Eind vorig jaar heeft de sportschool die ik bezoek om niet verder in te zakken, de apparaten vernieuwd; de oude waren versleten. Leuk, zou je zeggen. Weer een heel andere uitstraling. Maar veel generatiegenoten hadden er toch wat moeite mee. Je moet oefeningen weer opnieuw aanleren en je moet harder werken om dezelfde gewichten te gebruiken. Je wordt geconfronteerd met het feit dat dit voor een twintigjarige toch wat gemakkelijker is dan voor een zestigjarige. Zo werkt dat bij mensen en op zichzelf heeft dat niets te maken met goed of slecht, wel met veranderingen die je losschudden uit je routines. Neem dat is mee naar de kerk. Daar gaat ook bijna alles anders dan toen ik opgroeide in de jaren zestig. Het kan daarbij gaan om heel principieel geladen zaken, maar vaak gaat het ook om heel gewone dingen waarover ooit in het verleden afspraken zijn gemaakt, maar die op zich ook anders kunnen. Niets om over wakker te liggen; alleen maar lastig voor wie gezien de leeftijd wat meer moeite heeft om nieuwe routines aan te leren. Laten we bij wat vliedt of bezwijkt maar een beetje nuchter blijven: getrouw is de Heer.

Rituelen
Een ander aspect van de sportschool is dat die barst van de rituelen. Je moet een aantal voorgeschreven handelingen op de juiste wijze uitvoeren en als je dat niet doet, staat de instructeur m/v al bij je: mag ik je een tip geven? Zo wordt liturgie in de kerk ook omschreven: een aantal voorgeschreven handelingen en woorden die in de juiste volgorde gedaan of gesproken worden. En elk kerkgenootschap heeft daarbij zijn eigen rituelen, ook als ze op zijn hardst ontkennen dat daarvan sprake is. Dat zit in taalgebruik, in de opbouw van een dienst, in de passende gebaren, noem maar op. Net als het dagelijkse leven ook vaste gewoontes kent: voor de koffie niet zeuren (en daarna liever ook niet). Er is helemaal niets mis mee, zolang je maar beseft, waarom je het doet. Daarom vragen ze op de sportschool wat je doel is. Mijn doel (zie boven) vraagt om andere voorgeschreven handelingen dan dat van mijn buurman die graag wat ballast wil lozen.
In de kerk is het net zo: waarom doe je de dingen, tijdens een kerkdienst, zoals je ze doet. Het ultieme doel is altijd: God de eer geven die Hem toekomt, of je nu Hem prijst met blijde galmen of een praisedienst belegt. Daarnaast heeft elk onderdeel zijn eigen doel. En dan zijn er ook nog neveneffecten. Wie van harte zingt, zal merken dat het van alles losmaakt; het raakt je lichaam en ziel. Mooi. Wat anders wordt het als je mensen uitnodigt voor een praiseavond met als reden dat je op die manier dicht bij jezelf komt. Dat kwam ik kort geleden tegen en dat schuurt met het ultieme doel.
Waar terecht voor gewaarschuwd wordt, zijn lege rituelen. De dingen die je doet omdat het zo hoort, terwijl de betekenis weggezakt is. Of de automatische piloot waarmee je een programma afwerkt en je je op een gegeven moment afvraagt: hoe ver zijn we nu? Het is langs me heengegaan. Sleur of bijgeloof, stond in het doopsformulier. De dood voor de kerk. Wel een kanttekening. Soms kun je, bijvoorbeeld van een concert, of van lekker eten, of van seks intens genieten en de volgende keer wil je hetzelfde ervaren. Maar er is geen garantie dat er een herhaling komt. In een kerkdienst gaat het net zo. De ene keer raakt het je diep; een andere keer is het hooguit interessant. Bij de sportschool zit de kracht in de regelmaat waarmee je oefent. Met eten stop je ook niet. Maar met kerkgang…

Steeds leuker?
Er is nog een punt van vergelijking tussen de sport en de kerk, of, wat breder, geloven. Dat wordt nogal uitgewerkt in het nieuwe testament. En dat is het punt van inspanning. Zie Hebreeën 12. Daar wijst de schrijver op hardlopers die de pijngrens opzoeken om maar de wedstrijd uit te lopen. En hij roep de gelovigen op om dat ook te doen: jullie hebben nog niet tot bloedens toe gestreden. En Paulus zegt vaak dat geloven betekent dat je deelt in het lijden van Christus om ook te delen in Zijn heerlijkheid. Heel opvallend. Geloven heet ook wel wandelen met God en dat is in onze cultuur een ontspannen bezigheid: ’s zondags na het eten gaan we een eindje wandelen. Maar in de nieuwe Bijbelvertaling komt het woord niet terug bij Henoch die in de oudere vertalingen wandelde met God. Terecht niet. Wandelen met God is een taalkundig wat verouderde uitdrukking voor leven met God. Dat is heel wat meer dan het eindje wandelen in het park. Denk aan een ook wat ouderwetse uitdrukking: de gereformeerde levenswandel. Dat gaat om de manier van leven in de breedte, en die gereformeerde levenswandel kon heel inspannend zijn.
Geloven vraagt om de bereidheid te lijden, om vol te houden en niet op te geven. Op dat punt komt de sport in beeld. Ik weet wel, je vindt in de brief aan Timoteüs ook de uitspraak dat oefening van het lichaam weinig waarde heeft (1 Tim. 4: 8). Paulus vergelijkt daar: kijk eens hoe mensen zich inspannen op de sportschool, voor iets dat voorbijgaat. Als je nou eens ook zoveel energie zou steken in de opbouw van het geloof.
Waarom wijs ik hierop? Omdat het Nederlandse publiek in de maand van de spiritualiteit als beste boek daarvoor gekozen heeft voor ‘Steeds leuker’ van Jelle Hermus. Het boek heb ik niet gelezen (ga ik ook niet doen), maar Hermus heeft al tijden lang een website, met hetzelfde doel. (soChicken.nl) En naar aanleiding van de verkiezing van zijn boek, is hij geïnterviewd door het dagblad Trouw. Natuurlijk staan er waardevolle dingen in zijn verhaal. Het gaat bij hem om kleine stapjes die je kunt zetten, ook als je leven heel beroerd is. Het is een echt zelfhulpboek. Eigenlijk een seculier welvaartsevangelie. Op de vraag wat er spiritueel is aan zijn boek, antwoordt hij: “Dat hangt af van je visie op spiritualiteit. Naar mijn idee draaien de verschillende spirituele tradities allemaal om de vraag hoe je je anders kan gedragen, zodat je een beter mens wordt, die leeft met meer compassie, liefdevol. Dat overlapt met spiritualiteit.” Trouw bericht dat zijn benadering ook veel jongeren aanspreekt.

Je kunt daar uiteraard nog veel meer van zeggen. Het past wel bij wat in onze tijd naar voren komt: je moet het zelf kunnen doen en het moet liefst heel erg leuk zijn. Terecht komt dan voor de kerk ook de uitdaging naar voren om het geloof te laten landen in het dagelijks leven. Dat is de strekking van het boek van Philip Troost (Gewoon God) die veertig woorden geeft om God tegen te komen in het alledaagse. Het boek was ook genomineerd voor dezelfde prijs. In de benadering ‘steeds leuker’ mis ik de diepgang van bijvoorbeeld zondag 33 in de catechismus, die bekering omschrijft als oprecht berouw over je zonden en tegelijk hartelijke vreugde in God door Christus. Beide gaan daar samen op. De donkere stem van je berouw (Psalm 51) blijft je leven klinken naast de uitzinnige jubel over je verlossing (Zefanja 3).

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 17 februari 2018. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)