“Dat gaat erin als een psalm in een ouderling”, zei mijn collega bij de provincie als iemand een betoog hield dat zijn instemming had. (En hij zei er achteraan: sorry Jan, als je dit spotten vindt.) Ik kende de uitdrukking niet. Later kwam ik erachter dat die oorspronkelijk gebruikt wordt voor iemand die wel heel graag zijn borreltje lust. Dezelfde gretigheid die je bij ouderlingen zag als het om een psalm ging, constateerde je bij wie haast had met het leegdrinken van zijn glaasje jenever.

Als je er dan wat verder over doordenkt, komen er wat vragen boven. Ik kan me niet voorstellen dat iemand het eerste glas jenever lekker vindt. Je moet het leren drinken. (Dit is uiteraard geen aanbeveling van het goedje.) Maar hoe zit het met die Psalmen? Of, breder genomen, met de Bijbel: een variant op de uitdrukking luidt: dat gaat erin als Gods woord in een ouderling. Vind je Bijbellezen de eerste keer spannend? Hoe kom je aan die gretigheid?

Cultuurverschil

We kijken nog even naar die uitdrukking. Dat ik die niet kende, zegt al veel. Met jenever ben ik niet opgegroeid. Dat zat er bij ons thuis niet aan. En ik denk dat mijn familie de uitdrukking toch een beetje spottend gevonden hadden. Hij past meer bij de vrijzinnige hervormde Drenten van de zandgronden dan bij de gereformeerden. Op zich is die uitdrukking wel helder voor wie Psalmen kent, en ouderlingen. Maar je merkt een cultuurverschil. Woorden kunnen daardoor ook een andere betekenis krijgen. Een ander voorbeeld: mijn vrouw kwam daarachter toen ze in een Engels dorp vroeg waar ze haar handen kon wassen. Zo had ze dat geleerd tijdens haar studie: dat zeg je als je dringend naar de WC moest. Prompt kwam men aanzetten met een bak water en een handdoekje. Bij de ‘gewone’ mensen werkte die keurige omschrijving niet.
Datzelfde zie je bij de uitdrukking over de Psalmen en de ouderling. De cultuur van jenever drinken is echt iets van vroeger, maar de uitdrukking kreeg van mijn collega een nieuwe betekenis in een professionele setting waarbij het woord borrel overigens wees op een glaasje fris aan het einde van de werkdag. De betekenis werd uitgebreid: van de behoorlijk bedenkelijke drankzucht naar de gretigheid waarmee je met iemands woorden instemt. Zo gaat dat met woorden. Ze krijgen hun waarde in het gebruik

Psalmen zingen

Terug naar die ouderling. Die heeft die mooie taak gekregen, omdat hij opviel door zijn Bijbelkennis. Hij moet, volgens het Nieuwe testament, in staat zijn anderen te onderrichten in de boodschap. En dat helpt hem om die psalmen te zingen. Oude woorden krijgen daarbij een nieuwe betekenis.
Neem nou Psalm 98. Een psalm die traditioneel in de kersttijd gezongen wordt. Een prachtig lied over God die omziet naar zijn volk. Een lied ook vol beeldspraak over bergen die in de handen klappen. Maar Jezus wordt in die psalm niet genoemd. Als je daarover nadenkt en in deze weken die psalm zing, zijn er minstens twee bewegingen die je maakt.
De eerste is dat je je ervan bewust bent dat wat die Psalm zegt over God die dacht aan zijn genade, werkelijkheid wordt in Jezus. Dan ben je overigens in het goede gezelschap van zijn moeder die in haar lofzang zinspeelt op Psalm 98:

Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar,
zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd:
hij herinnert zich zijn barmhartigheid
jegens Abraham en zijn nageslacht,
tot in eeuwigheid.’ (Lucas 1: 54,55)

Maar ze haalt de psalm niet rechtstreeks aan. Alleen wie de Bijbel kent, herkent de zinspeling. De woorden krijgen daarmee wel een nieuwe betekenis. Het was niet de eerste keer dat God omzag naar zijn volk. De dichter van de psalm maakt zijn lied immers over de verwondering en blijdschap van de pas ervaren uitredding. Maria breidt de betekenis uit naar de manier waarop God door haar kind redding brengt.
De tweede beweging die je maakt, valt op als je je bedenkt dat die psalm in de christelijke kerk gezongen wordt. De blijdschap over God die omziet naar zijn volk Israël zet je vrijwel moeiteloos over naar een oecumenische betekenis, waarin je blij bent met Jezus als de heiland van de wereld. Daar geeft de psalm – en de lofzang van Maria – wel alle aanleiding voor, maar een nieuwe betekenis komt naar voren in een gemeenschap, waarbij de rechtstreekse nakomelingen van Abraham niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Alle reden trouwens om met elkaar ook eens grondig na te denken of we Israël niet vergeten. (Zinspeling op een boek over Israël dat een tijd geleden verschenen is.)
Al met al gaat die psalm rond kersttijd er bij de ouderling net zo gretig in als … Maar hoe zit het met de andere kerkgangers?

Bewust – onbewust

Psalmen gaan er niet meer zo gretig in als enkele generaties geleden. Niet alleen vanwege de melodieën uit de zestiende eeuw die we gebruiken (er zijn tegenwoordig alternatieven genoeg). Maar ook omdat het zingen ervan een bijbelkennis veronderstelt die niet vanzelfsprekend aanwezig is. Vroeger trouwens ook niet. Je moet als het ware heel bewust met de Bijbel bezig zijn om onbewust als nieuwtestamentische gemeente die liederen van het oude verbond te zingen en als christenen God te loven met Abrahams kinderen samen (liedboek 1973: 434). Als straks Psalm 98 op de beamer verschijnt (in een andere cultuur zou je zeggen: psalmbordje) gaat niet alles door je hoofd wat hierboven kort aangeduid is. Maar het hoort bij het werk van de heilige Geest dat je je kunt vinden in die oude woorden en al zingend je verbonden weet met het grote verhaal van God, waarbij je als mens van de 21e eeuw je plaatsje gekregen hebt.
En wat voor Psalm 98 geldt, kun je net zo goed uitwerken voor andere psalmen. Soms is die toe-eigening van de oudtestamentische woorden zomaar te maken; bij andere psalmen voel je een weerstand: er zijn ook wraakpsalmen. Het opvallende daarbij is dat bijvoorbeeld Psalm 2, over het verzet van de volken tegen de gezalfde van de Heer, in tegenstelling tot psalm 98, wel rechtstreeks aangehaald wordt in het nieuwe testament: Hij zal de heidenen hoeden met een ijzeren staf. En dat staat er een aantal keren. Het is goed om bij zo’n psalm je bewust te worden van de hermeneutische slag die je maakt voor je als nieuwtestamentische christen die woorden zingt. Oeps, nu valt het beladen woord hermeneutiek toch.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 9 december 2017. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)