Je krijgt geen tweede kans voor een eerste indruk. Een nieuw Nederlands spreekwoord. Dat krijg je voorgehouden bijvoorbeeld bij een sollicitatietraining. En bij een speeddate is het nog belangrijker: in vijf minuten moet je de kern van jezelf laten zien. Het CGMV heeft er inmiddels een training voor: elevatorpitch. Overgewaaid van de overkant van de oceaan: stel dat je met de CEO van het bedrijf waar je wilt werken in de lift staat en je moet iets over jezelf vertellen, wat zeg je dan? (Met de vijftig etages van een wolkenkrabber daar heb je trouwens wat meer tijd dan met de tien a vijftien in ons land.)
Je ontmoet iemand die niet gelooft en je krijgt de kans om in een paar zinnen te vertellen waar het geloof om gaat, wat zeg je dan? Hoe krijg je het evangelie op een stuivertje (zeiden ze vroeger) of op een bierviltje (is het vandaag). Tien tegen een dat je dan snel iets zegt over de betekenis van het kruis van Christus en zondenvergeving. Zo hebben we dat leren samenvatten in de kerk. Twintig tegen een dat die ander dan verbaasd reageert: je wilt toch niet zeggen dat ik dingen verkeerd doe? In wat je naar voren brengt, zit waarschijnlijk heel veel gecomprimeerde geloofsleer, meer dan je jezelf bewust bent. Kun je het evangelie ook doorgeven in aansluiting aan de leefwereld van de mensen die je ontmoet? Die vraag is niet alleen belangrijk voor Rikko Voorberg en zijn popupkerk in Amsterdam, maar niet zo goed in de gereformeerde kerk van Meppel, een kerk die deze keer de generale synode van de GKv mocht samenroepen en die ik even gebruik als boegbeeld van de traditionele kerk.

Confronterend
Wie bij een ander begint over het kruis van Christus, is behoorlijk confronterend bezig: je hebt kennelijk verzoening nodig met die hogere macht. En dat terwijl je zo lekker autonoom bezig was met de vormgeving van je leven. Dat kan ontdekkend zijn ook voor gelovigen binnen de kerk. Binnenkort begint de veertigdagentijd weer. Een tijd van bezinning en stilstaan bij het lijden van Christus. Een tijd van allerlei mooie en diepe momenten in de kerk. Leesroosters, vespers, extra samenkomsten, noem maar op. Mooie muziek van Bach. Er is weer heel wat te beleven. Prachtig. Wat zijn we weer mooie christenen. Maar het verhaal erachter is niet mooi. Een jonge man werd volkomen onschuldig opgehangen om langzaam dood te gaan omdat ik niet zo netjes ben als ik er uitzie. Ik weet wel: al die extra activiteiten in deze weken zijn bedoeld om me dat te laten beseffen, maar dan wel inclusief de vraag van zelfkritiek: helpen deze ervaringen om bevindelijke kennis van mijn relatie met God te verdiepen of zijn ze alleen maar een surrogaat daarvan? Maar hoe kom je vanuit de levenservaring van de mens van nu bij deze blik op het kruis?

Het eerste teken
In het licht van de vanzelfsprekendheid waarmee veel christenen over het kruis van Jezus beginnen bij hun elevator pitch, is het heel opvallend dat de Heiland zelf anders te werk ging bij zijn eerste teken. En Hij heeft daar vast goed over nagedacht. Je kunt daar iets van lezen in het evangelie van Johannes. In hoofdstuk 1 geeft deze discipel van Johannes de Doper en van Jezus weer hoe zijn eerste leermeester op Christus wijst: kijk, daar is het lam van God dat de zonden van de wereld wegdraagt. Dat is nu echt het evangelie op een bierviltje. Kernachtig samengevat. Overigens voor een publiek dat net als de gemiddelde kerkganger van nu wel wist wat zonden waren en dat daar verzoening voor nodig was. Maar dat ook doorkneed was in de gedachte dat dit allemaal nog maar voorlopig kon gebeuren. En dan wijst de Doper een man aan die dat definitief zal doen. Dus ook al confronterend: niet het paaslammetje, dat je vervolgens lekker opeet, maar een mens van vlees en bloed moet het doen.
Als Jezus dan een aantal leerlingen krijgt, een handjevol dat voorlopig met Hem meegaat, lijkt het erop dat Hij niet voortborduurt op dit thema: het eerste teken dat Hij doet is het wonder van het water dat wijn geworden is. Hij zorgt ervoor dat een feest niet mislukt. En zijn leerlingen geloofden Hem. Zo besluit de evangelist zijn weergave van die bijzondere geschiedenis (Johannes 2: 1-11). Waarom op die manier?

Het zere been
Johannes geeft niets weer van de reactie van het bruidspaar en de gasten op dat feest. Hij concentreert zich op de leerlingen en de verdieping van hun geloof. Maar Hij schopt wel bij dit wonderteken tegen het zere been van de religieuze mensen van die tijd: Hij gebruikt de watervaten die klaar stonden voor het reinigingsgebruik van de Joden. Daar waren ze heel precies in, want dat stond in de wet. Later vallen de farizeeën erover dat Jezus en zijn discipelen zich daar niet exact aan houden. En daar zit een boodschap op zichzelf in. Hij zegt niet dat de wijn in de kruik niet op zal raken, zoals indertijd de olie in het kruikje van de weduwe, maar Hij legt beslag op die vaten voor zijn teken met als gevolg dat de mensen toen niet aan hun religieuze verplichting konden voldoen. Kennelijk zijn ze door Zijn zending niet meer nodig. Als Hij het lam van God is dat de zonden wegdraagt, hoeft er geen afstand meer te zijn tussen God en de mensen, mag je zomaar bij Hem binnenkomen met je vragen. En al die gebruiken die gaan over reiniging, wijzen in feite op de afstand die er gekomen is tussen de Schepper en zijn schepsel. En dan wordt het leven weer goed.
Wat Jezus doet, is heel confronterend. Voor de mensen van toen en die van nu. Zijn eerste indruk is precies anders dan je zou verwachten. Later gaat Hij pas heel expliciet spreken over het lijden dat Hem te wachten staat. En Petrus bestraft hem erom (Matteüs 16). Maar aan de start van zijn werk sluit Hij aan bij de mensen die Hij ontmoet. Hij gaat in zijn communicatie van het feest naar het kruis, misschien wel precies andersom dan wij het zouden doen.

Vrede
Er zijn inmiddels in Nederland heel veel mensen die geen flauw idee meer hebben van de inhoud van de Bijbel En er zijn binnen de kerken opvallend veel missionaire activiteiten. Ingegeven door het verlangen om andere mensen ook te laten delen in die wonderbare vrede die je als gelovige mag hebben in het besef dat het toch goed gekomen is tussen God en ons. Dat vraagt om vindingrijkheid bij wie betrokken is bij die activiteiten – en dat zijn we allemaal op zijn tijd -. En van onze Heiland kun je dan leren dat het soms goed is om aan de andere kant te beginnen. Het gaat om het lam van God. Daar moet je niets van af doen. Maar om zijn betekenis te laten zien, kun je soms beginnen bij het feest dat het leven mag worden als je vrede vindt door het bloed van Zijn kruis (Kolossenzen 1: 20).

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 18 februari 2017. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)