Er zijn verschillende manieren om tegen de werkelijkheid aan te kijken, op de wetenschappelijke manier bijvoorbeeld. Maar ook die van de eigen ervaring of die van de Bijbel. Die verschillende manieren zijn niet altijd met elkaar in overeenstemming te brengen. Dat is een gruwel voor rationalistische denkers die alles tot één ‘conceptueel systeem’ willen reduceren.

In CW 14 (juni 2015) schreef ik een artikel over het lezen van de Bijbel. Is het wel mogelijk de Bijbel onbevangen te lezen in een tijd en cultuur waarin we argwanend zijn geworden voor grote verhalen? En in een tijd waarin we predikers van allerlei signatuur wantrouwen die ons zeggen dat zij de waarheid pas echt goed begrepen hebben? Voor je het weet gaan ideologie, macht en onderdrukking hand in hand onder het mom van ‘God wil het’. Anderzijds staan wetenschap en cultuur soms zo haaks op de Bijbel dat je bijna niet meer weet wat je dan nog met die Bijbel kunt in je geloofsleven. Ruimte voor het vertrouwen in God, verwondering voor wat we in de Bijbel, de wetenschap en de werkelijkheid aan schoonheid zien, en nederigheid vanwege onze eigen beperkingen, kunnen dan voldoende
ruimte bieden om dicht bij God te leven en in vrijheid werk en wetenschap te bedrijven.
In de maanden daarna ontspon zich in een aantal christelijke media een debat over evolutie en Bijbel. Aanleiding was de publicatie van het jeugdboek Het geheime logboek van topnerd Tycho van kinderboekenschrijfster Corien Oranje en nanobioloog professor Cees Dekker.
Het boek stelt op een eenvoudige manier vraagstukken aan de orde over de samenhang en verschillen tussen de evolutietheorie, en het ontstaan van de wereld zoals een traditionele lezing van Genesis die biedt. De schrijvers laten daarbij de evolutietheorie prevaleren boven een meer traditioneel verstaan van schepping van het heelal, de natuur en de mens, de zondeval en dergelijke.
Het boek leidde tot stevige discussies, een symposium op de Evangelische Hogeschool en veel ingezonden brieven en weblogs. In al die discussies en activiteiten leek er een ding te zijn waarover iedereen het eens was: een klassieke lezing van Genesis en acceptatie van de evolutietheorie als verklaring voor het ontstaan van onze wereld zijn niet met elkaar te verenigen.

Paradigma
Eigenlijk is er nog iets aan de orde: de kwestie van de ‘incommensurabiliteit’ tussen wetenschappen en wetenschappelijke paradigma’s. Het begrip ‘incommensurabiliteit’ is afkomstig van de geschiedfilosoof Kuhn uit Structures of Scientific Revolutions. In dat boek betoogt Kuhn dat er door de geschiedenis heen verschillende opvattingen over wat goede wetenschap is, elkaar hebben opgevolgd. Die opvolging vond vooral plaats wanneer een bestaande opvatting en de daarbij behorende onderzoeksmethoden (een ‘paradigma’) een aantal nieuwe problemen niet meer kon oplossen, maar andere wetenschapsopvattingen en methoden dat wel konden. Volgens Thomas Kuhn (1922-1996) is het zo dat zo’n wisseling van ‘paradigma’ onder andere inhoudt dat aanhangers van verschillende paradigma’s elkaar niet meer begrijpen, maar ook dat het nieuwe paradigma het vorige als verouderd en daarmee achterhaald beschouwd.
Juup Essers beschrijft het begrip incommensurabiliteit in zijn proefschrift Incommensurabiliteit en organisatie als de claim dat er geen objectieve, onafhankelijke basis voor de beoordeling van kennisaanspraken bestaat.
Mensen kunnen geen definitief oordeel vormen over wat ware of onware kennis is. Christen-evolutionisten en aanhangers van een schepping in zes dagen kunnen hier op aarde tot in lengte van jaren debatteren: ze gaan er niet uitkomen.
Volgens de filosoof Hein van Dongen is het echter onmogelijk om te denken dat er voor verschillende wetenschappen en werkelijkheidsdomeinen een en hetzelfde paradigma van toepassing zou zijn. We hanteren nu eenmaal op verschillende levensterreinen ook verschillende maten om aan te geven of iets goed, kloppend of mooi is. Juist daarom moeten we aan de ene kant binneneen bepaald (wetenschaps)domein zo nauwkeurig mogelijk blijven werken, maar aan de andere kant tegelijk zoeken naar andere woorden om in het gewone leven het samenleven mogelijk te houden. Zeg maar, uitgaan van verwondering en liefdevolle eerbied voor God de Heer en Jezus als onze Verlosser. En van daaruit in gemeenschap door de heilige Geest elkaar vasthouden.

Bricolage
Maar is het wel mogelijk te leven met twee elkaar uitsluitende werkelijkheidsopvattingen? Kun je op zondag Genesis in dankbaarheid aanvaarden (‘God kent en draagt ons leven tot in alle facetten’) en op maandag in een evolutionistische opvatting je onderzoek doen naar aardlagen, de ontwikkeling en samenwerking van genen en dergelijke? Wordt zo het leven niet slechts de beroemde ‘bricolage’ van Derrida, een houtje-touwtje-bouwsel, hier wat geleend, daar wat geleend, inclusief de spanningen die dit in ons leven oplevert? Soms ben je gelovig belijder, soms agnostisch wetenschapper, soms neutraal koopman. Maar dat is nu eenmaal de realiteit. Paulus schrijft
al dat ons kennen een kwestie is van raadselachtigheden, zoals de toenmalige spiegels je gezicht soms wat vertekenden door de butsen die er in waren gekomen.
Daarnaast is het zo dat we weten dat wetenschap werkt met aannames en modellen en dat die altijd een tijdelijk karakter hebben: handig totdat er betere modellen zijn of andere modellen die nieuwe vraagstukken kunnen oplossen.

Een schepping in zes dagen, of langs een geleide evolutie? Een debat vanuit verschillende waarheidsdomeinen zal geen uitkomst brengen, maar dat hoeft ook niet.

Raadsels
Verder is het zo dat iedere bijbellezer weet dat er nogal wat raadselachtigheden zitten in de tekst van Genesis 1 tot 3, en ook nog diverse in de teksten tot na de zondvloed. Waar kwamen die mensen vandaan waar Kain bang voor was? Wat moeten we begrijpen onder ‘zonen Gods’ uit Gen. 6: 2? Wie zijn die ‘geweldigen uit de voortijd’ (Gen. 6:4)? Wat betekent het ‘al wat leeft (!) had zijn weg op de aarde verdorven’ (Gen. 6:12)? Niet alleen als mens behoren we onze beperktheden te kennen (Paulus), ook als wetenschapper en als bijbellezer.
Daar komen twee dingen bij. Het eerste is dat God nadrukkelijk sommige dingen voor ons verborgen houdt. Daniel krijgt de opdracht gedeelten uit de openbaringen die hij kreeg te verzegelen (Dan. 12), verborgen te houden. Hetzelfde hoorde Johannes zeggen nadat zeven donderslagen gesproken hadden: ‘Verzegel hetgeen de donderslagen gesproken hebben en schrijf het niet op’ (Openb. 10:4).
Er zijn ons zaken niet geopenbaard, en dat gaat zelfs zo ver dat we niet eens weten over wélke onderwerpen ons niets geopenbaard is. God houdt sommige zaken voor zichzelf. En wij moeten daar maar mee leren leven.
En dat kan ook. Want ook daarin is Jezus ons voorgegaan en gaat Hij ons ook nog steeds voor. Jezus vertelt dat zelfs Hij, de Zoon, niet weet wanneer de dag van de terugkomst is. Alleen de Vader weet dat (Matt. 24:36). Uit de opbouw van de tekst krijg je de indruk dat Jezus dit heel nadrukkelijk stelt: zelfs Ik als Zoon die aan het hart van de Vader is en die jullie heeft laten zien wie God is, zelfs Ik weet niet wanneer de wederkomst is. Er zijn verborgenheden in dit bestaan. En Ik, Jezus, de Zoon van God, die tegelijk met de Vader en de Geest de Drie-enige God ben, weet niet alles en accepteer die onwetendheid, die verborgenheid. En daarin blijf ik toch God liefhebben, zoeken, me in God verheugen. Als onze Heer, terwijl Hij aan de rechterhand van God, over deze wereld, deze wetenschap, deze bijbellezingen, deze verwondering het beheer heeft en dat doet in vol vertrouwen en eerbied voor het verborgene, dan kunnen wij dat zeker ook doen. Onze beperktheid is dan ook navolging van onze Verlosser.

Eer zij Hem.

Dit artikel is geschreven door Henk Geertsema en gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 27 november 2015

Henk Geertsema
Is verantwoordelijk voor de afstemming van de vragen uit de kerken, uit de theologische opleidingen en van de adviseurs en onderzoekers. Dienst aan de kerken in praktische zin in combinatie met dienst aan de (wetenschappelijke en praktische) doordenking van ons leven als volgeling van Jezus Christus. Met elkaar onderweg naar het nieuwe Koninkrijk van God, geleid door de Geest onder een open hemel. mail Henk
Henk Geertsema