Er zit iets paradoxaals in de inzet voor een veilige kerk.Voorwaarde voor het werken aan een veilige kerk is de erkenning dat het daarnet als in andere samenlevingsverbanden behoorlijk onveilig kan zijn. Dat zou voor kerken met een gereformeerde belijdenis vanzelfsprekend moeten zijn, maar dat is het niet, gezien de enorme drempel die bijvoorbeeld een pedofiel over moet om binnen de gemeenschap van de kerk hulp en erkenning te vinden. En als je ervoor uitkomt, blijk je, net als de homoseksueel, samen te vallen met je anders zijn. Denk ook aan de penningmeester die het verschil tussen zijn eigen bankrekeningen die van de kerk niet scherp zag. “Hij is toch de man die…”. Het ‘nette’gedeelte van de kerk tegenover “sukn”, zoals ze in Friesland zeggen.

Zelfkennis

Onlangs mochten mijn vrouw en ik een huwelijksdienst meemaken in een hervormd-gereformeerde gemeente. En dan niet een gemeente waar Sela, ook hervormd-gereformeerd, zijn plek zou kunnen innemen, maar een waar ze zongen op hele noten en de vrouwen een hoedje op hadden. Wat ons opviel was het zware accent op zonde en schuld. Ik weet best dat het een leeg ritueel kan zijn, waarin je die zware woorden spreekt, daarna de hoedjes weer in de tas stopt en overgaat tot de orde van de (feest)dag. De dominee moet nu eenmaal zijn werk doen. Ik ga daar niet bij voorbaat van uit. Maar ik werd wel bepaald, om even in het taalgebruik te blijven, bij de verhouding met de Heer. Om even in direct te verwijzen naar de woorden van iemand anders, onlangs: je gaat allemaal een keer dood, en dan kom je voor God te staan. Hoe sta je daar dan? Spreken over zonde en schuld brengt zijn eigen actualiteit mee. En het evangelie over de verzoening ook. Maar dat vraagt wel zelfkennis.

Majesteitsschennis

In Nederland is het verbod op majesteitsschennis afgeschaft. Je mag de koning natuurlijk niet beledigen, maar die bepaling geldt toch al voor iedereen. Dus, wie hem beledigt, wordt, als het al bewezen kan worden,niet zwaarder gestraft dan wie mij beledigt. In de catechismus zit de majesteitsschennis nog steeds. Zie zondag 4. Elke zonde is majesteitsschennis en verdient de zwaarste straf. Ook mijn poppenzonden, om de biechtvader van Luther te citeren.Tussen mensen onderling kun je nuanceren; voor God sta je allemaal gelijk. Christus heeft zijn leven gegeven voor de zonden van de mensen, en niet voor mij een klein stukje daarvan en bijvoorbeeld voor de bekeerde christen vervolger Paulus  een heel groot stuk. Het leven is één, om een bekende GKv-term maar eens anders te gebruiken. Ook dat van Christus. Wel is de bescheidenheid van Paulus opvallend, die zich na zijn bekering niet opdrong aan de gemeenten, maar wachtte tot hij geroepen werd.

Elkaar aanvaarden

Als diezelfde Paulus dan oproept om elkaar te aanvaarden, zoals Christus ons aanvaard heeft, zit daar dat besef onder: Christus heeft zijn leven gegeven voor die ander, evengoed als voor mij. Ook voor die ander met zijn in jouw oren rare beweringen. Of die ander die in staat bleek te zijn om mee te werken aan vervolging. Of …. Het besef van je eigen verlorenheid is nodig om in de gemeente die Christus sticht naast die ander te gaan staan,anders blijft het een zaak van wij tegenover ‘zulken’.

Het helpt ook om je eigen vatbaarheid voor het kwade te erkennen. David kon tegen Abjatar zeggen: bij mij ben je veilig (Abjatar was de enig overgebleven priester, nadat koning Saul de anderen had laten doden, zie 1Samuël 22). Maar zijn buurvrouw Bathseba was voor David, eenmaal koning, niet veilig. Je kunt, in het verlengde hiervan, je dus inzetten voor een veilige kerk als ‘schuilplaats in de wildernis’ (liedboek (1973) 476, met een knipoog naar het kamp van David) en toch kan het ook daar heel onveilig zijn. Geen grote woorden, alstublieft.

Ideaal en werkelijkheid

Ben ik dus tegen het streven naar een veilige kerk? Helemaal niet. Want in alle afspraken die je met elkaar maakt, in alle protocollen die je met elkaar opstelt, zit impliciet de erkenning dat je moet uitkijken met mensen, ook met oprecht gelovige mensen. De veiligheid zit niet in de maatregel en die je neemt, maar in de daardoor opgewekte en bevorderde zelfkennis. Terechtkomt er daarom in de USA langzamerhand verzet tegen de Graham/Pence regel: niet alleen uit eten met een vrouw, ook geen werklunch. Dat is veel te gemakkelijk en zet zomaar vrouwen in het algemeen weg als gevaarlijke wezens. En je exporteert je eigen vatbaarheid voor het kwade naar anderen.

Je inzetten voor een veilige kerk is dus niet werken aan de hemel op aarde. Die komt nog. Maar een erkenning dat we daar nog lang niet zijnen dat intussen het goed is om jezelf te kennen en daarom ook goede afspraken met elkaar te maken.

Voorlopigheid

En dan komt de spanning: je wilt dat het in de kerk veiliger is voor kinderen en jonge mensen dan het in het verleden was, maar dan zoekt de man/vrouw met pedofiele neigingen hulp in zijn/haar gevecht. Geldt die veiligheid ook voor hem? Op het eerste gezicht: ja. De protocollen beschermen hem ook. Maar, gezien een reactie op een vorig artikel, het kan iemand ook in een isolement drijven. Toch weer iets van wij tegenover zij. Wie kan naast hem gaan staan in de gemeente, ook al begrijp je er misschien niets van?

Misschien is het ook een brug te ver om te denken dat je over zulke zaken in alle openheid kunt spreken met elkaar. Dat hoeft ook niet altijd. Mensen die kinderen hebben die breken met het geloof zoeken elkaar her en der op. Ook omdat anderen het verdriet daarover maar moeilijk kunnen peilen. Een realiteit die ook voor andere dingen geldt. Dat doet niets af aan het verlangen naar openheid binnen de gemeente. Maar het past ook bij de werkelijkheid dat het soms/vaak moeilijk is met elkaar af te steken naar de diepte van het evangelie. Er is er maar één die echt naast mij is komen staan. Dat vieren we in deze tijd van het jaar.

In die voorlopigheid geeft Christus wel ambtsdragers. Voor hen zie ik heel direct een taak. En, al is de invulling van hun werk behoorlijk veranderd, laten ze hun kerntaak niet verwaarlozen: zorgen voor de gemeente. (Zo nu en dan kom ik het zinnetje tegen: door al het werken aan een nieuwe structuur is er dit seizoen van het pastoraat niet veel terecht gekomen. Hm.) Bij hen moet je terecht kunnen. En als ze er zelf niets mee kunnen – ze hebben ook misschien hun geschiedenis – moeten ze je in contact kunnen brengen met anderen. In de eigen gemeente of daarbuiten. En ze hebben hun verplichting tot vertrouwelijkheid. Dat geldt, als het goed is, ook voor pastoraal werkers.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 22 december 2018. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)