Zin en roeping

‘Ik ben gifmenger voor de piepersnijders van Smith’s’, zei ooit een man van rond de zestig tegen mij. Hij verzorgde de opdruk op de knisperende chipszakken van dat merk dat nu anders heet. Ter geruststelling: het gif ging dus niet in de chips, maar in de verf van de zakken. Het was in de tijd dat de overheid mensen van zijn leeftijd aanmoedigde om vervroegd uit te treden en daarvoor een zak geld beschikbaar had. De man koos ervoor om dat te doen, en zo tijd vrij te maken voor inzet binnen de kerk. Hij werd ook geroepen als ouderling. Ik moest eraan denken bij de aankondiging van een nieuwe serie podcasts van de EO. Arie Boomsma verzorgt die. Het gaat over je dagelijkse werk en of je daar nog zin in hebt. En dat hing voor de man uit het voorbeeld samen met de vraag of het werk zelf zinvol is. Zijn voorbeeld, uit de jaren negentig, helpt om een aantal zaken die in deze tijd voorbijkomen te bespreken.

Drie vragen

De eerste vraag gaat over de samenhang tussen zin in je werk en de zin van je werk. De man uit het voorbeeld zag niet langer de zin van zijn werk en de motivatie ging daarom ook weg. Hij kon een andere keuze maken. Maar wat als dat gewoon financieel niet mogelijk is?

De tweede vraag gaat over roeping. Hij verklaarde zich bereid om in de kerk te werken en de kerk riep hem. Om het met de geijkte termen te zeggen: de inwendige en de uitwendige roeping kwamen bij elkaar. Maar denk je eens in dat dit niet gebeurt: ook vroeger kreeg niet iedere man die afgestudeerd was aan de Theologische Universiteit gegarandeerd een beroep. Het Nederlands Dagblad had een uitgebreid artikel over een jonge vrouw die de roeping voelde om priester te worden binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Maar of dat ooit gebeurt?

"Ook vroeger kreeg niet iedere man die afgestudeerd was aan de Theologische Universiteit gegarandeerd een beroep."

Een derde vraag gaat over de samenhang tussen de zin van je werk en je roeping. Heeft het zin om je in te zetten in de moeizame worsteling om de klimaatsverandering te matigen? Wat is je roeping als christen? Die vraag kwam naar voren bij de publicatie van het Manifest voor het Groene Normaal, nu alweer een aantal weken geleden.

"Wat is je roeping als christen?"

Werken voor het koninkrijk

Even terug naar de man uit het begin. Hij ervoer in zijn onbetaalde inzet voor de kerk meer zin dan in zijn betaalde werk in de tijd ervoor. Natuurlijk was hij bezig in Gods schepping, maar het betrokken zijn in Gods verlossingswerk lijkt dichter te komen bij het doel van je leven. En dat kan ik me goed voorstellen. Toch is dat maar schijn. Ik hield mijn jonge bouwvakkers op catechisatie voor dat op de nieuwe aarde ik als theoloog me moet laten omscholen, maar dat dit voor hen niet nodig was. (Alleen als ze zelf willen natuurlijk.) De reikwijdte van de verlossing is dat de schepping gered wordt. Waarom zou je dan in je dagelijkse beroep minder God dienen dan iemand die werkt binnen de kerk?

"Ik hield mijn jonge bouwvakkers op catechisatie voor dat op de nieuwe aarde ik als theoloog me moet laten omscholen, maar dat dit voor hen niet nodig was."

Maar hier ligt de moeite. ‘De schepping is aan vruchteloosheid onderworpen’, zegt Paulus. En dat ervaren we. Of je je nu inzet voor het matigen van de klimaatverandering of elke dag maar weer het vuilnis ophaalt. Daar loopt iedereen tegen aan.

Er zijn steeds meer geluiden binnen christelijke kring om dan zelf maar dat koninkrijk te verwerkelijken. Dat motiveert tenminste. Zo ook de opsteller van het manifest in een interview. Eerlijk gezegd is dit geen nieuw geluid in de kerkgeschiedenis. Ook een gevaarlijk geluid, is gebleken. Want er is er maar Eén die dat koninkrijk gaat verwezenlijken, als Hij terugkomt. Wij werken voor het koninkrijk, zegt Tom Wright regelmatig, niet aan het koninkrijk. Dat houdt ons bescheiden en het geeft zin ook aan het dagelijkse werk, ook dat in de zogenaamde vitale beroepen, die in de coronacrisis herontdekt zijn, maar vaak ook het laatste waren wat mensen wilden worden.

"Maar waarom zou je dan in je dagelijkse beroep minder God dienen dan iemand die werkt in de kerk?"

Zin

Hoe zie je dan de zin van je werk als dat valt in het kader van de vruchteloosheid en, zoals in het voorbeeld waarmee ik begon, de nutteloosheid? De afvalverwerker wordt, dat weten we nu, niet blij van die bedrukte chipszakken. Stel dat die man twintig jaar eerder tot zijn conclusie gekomen was, een gezin te onderhouden had en gewoon geen mogelijkheid had voor een andere keuze? Het is maar weinigen gegeven om een radicale overstap te kunnen maken. Dan moet je doorgaan met werk waar geen uitdaging in zit. Loonslaaf ben je dan.

"Wij werken voor koninkrijk, zegt Tom Wright regelmatig, niet aan het koninkrijk."

Paulus heeft het over andere slaven, dat weet ik best. Maar juist hen houdt hij voor dat hun moeitevolle werk zin heeft in de Heer. Hij ziet hun gezwoeg. (Maar als je de kans krijgt om vrij te worden, moet je dat zeker doen, 1 Kor 7: 21.) En Paulus spoort de mensen aan om standvastig te zijn in het werk van de Heer, in het besef dat hun inspanningen niet vergeefs zijn. Dat zegt hij aan het slot van het hoofdstuk over de opstanding van het lichaam, als Jezus terugkomt (1 Kor. 15.). God houdt het allemaal bij. Je inzet voor zijn koninkrijk, ook in je werk binnen de schepping van de Vader. Je mag op je eigen plekje Gods licht laten schijnen ‘als een kaarsje brandend in de nacht’. Het vraagt een oefening in christelijk zelfbewustzijn om dat te blijven doen, met alle respect voor die kennissen van ons die hun eigen bedrijf opgegeven hebben voor een onzeker bestaan ver weg ten dienste van een bijbelvertaler.

"Het is maar weinigen gegeven om een radicale overstap te kunnen maken."

Roeping

Het is voor gewone beroepen dus ook mogelijk van een roeping te spreken, al is het even oppassen: vaak gebeurt dat bij beroepen die onderbetaald worden. Maar Bijbels gezien is de timmerman net zo geroepen om in zijn werk Gods werk te laten zien als de zendeling. Er is geen hiërarchie in Gods rijk. Dit laat ik nu verder rusten. Waar het om gaat, om in het voorbeeld te blijven, is het al dan niet samengaan van inwendige en uitwendige roeping.

"Je mag op je eigen plekje Gods licht laten schijnen ‘als een kaarsje brandend in de nacht’."

Terug naar het voorbeeld: de Vutter van indertijd voelde zich gedrongen om beschikbaar te zijn voor kerkenwerk. En even later kwam in de weg van verkiezing door de gemeente de roeping van de andere kant. Dat was mooi voor hem. Ik ken ook wel mensen die zich beschikbaar stelden voor een kerkelijke functie, maar die niet geroepen werden. Dat gaat dan niet alleen om vrouwen die predikant willen worden en dat tot nu toe binnen het kerkverband van de vrijgemaakte kerken niet konden, maar ook om – net als in het voorbeeld – mannen die vroeger met pensioen gingen, maar merkten dat de gemeente niet op hen zat te wachten. Dat leidt niet alleen tot teleurstelling, maar zet ook je relatie met God onder spanning: je ervaart toch dat de Heer je roept. Waarom blijkt dat dan niet?

"Bijbels gezien is de timmerman net zo geroepen om in zijn werk Gods werk te laten zien als de zendeling."

Paulus hoefde niet te twijfelen aan zijn roeping door de Heer: die sprak hem rechtstreeks aan op weg naar Damascus. Maar ook voor hem duurde het een aantal jaren voordat de gemeente van Antiochië hem riep voor de verkondiging. Dat heeft natuurlijk te maken met zijn felle verzet tegen het werk van Christus voor die tijd, en is tegelijk tekenend. Dat God iets op je hart legt, is een prachtige ervaring. Ik ken iemand die heel graag huisarts wilde worden – en met veel inspanning is het ook gelukt: ze werd een erg goede. Het besef geroepen te zijn en geduld gaan gelijk op. En soms moet je je ideeën erover bijstellen. Dat heb ik zelf gemerkt na bijna twintig jaar actief predikant zijn. God wees een andere weg waarop ik, terugkijkend, Hem niet minder kon dienen. Je kunt dan in je teleurstelling blijven hangen, maar je kunt ook de weg van de Heer in je leven verder gaan.

"Je geroepen weten door God is niet een ander woord voor: dit wil ik graag."

Het blijft een heel gevoelig onderwerp. Aan de ene kant is er de erkenning van Gods weg in het leven van de ander. Aan de andere kant ook de erkenning van het werk van de Geest in de roeping door een gemeente. Dat valt voor ons niet altijd samen. En ook: je geroepen weten door God zelf is niet een ander woord voor: dit wil ik graag. Zie de voorbeelden uit de Bijbel hiervoor, met Mozes voorop. In die spanning zal iedereen biddend zijn weg moeten vinden.

Jan Kuiper
Neem contact op