Wat als we gewoon eens accepteren dat het zo ís?

Dat kwam deze week in mij op, terwijl ik nadacht over verschillende situaties waar ik in mijn werk mee werd geconfronteerd. Een gemeente die wil vechten tegen het gebrek aan commitment. Een gemeente die worstelt met diversiteit. Oproer op social media over het aantal bezoekers per kerkdienst en of zij dan wel of niet mogen zingen. Wat, als we gewoon eens accepteren dat het zo ís? Het is wat het is. We zijn een gemeente die zowel hechte als losse verbindingen kent. We zijn een gemeente waar veel verschillende opvattingen leven. En: we zijn een gemeente in coronatijd. Voorlopig komen we niet in grote groepen bijeen en dat breekt ons op. We hebben er last van dat we ons geloof niet, zoals we gewoon zijn, op zondagmorgen in de samenkomst kunnen uitzingen. We kunnen elkaar niet zomaar ontmoeten, om samen te luisteren en te bidden. We verliezen niet ons geloof, maar wel de ervaring van gemeenschap (Gelovigen hebben ontmoeting broodnodig. Zie ook de resultaten van de coronapeiling.)

Oké. Dat is dan zo. En nu?

Op mijn bureau liggen acht lessen uit de publicatie Wij in de wijk van Movisie, het kennisinstituut voor sociale vraagstukken. Als we constateren dat we elkaar zo hard nodig hebben om samen een gelovige gemeenschap te vormen als kerk, wat kunnen we in onze gemeente dan met de lessen van Movisie?

  1. Zonder ontmoetingsplaatsen gaat het niet

    We hebben appgroepen, beeldschermkringen en open kerkgebouwen nodig. Er zijn plaatsen waar we elkaar nog wel kunnen ontmoeten, ook al is het dan niet ideaal. Ook online kunnen we elkaar bemoedigen, samen bidden en vragen hoe het gaat. Maak gebruik van de stoep of het schoolplein om een ander in ogen te kijken, een opbeurend woord te spreken of even te vragen hoe het gaat. Loop eens binnen in het kerkgebouw als je weet dat het door de week open is. Als kringleider, diaken of predikant mag je je geroepen weten om op zoek gaan naar nieuwe (al dan niet digitale) ontmoetingsplaatsen.

  2. De aanwezigheid van een ‘opbouwwerker’ is belangrijk

    Misschien heb je je al verbaasd over jullie voorganger die lijkt te floreren in deze bizarre tijden. Of is er iemand in je gemeente die opeens gouden ideeën heeft en waardevolle initiatieven opstart. Dit zijn de opbouwwerkers die je juist nu als gemeente nodig hebt. Geef ze de ruimte om hun verbindende talent te laten zien en kijk op welke wijze zij ondersteund kunnen worden: door middel van taakverlichting, een financiële bijdrage of ‘zendtijd’ in jullie online samenkomsten of nieuwsbrief.

  3. Neem lichte overbruggende contacten serieus

    Het is lastig dat veel bestaande structuren zoals catechese of seniorenmiddagen wegvallen. Allerlei kleine of grote initiatieven in de gemeente kunnen dat gevoel van gemis niet zomaar opheffen. Maar ze kunnen wel nieuwe verbindinkjes tot stand brengen: een kaartenactie waarbij jonge gemeenteleden aan ouderen een bemoediging sturen. Zingen op de stoep van het seniorencomplex. Avondmaalsbroodjes rondbrengen in je wijk. Dit soort verbindingen overbruggen tussen groepen en generaties.
    Door al het thuiswerken kun je zomaar in je eigen kleine bubbel opgesloten raken. Neem eens iemand in gedachten uit je gemeente die zich in heel andere omstandigheden bevindt: wat kun je voor hem of haar betekenen?

  4. Kneuterigheid verdient een standbeeld

    Laat je niet verlammen door de gedachte dat wat jij doet toch weinig verschil maakt. Een zelfgebakken cake, een hartelijke verjaardagskaart, een praatje in de supermarkt of een telefoontje naar een alleenstaande oudere maakt een wereld van verschil in het leven van de ander, al is het maar een druppel op de gloeiende plaat van eenzaamheid. Wat je voor één van deze mensen doet…

  5. Kinderen en opa’s en oma’s verbinden

    Er zijn veel opa’s en oma’s die juist nu een wereld van verschil maken door werkende kinderen of anderen te ontlasten en extra tijd geven aan eigen kleinkinderen of kinderen in de gemeente. En er zijn opa’s en oma’s die juist nu extra tijd van jongere generaties nodig hebben, omdat ze kwetsbaar zijn of alleen staan. Door alle thuis werken kun je zomaar in je eigen kleine bubbel opgesloten raken. Neem eens iemand in gedachten uit je gemeente die zich in heel andere omstandigheden bevindt: wat kun je voor hem of haar betekenen?

  6. Streef gedeeld leiderschap na

    Aan de ene kant versterken talloze kleine en grotere initiatieven ons gevoel van gemeenschap zijn. Maar ze komen er ook uit voort! Als kerkenraad en gemeenteopbouw-team kun je individuele initiatieven hardop steunen (zie ook 2), en daarnaast versterken door aan te sluiten bij wat in je dorp, stad of in naburige kerken al gebeurt. Denk aan #nietalleen of de wijkcentra.

  7. Verstoor de aanwezige verbanden niet

    Veel gemeenteleden voelen zich vertrouwd en veilig in verbanden die zij al langer kennen. Probeer die dan ook zoveel mogelijk in stand te houden. Hoe kunnen jongeren wel bij elkaar komen? Wat kunnen we betekenen voor het kinderwerk? Nodigen we kringen en bijbelstudiegroepen uit om in ons gebouw samen te komen? Wat betekenen onze nieuwe vormen en praktijken voor de bestaande verbanden?

  8. Let op de achilleshiel van geld, tijd en continuïteit

    Of, met andere woorden: kies wat je doet en doe dat goed. Misschien zijn er gemeenten die in het voorjaar al veel energie hebben gebruikt en die nu in de tweede coronagolf ‘moe’ zijn. Overvraag jezelf niet. Het is voor veel mensen thuis, op het werk en ook in de kerk gewoon moeilijk om te wennen aan een leven in zo’n onzekere tijd. Kies daarom wat voor jullie gemeente nu nodig en nuttig is en weet je geroepen om daarin te investeren. Vraag mensen liever wat langer voor een kleine taak, dan steeds weer nieuwe ideeën op te starten. En vergeet niet: werkt het niet zoals je wilde? Dan mag een experiment ook gewoon even stoppen.

Heb je behoefte aan inspiratie of wil je concreet aan de slag? Kijk dan op deze site of hier!

Jannet de Jong
Neem contact op