Arie Slob was zondag 10 mei in het nieuws. Omdat Nederland het songfestival niet gewonnen had, twitterde hij zaterdagavond dat hij dit jaar niet in Oostenrijk, het land van de winnaar, op vakantie ging.

Die winnaar, Conchita Wurst is iemand die eruit zet als een vrouw met een baard. In de song gaat het ook over de problemen die dit oproept, maar dat die de zanger niet klein krijgen. Nu was er van te voren al stevig verzet, onder andere vanuit Rusland, voor deze inzending. Het land is niet zo bekend vanwege zijn vriendelijke opstelling tegenover homoseksuele mensen en anderen die niet zo rechtstreeks in elkaar zitten als de meeste mannen en vrouwen. Ook bijbelgetrouw christenen als Arie Slob staan niet bekend als homovriendelijk. De tweet werd dan ook al snel uitgelegd in dat kader. Arie Slob zou liever niet gezien hebben dat deze travestiet het songfestival gewonnen had. Na een uur stilde de storm: hij tweette dat hij gewoon liever had gezien dat Nederland niet tweede, maar eerste geworden was. Welterusten.

Voor mij een goed voorbeeld hoe je eigen voorkennis en sterker, je eigen opvattingen, een rol kunnen spelen bij de manier waarop je iets uitlegt. Je denkt dat je weet wat hij gezegd heeft, maar hecht er vervolgens je eigen ideeën aan. Maar of je iemand ermee recht doet?

De armen kunnen het dak op?
Zo vertaalde de predikant die ik zondagmorgen mocht beluisteren een sandwichbord waarmee iemand in Londen rondliep. Er is een filmpje van gemaakt. Het stond er wat grover. Hij liet het filmpje dan ook niet zien. Ik had het al eerder gezien. Het bord riep verontwaardigde reacties van de mensen op. Mooi. Even later liep hij met een ander bord rond: Help de armen. Hij had er een collectebus bij. De mensen keken straal langs hem heen. Aan het slot van het filmpje hoor je nog iets in de bus rinkelen.

Hoe leg je dat uit? Betekent dit dat de mensen niet bereid zijn om daadwerkelijk te helpen? Dat was wel de suggestie van het filmpje. Toch zijn er ook andere mogelijkheden. Ik loop wel eens over de Diezerpromenade in Zwolle en die lange winkelstraat is soms net een fuik: om de paar honderd meter staan meestal jonge mensen een goed doel te verkopen. Het liefst hebben ze dat je iets tekent waardoor je weer voor een paar euro per maand zo’n ongetwijfeld goed doel steunt. Niets op tegen, maar ik heb dat al geregeld. Als ik dan vriendelijk maar beslist nee zeg, betekent dat dan dat ik zo’n arm kindje wil laten doodgaan, zoals een van die mensen tegen me zei? God in de hemel en hier op aarde de belastingdienst weten dat dit niet zo is.

Ander puntje: ik kon op het bord niet zien namens welke organisatie de man de collectebus voorhield. In Nederland is het zo dat je je moet kunnen legitimeren als je bijvoorbeeld met een bus de deuren langs gaat. Zou je dan zomaar iemand vertrouwen die met een bus zwaait? In een verhaal van Arthur Conan Doyle ontmaskert Sherlock Holmes een man die zich elke morgen in Londen verkleed als bedelaar en mede met zijn gevatheid daarmee een behoorlijk inkomen verwerft. In Nederland is bekend dat de verkopers van de straatkrant de Riepe meestal te vertrouwen zijn, maar dat geldt niet voor elke straatkrant.

Weer een voorbeeld, voor mij in ieder geval, hoe gemakkelijk het is om mensen een mening toe te dichten waarvan het nog maar de vraag is of het allemaal klopt.

Debora en Barak
Even aandacht voor een bekend verhaal uit de Bijbel. Uit het boek Rechters. We kennen daaruit Debora. Een moeder in Israël. Een wijze vrouw. Maar kennen we Barak ook? Volgens de kinderbijbel van Anne de Vries bijvoorbeeld had hij niet zo’n groot geloof als Debora. Hij staat er immers op dat zij meegaat, als zij hem de boodschap van God doorgeeft. Alleen, de Bijbel zegt niet dat het hem aan geloof ontbreekt. Wij vullen dat in. Dat zou ook op een andere manier kunnen. Bijvoorbeeld door te veronderstellen dat Barak vanuit zijn wijsheid doorheeft dat Debora’s aanwezigheid voor het moraal van de Israëlitische troepen onmisbaar is. Of dat Debora als profetes in haar ambt onmisbaar was voor die veldtocht. De latere koningen namen ook profeten mee op hun veldtochten. Laat dan de eer voor de overwinning naar een vrouw gaan, het belangrijkste is dat de overwinning behaald wordt.

De Bijbel is vaak heel sober in het weergeven van wat er achter het direct gesproken woord ligt. Je kunt het dan, in dit geval, invullen vanuit een traditioneel idee over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Dat doet Anne de Vries en velen met hem. Maar ook andere manieren zijn mogelijk. In Hebreeën 11 staan Debora en Barak naast elkaar: door het geloof hebben ze gedaan wat ze moesten doen.

Bijbel en eigen cultuur
Er wordt heel wat afgediscussieerd over de manier waarop de eigen cultuur een rol speelt bij het lezen van de Bijbel. In dit korte artikeltje ging het erom dat we doorkrijgen hoe gemakkelijk dat gebeurt, en dat het goed is om jezelf en je eigen invalshoek daarbij onder ogen te zien. Je kunt alleen lezen wat er staat als je je bewust bent van de gekleurde bril die je op hebt.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 17 mei 2014. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)