Bij de kringloop vond ik het album Flying colours van Chris de Burgh, uit 1988. Een van de titels intrigeerde mij. Een song over the risen lord, de opgestane Heer. Ik wist dat hij christen is; zag hem ooit bij Songs of Praise, het religieuze programma van de BBC. Maar wie denkt dat het gezien de titel om een vergelijkbaar lied gaat als opwekking 354 (Glorie aan God) heeft het mis. Als ik dat opwekkingslied opgeef voor een kerkdienst, gaat het dak eraf, ook in een doorsnee gemeente binnen de vrijgemaakte kerken. Het is bij de Burgh een ingetogen liedje, met heel andere accenten.

De vreemdeling

Christopher Johan Davison (de ‘echte’ naam van de zanger) zingt over zijn ontmoeting met een vreemdeling die het op de weg bijna niet volhoudt. Hij helpt hem met de last die hij meedraagt, maar hoe verder ze gaan, hoe zwaarder de last wordt: ‘ik heb het gewicht van een andere wereld gevoeld’. Een verwijzing naar de Christophoruslegende: de reus die mensen de rivier over helpt, in zijn leven op zoek is naar de machtigste koning, en op een dag een kind naar de overkant moet dragen. Maar dat kind wordt zo zwaar dat hij het bijna niet haalt. Het kind blijkt Christus te zijn, die de last van de wereld meeneemt. Christophorus besluit deze koning te volgen.

Overwinning

Waar zie je de opgestane Heer? Hij is opgestaan in heerlijkheid, maar het is als het ware nog versluierd. Vergelijk bijvoorbeeld het visioen van Johannes op Patmos (Openbaring 1) met de manier waarop de evangeliën schrijven over de ontmoeting van de vrouwen en discipelen met Christus na de opstanding. In Openbaring 1 is het een en al heerlijkheid en majesteit wat Johannes ziet. Maar in die dagen tussen opstanding en hemelvaart zien we de menselijke Christus, met de littekenen van de kruisiging nog in zijn handen. Hij laat geen twijfel bestaan aan zijn macht, maar de volle openbaring ervan wacht nog. Waar zie je dan de opgestane Christus en hoe dien je Hem? (Ik weet ook wel dat het er na de opstanding om ging om de vertrouwelingen van Hem te laten merken dat het echt om dezelfde gaat, maar dat aspect laat ik nu even liggen. )

De minste van mijn broeders

Christus zelf geeft in zijn lange afscheidsrede in Matteüs aanwijzingen voor het dienen van Hem, zie hoofdstuk 25. ‘Ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.’ En dan blijkt het te gaan om wat je doet voor de meest onaanzienlijken van zijn broeders of zusters. Je kunt daarbij nog lang praten of het dan gaat om je inzet voor vervolgde christenen of dat je het ook mag betrekken op je meevoelen met iedereen in nood. Maar de strekking is wel duidelijk: in die mens in nood ontmoet je de opgestane Heer. En Hij, de vleesgeworden barmhartigheid, oordeelt bij zijn komst in heerlijkheid naar wat je gedaan hebt voor die minste van zijn broeders.

Het woord is dichtbij

Moet je dan een soort moeder Theresa worden? Er zijn van die uitzonderlijke mensen die op zo’n voetstuk staan dat ze torenhoog boven de gewone mensen uitsteken. Of dat beeld terecht is, blijft de vraag. Was zij ook niet gewoon iemand die met de haar gegeven gaven deed wat haar hand vond om te doen? En dat is nu typisch wat Jezus volgen betekent. Mozes en Paulus wijzen daarop. Je hoeft niet de hoogste berg te beklimmen, of in de diepzee af te dalen om God te dienen. Je hoeft niet het onmogelijke te doen. Het woord is dichtbij. (Deuteronomium 30:11 en Romeinen 10: 8). Bij Mozes gaat het om de geboden en bij Paulus om geloof. Prachtig hoe Paulus een nieuwe betekenis geeft aan de oude woorden en ons helpt om geloof en leven met elkaar te verbinden. En ook bij hem vind je, een paar hoofdstukken verder, hoe dichtbij in het leven Christus te vinden is. Zijn koninkrijk bestaat in liefde, vrede en gerechtigheid. Op een andere plek noemt hij dat de vrucht van de Geest.

In alle voorlopigheid

Natuurlijk zing je met Pasen uit volle borst over de overwinning van Christus: geprezen zij de Heer die eeuwig leeft (Opwekking 44). En je viert met elkaar de verwachting van Zijn grote toekomst, van zijn rijk dat geen einde heeft. Het besef van Zijn overwinning mag je meenemen je leven in. Elke week begint met de zondag, de dag van Zijn opstanding en de dag waarop de zon van de gerechtigheid over ons ons leven gaat stralen. (Maleachi 3: 20.) In de laatste regels twee voorbeelden van hoe christenen andere dingen belangrijk vinden dan in deze wereld meestal gebeurt. Het opwekkingslied gebruikt de (vereenvoudigde) melodie van het brallerige en nationalistische lied Rule Brittannia en de zondag was voor de christelijke betekenis ervan gewijd aan de zonnegod. Je leeft in deze wereld en tegelijk laat je iets zien van de voorlopigheid ervan. Rule Brittania wordt bijna komisch gezien het Brexitgestuntel in het Britse parlement. Maar het loflied op de Heer die eeuwig leeft verstomt niet meer.

Leven als christen kan taai zijn. Elke dag weer hetzelfde gevecht tegen dezelfde zonden. Elke keer weer de inzamelacties tegen de honger in deze wereld. Nu eens hier, dan weer daar. Soms door natuurrampen, andere keren vanwege menselijke strijd. Elke keer weer die dakloze die zijn krantje wil verkopen. Je weet van een nieuwe wereld die komt, maar je hebt voorlopig met de oude te maken. God lijkt ver weg. Wanneer komt er wat van?

De kunst van het kijken

Het gaat erom dat je niet cynisch wordt. Niet afgestompt raak en de moed laat zakken. In die mens in nood mag je het gezicht van de opgestane Heer zien. Dat is lastig, want je denkt aan majesteit en glorie. Maar net zoals Hij tijdens zijn korte leven op aarde aanwezig was als mens en slachtoffer van een politiek spel, is Hij nu aanwezig in deze wereld. De evangeliën leggen er de nadruk op dat het voor mensen politiek opportuun was om deze vermeende Heiland aan het kruis te hangen, maar dat Gods plan juist zo doorging. Zou dat vandaag niet net zo zijn? De overste van deze wereld lijkt alles te beheersen en mee te sleuren in zijn eigen ondergang. Intussen werkt de Heer van hemel en aarde door. Wat Hij daarbij van ons vraagt is niet een ingewikkeld strategisch spel, maar gewoon om te doen wat je hand vindt om te doen en te luisteren naar die stille stem van Gods liefde (Henri Nouwen). In het verhaal van Christophorus en in het liedje van Christopher de Burg gaat het om die ontdekking. Je ontdekt de koning van hemel en aarde juist in de weg van de liefde waarin je gewoon mag doen wat op he weg komt.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 20 april 2019. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

 

Brother can you spare me food,
And give me a drink of wine,
I’ve been traveling on this road,
For such a long long time,
I have seen the wonders,
But most amazing of them all,
I believe I’ve seen the face,
Of the risen Lord;

On a night like this there came,
A stranger on the road,
I saw him stumble, heard him fall,
I helped him with his load,
The further that we walked,
Well the heavier it became,
And I believe I’ve felt the weight,
From another world

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)