Het is er dan toch van gekomen. Niet van brommers kieken. Die tijd heb ik gehad. (Voor de mensen die het nog niet weten: dat gaat over jonge mensen die elkaar ook lichamelijk wat aandacht willen geven en daarvoor een plekje uitzoeken met wat meer privacy dan het volle café.) Maar wel van het kijken naar de documentaire over jongeren in Nieuwleusen en Espelo, die door de Vpro al eerder in 2017 gemaakt is en rond de jaarwisseling herhaald is. En die die titel meegekregen had. Waarschijnlijk herhaald omdat het carbidschieten nogal prominent naar voren kwam. Een beeld van het leven op het platteland in het oosten van het land. Het leven lijkt te draaien om twee evenementen: carbidschieten en de paasbult. En tussendoor de autocross. God lijkt afwezig, behalve in de vloeken. Net als in de stad.

De Vechtstreek

Nieuwleusen ligt aan de Overijsselse Vecht. Voor het blad Onderweg vul ik de rubriek Praktijklokaal (wat gebeurt er in de plaatselijke kerken waar andere kerken misschien iets van kunnen leren) en daarvoor lees ik een aantal plaatselijke mededelingenblaadjes. Wat mij daarbij opvalt is dat de kerken in de Vechtstreek, van Nieuwleusen tot Hardenberg stroomopwaarts, zo vaak stof leveren voor deze rubriek. Zie hiervoor de website www.onderwegonline.nl. Wat mij betreft, wordt het hoog tijd dat we het beeld bijstellen alsof alle nieuwe ideeën voor kerkzijn in deze tijd bedacht worden in de grote steden, op de pioniersplekken. Met alle waardering ook daarvoor, het kerkelijk leven op het platteland gaat gewoon door en ook daar zijn kerken bezig om op een eigentijdse manier het evangelie onder de aandacht te brengen en mensen toe te rusten voor hun levenstaak: het grootmaken van de Heer. Er is wel verschil. En het komt erop aan, daarover met elkaar door te denken.

Geen romantiek

“Als je onderweg wat wilt weten, vraag het dan aan iemand met een pet op” Die raad kreeg een jong meisje ooit van iemand die op het platteland leefde, zijn leven lang een pet gedragen had en serieus dacht dat mannen met pet beter te vertrouwen waren, vanwege de vermoedelijk agrarische achtergrond. Inmiddels weten we wel beter. Maar het geeft wel het romantische beeld weer dat het leven buiten de stad beter is dan erin. Voor een illustratie van dat negentiende-eeuwse beeld, luister eens naar het Engelse lied ’Jerusalem’ dat de ‘pleasant pastures‘ van Engeland contrasteert met de dark satanic mills: de lieflijke weidegronden tegenover de fabrieken die rook uitbraken. Nog altijd is de beschrijving van dat laatste in de openingspassage van het boek van Charles Dickens, Hard Times, indruk- en afschrikwekkend.  Dr. Hans Schaeffer heeft in een artikel in Onderweg afgerekend met dat romantische beeld. Vanuit de Bijbel is er geen reden om aan te nemen dat het op het platteland allemaal ‘nog’ wel meevalt, ondanks de rol die Babel in Gods woord spreekt. En een van de dingen van de moderne tijd is dat tot in de verste uithoeken van het platteland ook internet te vinden is en dat overal dezelfde vragen naar voren komen. Hij verwijst daarvoor naar landelijke onderzoeken. Het leven in de steden en op het platteland is ingrijpend veranderd.

Wel een andere cultuur

Twee dingen vielen mij in de documentaire extra op, ook omdat ik als dorpsdominee van lang geleden hetzelfde tegenkwam. Het eerste is de volwassen rol die behoorlijk jonge jongens en meiden vervullen. Ze rijden op grote landbouwmachines, oogsten mais, zijn bezig met het vee, verbouwen oude auto’s voor de cross en geen volwassene die zich ertegen aan bemoeit. Voor zover school in beeld kwam, ging het om het MBO, met een praktijkopleiding. Ze zijn gewend beslissingen te nemen en de verantwoordelijkheid te nemen in hun omgeving. Natuurlijk kent Nieuwleusen ook jongeren die een theoretische opleiding volgen, maar die kwamen niet in beeld. Vaak gaan die ook verder weg wonen. Herman Vuijsje en Anneke Groen wijzen daarop in hun recente boek ’Eindeloos Ouderschap’: hoe theoretischer opgeleid (u merkt, ik volg het sinds kort correcte taalgebruik hierin) hoe verder weg je van je ouders af komt te wonen. Er is dan geen verschil in de vragen die bij mensen naar boven komen; er is wel verschil in de mensen die ze stellen. Ooit was er een gemeente waar iedereen afgestudeerd was aan de universiteit, met een enkele hbo-er erbij; in veel plattelandsgemeenten zul je naar verhouding veel meer praktijkmensen tegenkomen. Vroeg volwassen geworden, zoals een meisje, opgeleid in de zorg, van de zomer opmerkte in een interview: ik ben achttien en ik heb van ziekte en sterven veel meer meegemaakt dan mijn leeftijdgenoten die nog naar school gaan. Ik ben vroeg volwassen. Ooit hoorde ik op catechisatie een vwo-er: na mijn examen ga ik eerste een jaar werken om te zien wat het leven inhoudt. Zijn even oude buurman op catechisatie lachte wat: hij reed al een hele tijd op een vrachtauto.

Twee vragen heb ik daarbij: maken we voldoende gebruik van die levenservaring binnen de kerken? Ervaring vanuit de praktijk. Een van de ouderlingen die er in mijn jeugd uitsprong, was een wijze stratenmaker; kan dat nog steeds? En de andere vraag is: die jonge mensen die in hun dagelijkse leven verantwoordelijkheid dragen en helemaal meedraaien, komen op school en in de kerk in de bankjes terecht en moeten luisteren. Op het (v)mbo zijn de theoretische vakken lastig voor hen, behalve als je een link kunt leggen met de praktijk. (Mijn vrouw, als docent Engels, kan daarover een boekje opendoen). Hoe is het kerkelijk onderricht daarop aangepast?

De leefomgeving

Het andere punt dat mij opviel was de sterke invloed van de dorpscultuur. Laat in zijn algemeenheid individualisering een trek zijn van de moderne cultuur, in een dorp ‘moet je er met elkaar uitkomen, want je hebt alleen je eigen kring’, zoals een van die jongens zei. Dat kan het ook heel lastig maken voor wie andere hobby’s heeft dan de autocross: hoor je er dan wel bij? Of voor wie andere normen heeft: brommers kieken kan verder gaan dan een lekkere knuffel. Ook dat weet ik uit mijn verleden als dorpsdominee. Zelf in een stad opgegroeid, binnen een gereformeerde bubbel (Enschede kent zelfs een christelijke scouting) was dat een van de dingen die me opviel: misschien is het in een stad wel gemakkelijker je christelijke weg te gaan als in een dorp, met zijn eigen strakke cultuur. En nu je tegelijk steeds meer merkt dat kerken hun plek meer gaan innemen in de eigen omgeving, wordt dat een punt om extra over door te denken. Hoe blijf je jezelf als kerk en als christen en laat je in je eigen omgeving zien wie je bent.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 20 januari 2018. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)