Wat hebben we in het jeugdwerk nodig?

Ik had ervoor getraind en het weer was perfect. Ideale omstandigheden om de Mont Ventoux te beklimmen. Maar toch vond ik het spannend. Zou ik de top halen? Iets van die spanning voel ik ook aan het begin van een nieuw seizoen. Wat hebben we nodig om de top te halen? Elkaar echt ontmoeten en samen op weg gaan.

Er kleeft iets mysterieus aan de beklimming van de Mont Ventoux vanuit Bédoin. Waar ik van tevoren vooral op werd gewezen is het stuk door het bos, door sommige ook wel ‘de hel’ genoemd. Na een haarspelbocht gaat de weg steil omhoog en gedurende 8 kilometer is het stijgingspercentage 9 à 10%. Het was warm, het zweet gutste van mijn lijf, het was pittig en terwijl ik aan het fietsen was realiseerde ik mij dat ik een ‘verkeerde’ cassette had (voor de kenner: 12-25). Niet echt handig, maar ik zorgde ervoor dat mijn hartslag niet te hoog werd en ik bleef rustig in- en uitademen en doortrappen. Wat mij in het bos vooral triggerde waren de enorme overvolle prullenbakken langs de weg en dat ik de top van de berg niet kon zien. Ik wist waarnaar ik onderweg was, maar de top was niet zichtbaar en onderweg zag ik veel renners ploeteren.

Ik moest aan die 8 kilometer in het bos denken toen ik het thema zag van OnderWeg nr. 16: ‘kerk2030’. We staan aan het begin van een nieuw seizoen. Hoe de kerk er in 2030 uitziet? Ik verwacht niet echt wezenlijk anders, al ben ik wel hoopvol dat er mooie dingen gaan gebeuren. Mijn verlangen is dat we nadenken over hoe wij het geloofsleven van jongeren kunnen versterken (inademen) en hoe zij hun plek in de maatschappij kunnen innemen (uitademen). Ik vind dit ontzettend waardevol en misschien is dit juist nu ook wel noodzakelijk. Veel jeugdwerk ligt al meer dan een halfjaar stil en corona heeft de jongeren in de kerk veranderd. Ik denk dat het een illusie is dat we de draad zomaar weer kunnen oppakken. Daarbij heb ik het nog niet eens over de beperkingen die er nu nog steeds zijn. Ik merk dat ik het spannend vind, ook al ben ik al meer dan 20 jaar actief in het jeugdwerk. Iedere keer zie ik weer die grote prullenbakken. Voor corona konden we ons druk maken om jongeren die niet naar activiteiten of naar de kerkdienst kwamen, maar al die activiteiten en vormen zie ik nu in die grote prullenbakken langs de weg liggen. Het coronabos lijkt verstikkend te werken en de top is uit het zicht verdwenen. Wat hebben we nodig om de top te halen?

Opeens werd ik ingehaald door een oudere man. Hij verontschuldigde zich in het Frans voor het gebruik van een motortje op zijn fiets en rechts bij één van de prullenbakken zag ik een groepje jongeren met elkaar lol hebben. Ik dacht terug aan een ontmoeting twee dagen eerder tijdens het beklimmen van Col de Meyrand in de Ardèche. Ook een lange klim, alleen minder steil. Daar kwam ik 5 kilometer voor de top een monnik tegen die fietste met een motortje. Hij bleek uit Nederland te komen. Hij vertelde dat hij als jongere het geloof was kwijtgeraakt, maar het weer had gevonden. Hij was naar Frankrijk verhuisd en daar het klooster in gegaan. Al pratend fietsten we naar boven en het fietsen ging eigenlijk vanzelf. Boven op de berg in een kerkje hebben we samen het Onze Vader gebeden.

Wat hebben we nodig om de top te halen? Ontmoetingen waarin we ruimte krijgen om onze levens te delen. Waarin we met en voor elkaar kunnen bidden. We zijn gemaakt om in verbinding te leven. Dat is wat, door jongeren, het meest gemist wordt, ook al voor de coronacrisis. En wat kunnen we dan veel leren van de verhalen van anderen. Welke hulpmiddelen daarbij passen? Welke vormen daarvoor in de prullenbak moeten? Ik wil je uitdagen om daar in je eigen gemeente mee aan de slag te gaan. Dat vind ik het waardevolle van kerk 2030. Uiteindelijk gaat het niet zo zeer om de vorm, maar waar we naartoe op weg zijn.

We zijn allemaal op weg naar boven. Ik was zo stom om met een verkeerde cassette te fietsen, de oudere man fietste met een motortje. Het resultaat was hetzelfde. We kwamen allebei boven. En het bijzonder was, dat doordat we de laatste kilometers samen op fietsten, het fietsen veel makkelijker ging.

Dit artikel is (in verkorte vorm) gepubliceerd in OnderWeg nr. 16 – Kerk 2030

Anko Oussoren
Neem contact op