Dat is het bedrag dat de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) samen overhouden per jaar. Dit is te lezen in de digitale publicatie ‘Cijfers en feiten’ (1). Om de paar jaar wordt die publicatie verzorgd; naast gegevens over de financiële toestand zijn er ook interessante tabellen over krimp en groei van gemeentes te vinden. Terug naar die miljoen. Is dat veel? Ongeveer in dezelfde tijd verscheen een rapport over de financiële situatie van de Protestantse kerk van Nederland (PKN). Gebaseerd op de cijfers van de drie noordelijke provincies is daar naar schatting landelijk een miljard in kas (2). Dat was voorpaginanieuws, in ieder geval voor het Nederlands Dagblad. Zijn de kerken echt zo rijk? En wat kun je daar allemaal mee doen?

Ruimte
War in beide rapportages opvalt zijn de grote verschillen tussen plaatselijke gemeentes. Terwijl de ene gemeente geld over heeft, komt een buurgemeente misschien geld te kort. Binnen de GKv is het dan zo dat je bij de classis kunt aankloppen voor steun en eventueel, als de classis het niet kan opbrengen, bij het bredere kerkverband. Regelmatig zijn daar collectes voor: hulpbehoevende kerken in de classis. In de PKN (ze hebben liever niet dat je de naam afkort, maar ik doe het nu voor beide kerken) is de situatie nog wat ingewikkelder. Je hebt daar vanouds hervormde gemeenten en ook een stroom vanuit de vroegere gereformeerde kerken. (Daarnaast maken ook de evangelisch-lutherse kerkendeel uit van de PKN, maar daarbij gaat het om een kleine groep. ) De hervormde kerken hebben vaak nog bezittingen van oudsher. De kerkelijke goederen uit de Middeleeuwen kwamen na de Reformatie vaak bij de kerk van toen terecht, en zijn daar gebleven. Dat maakte ook al verschil bij de hervormde kerken zelf. John van Zuthem geeft dat weer in zijn boek met de voor Groningers weinig vleiende titel ‘Harde grond’, over de kerkelijke verhoudingen in Groningen van 1813-1945 (3). Dat betekende soms dat een predikant in de ene plaats dubbel zoveel traktement had als in een andere gemeente. Dat bevorderde de mobiliteit onder de toenmalige hervormde predikanten niet. Binnen de gereformeerde kerken moest alles betaald worden uit de bijdragen van de leden zelf. En dat verschil speelt tot in deze tijd een rol. Maar financiële ruimte is er wel, in beide kerkgenootschappen.

Voorzichtigheid geboden
Toch komt uit beide publicaties naar voren dat je je niet rijk moet rekenen. Weliswaar zegt het PKN-rapport dat de kerk het met die reserves nog wel een aantal decennia kan volhouden, maar dat is een korte termijn. Het lijkt een eeuwigheid voor wie jong is, maar als je net als ik bijvoorbeeld de scheuring binnen de GKv in de jaren zestig nog bewust hebt meegemaakt, is dat een korte termijn. Het rapport combineert daarom twee dingen: de constatering dat er geld beschikbaar is en de noodzaak om te investeren in nieuwe vormen van kerkzijn. Opvallend is daarbij de voorzichtigheid: zet niet zomaar je kerkgebouw in de verkoop want het heeft een belangrijke plek voor de zichtbaarheid van de kerk in deze wereld en ook als samenbindende factor voor de gemeenschap. Bovendien: de inkomsten lopen terug, alleen al vanwege de achteruitgang van het aantal kerkleden. De jaarlijkse actie Kerkbalans brengt al lang niet zoveel meer op als bijvoorbeeld tien jaar geleden. De grafiek daarover lijkt een omgekeerde kromming.

VVB
Binnen de GKv blijven de inkomsten uit de Vaste Vrijwillige Bijdrage in balans. In 2014 was er zelfs een kleine stijging te constateren. Maar ook in het rapport ‘Cijfers en feiten’ is genoeg aanleiding te vinden om de vinger aan de financiële pols te houden. Ook omdat het rapport heldere cijfers geeft over krimpende kerken, met name in de randgebieden van Nederland: Groningen en Zeeland. Terwijl landelijk gezien het om een paar procenten gaat, kan dit in de regio soms oplopen tot 25 procent achteruitgang in ledental.
Mijn indruk, na een vluchtige lezing (4) van beide rapporten: er is genoeg aanleiding om blij te zijn met de financiële ruimte die er kennelijk binnen de kerken is, ondanks plaatselijk soms grote verschillen. Tegelijk is er ook aanleiding genoeg om met elkaar na te denken over de toekomst van de kerken. Laat je niet in slaap sussen door het gevoel dat het ‘bij ons’ nog wel meevalt, maar maak creatief gebruik van de mogelijkheden die er zijn. Het geld is er. Het vraagt misschien wel nog een paar keer lezen van 2 Korintiërs 8 en 9, over de inkomensverdeling tussen plaatselijke kerken.

1. Zie www.steunpuntkerkenwerk.nl
2. Zie http://www.pthu.nl/ccc/actueel/Nieuws%20CCC/151022-krimpende-middelen-v3.pdf
3. John van Zuthem, Harde Grond, kerkelijke verhoudingen in Groningen 1813-1945, Assen 2012. De titel is een uitspraak van een hervormde predikant over zijn werk onder verwijzing naar de gelijkenis van de zaaier, Matteüs 13.
4. In het komende jaaroverzicht in het Handboek GKv hoop ik nader en preciezer in te gaan op beide publicaties.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 7 november. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18

Laatste berichten van Jan Kuiper (toon alles)