te ouderwets vindt, krijg je soms, al dan niet in bedekte termen, het advies: dan ga je toch naar de buren. Het wordt dan: we hebben elkaar niet uitgekozen en we hoeven ook niet met elkaar verder. We gaan wel verder met gelijkgestemden. Zo neem je wel afstand van wat eeuwenlang een belangrijk uitgangspunt was voor de plaatselijke gemeente. Dat kan natuurlijk, dat is in de geschiedenis van de kerk wel vaker gebeurd. Maar het is wel goed om daarover met elkaar na te denken en het niet zomaar te laten passeren. Laat de kerk geen club worden.

Kerk en kring
Ook sinds de jaren negentig zijn de kringen binnen de kerk in opkomst. Ze komen tegemoet aan de behoefte om in kleinere kring dingen, ook persoonlijke dingen, met elkaar te delen. Ze zijn meer privé dan de publieke samenkomst. Vaak is er de duidelijke bedoeling om pastoraal naar elkaar om te zien. En dat vraagt ook om vertrouwelijkheid.
In het licht hiervan is het dan belangrijk om goed af te spreken wat de bedoeling is van de kring en hoe je dat organiseert. Als je dat namelijk doet op een geografische basis: de mensen bij elkaar in de buurt vormen een kring, vraagt dat weer om afstand. Dat kan prima als het eerste doel Bijbelstudie is, maar kan gaan wringen als het in de kring vooral gaat om onderling pastoraat. Het Handboek Kringleiders werkt dat ook uit. Ik kan dat in dit artikel alleen aanstippen: welke organisatievorm hoort bij welk doel dat je ermee wilt bereiken. Het ging mij om de veranderende functie van de kerkdienst en van de gemeente in een veranderende samenleving.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 14 mei. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)