Soms zie ik Paulus voor me: hij loopt heen en weer in zijn gevangeniscel en dicteert de ene brief na de andere. Hij heeft net die aan Laodicea af en begint aan de mooie aan de Kolossenzen. De laatste is in de Bijbel terechtgekomen; de eerste wordt wel genoemd, maar kennen we niet. Of neem Lukas. Hij begint zijn evangelie met de vermelding dat veel mensen al geprobeerd hebben het leven van Jezus te beschrijven. Veel. Dat is meer dan de twee voorgangers /tijdgenoten van hem die we kennen: Matteüs en Markus. Wat in de Bijbel tenslotte terechtgekomen is, vormt maar een fractie van wat er was. Welke lijn zit in de Bijbel?

Neem nog weer even Paulus. Had hij, toen hij bezig was, het besef dat zo langzamerhand het Nieuwe Testament ontstond? Hij worstelt met zijn gedachten en zijn zinnen en citeert vol eerbied het Oude Testament. Hij schrijft vanuit zijn opdracht als apostel, maar dat betekent niet dat hij bewust een aanvulling schreef op de ‘Schrift’, zoals het Oude Testament in het Nieuwe aangeduid wordt. Pas later is een verzameling brieven van hem bij elkaar geplaatst in de canon van het Nieuwe Testament – en op één lijn gekomen met, laten we zeggen, Jesaja

Een bibliotheek?

Het is inmiddels gebruikelijk om te zeggen dat de Bijbel een bibliotheek is. En dat heeft ook veel moois. Daardoor zie je de verscheidenheid van de Bijbelschrijvers, voorzover bekend, en dat helpt vaak om iets dichter bij de strekking van de teksten te komen. In de Bijbeluitleg van de laatste honderd jaar komt dat ook naar voren.

Maar in de afgelopen tijd las ik een paar keer een verhaal waarin die aanduiding van de Bijbel als bibliotheek eigenlijk ervoor diende om binnen die bibliotheek je eigen keus te maken. In een bibliotheek staan boeken bij elkaar, gerangschikt op onderwerp, of op schrijver, of op binnenkomst. Maar ze hebben soms weinig met elkaar te maken en kunnen elkaar ook best tegenspreken. Ook als je zo’n boekenverzameling bewust samenstelt, is het min of meer toevallig wat je vindt. Soms ben je jaren op zoek naar een boek en het is niet gezegd dat je het vindt. Zo zijn er tegenwoordig nogal wat theologen die de Bijbel op die manier bekijken: als een min of meer toevallig ontstane bibliotheek, waar in de tijd van de boekdrukkunst een bandje om heen gedaan is. We kijken naar één van hen.

Andries Knevel, Ruben van Zwieten en Max Pam

Drie heren die met elkaar een gesprek voeren in het opinieblad HP de Tijd. Twee christenen en een atheïst, Max Pam. Maar wat een verschil tussen die andere twee. Andries Knevel, bekend van de EO en Ruben van Zwieten, bekend van zijn project op de Zuidas, de samenklontering van financiële ondernemingen in Amsterdam. Terzijde: hij was niet zo goed op de hoogte van de huidige denkwijze van Andries Knevel over schepping en evolutie. Maar waar het om gaat, is de manier waarop Ruben van Zwieten zelf zijn visie onder woorden brengt: ‘Wat ik fascinerend vind aan mijn eigen generatie en die eronder, is dat ze daar niet mee bezig zijn. (Met de vraag of God bestaat). Ze zoeken verhalen, ankers, om een mensbeeld te vormen. Om te weten: wat maakt een mens mens? Die vraag is ontzettend prangend, en die wordt heel diep beleefd.‘ En daarbij helpen de verhalen uit de Bijbel. Je kunt je daaraan spiegelen. Maar wie God is? In ieder geval is die van Ruben van Zwieten niet die van Andries Knevel: ‘Ik ben niet bezig met wie mijn God is, maar ik leef wel met het verhaal van de Bijbel. Ik leer die God van die Bijbel kennen door die verhalen heen. Maar de God van Knevel is in ieder geval niet mijn God.’ En tijdens het hele gesprek probeert Andries Knevel uit te leggen dat Ruben van Zwieten bezig is met een karikatuur van Andries en het klassieke geloof. De nadruk op het verhaal van de Bijbel, de dichterlijke kracht ervan, maakt ook dat hij een tekst uit Leviticus zomaar kan negeren: dat is een wetstekst. Die hoort niet bij het verhaal. (Het gaat dan om die lastige tekst over homoseksueel gedrag in Leviticus 17.)

Verhaal en historie

Dood is dood, volgens Max Pam en op een bepaalde manier ook voor Ruben van Zwieten. Hij zal mensen niet wijzen op het hiernamaals. Voor Andries Knevel ligt dat anders. Hij wijst erop dat het in de Bijbel niet alleen gaat om de verhalen, maar ook om historie (Een aantal jaren geleden heeft hij in de Volkskrant een uitvoerig artikel geschreven over de opstanding van Christus als feit.) En dan krijg je in de Bijbel een ander verhaal. Dan loopt er een rode draad door de Bijbel. Daar vroeg hij aandacht voor. Dat is ook klassiek gereformeerd. Binnen de vrijgemaakte kerken was lang de heilshistorische benadering van de Bijbel toonaangevend. Hoe laat God op een bepaald moment van de geschiedenis in die geschiedenis weer iets van zijn grote reddingsplan in Christus zien. Het was een reactie op een benadering waarin de link naar vandaag gezocht werd in een psychologische parallel en de Bijbel een boek van voorbeelden werd. Zo modern is de benadering van van Zwieten dus ook weer niet, al gebeurde het honderd jaar geleden natuurlijk in de trant van die tijd. In die reactie is wel eens vergeten dat er ook die andere kant is, die menselijke. Toch verbind ik met Knevel graag beide met elkaar. In de geschiedenis van Gods weg met zijn volk komt het verhaal tot zijn recht en in de doop wordt mijn levensgeschiedenis die van Christus – en andersom.

Leven in 2019

Het lastige is dat iedere christen beseft dat er een kloof is tussen het evangelie en de mens. Dat is vandaag zo, en in de Bijbel zelf vind je dat het ook in de tijd van Paulus zo was. En we zien hem worstelen om aan de ene kant aan te sluiten bij de denktrant van zijn tijd, maar aan de andere kant ook niets in te leveren van het evangelie, dat voor de Grieken een dwaasheid is en voor de Joden een ergernis. Je proeft dat ook in het uitvoerige gesprek van de drie heren, waarin de denktrant van nu naar voren komt in de clash tussen natuurwetenschap en geloof (Max Pam en Andries Knevel richten zich daarop), maar ook heel anders in de exclusief narratieve benadering van Ruben van Zwieten, die misschien wel het gelijk van de wetenschap geaccepteerd heeft en op zijn manier probeert te redden wat er te redden valt van de Bijbel. Voor iedereen blijft het zoeken naar een echt gesprek met de mensen van nu, waarin je hen recht doet zonder het evangelie te veranderen.

De rode draad van Gods liefde

De Bijbel als bibliotheek waarin je kunt shoppen? Prima om de verscheidenheid te zien. Er is meer. Mijn collega bij het Praktijkcentrum Ingrid Plantinga schreef samen met Willemijn de Weerd een prachtig boekje voor wat oudere kinderen: de rode draad van Gods liefde. Korte teksten en zwart-rode tekeningen vullen elkaar aan. Het gaat hen om het volgende: ‘Het (boek, de Bijbel) bevat zo veel verhalen, gedichten en wijsheden dat je er soms in verdwaalt. De rode draad van Gods liefde laat zien dat er één verhaal is dat alles met elkaar verbindt: het verhaal van Gods liefde.’ (Uit de aankondiging). Dat raakt het geheim: wij volgen het lichtend spoor van zijn barmhartigheid, ps 103 berijmd.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 9 maart 2019. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)