Meer lijf en meer clubgevoel

Met kerst denken we eraan dat God mens wordt. Hij is afgedaald naar deze aarde, in alle aardse ellende en vreugde. ‘Het Woord is vlees geworden’, zegt de evangelist Johannes.

In tijden van corona lijkt het soms bijna andersom, dat het vlees woord is geworden. Het vlees, het lichamelijke is bijna helemaal uit de kerk verdwenen. We kunnen niet of nauwelijks meer samenkomen, je kunt je stem niet meer gebruiken om te zingen, je kunt elkaar niet meer ontmoeten. Alles is online, digitaal. Het vlees is woord geworden. En tóch: juist deze tijd zou een ‘wake up call’ kunnen zijn voor kerken: wat doen we met lichamelijkheid en de geloofsgemeenschap?

Corona als uitvergroter

Wat we niet moeten denken, is dat die aandacht voor het woord en het digitale allemaal door corona is gekomen. Nee, een crisis zorgt in eerste instantie niet voor iets nieuws, het versterkt bestaande patronen en gewoonte. In hun boek Herkerken laten Remmelt Meijer en Peter Wierenga dat duidelijk zien. Dat betekent allereerst dat we niet te veel moeten filosoferen over kerk na corona. Nee, het gaat om de kerk hier en nu. Het betekent ook dat ‘het vlees is woord geworden’ al veel langer aan de gang was.

Juist deze tijd zou een 'wake up call' kunnen zijn voor kerken: wat doen we met lichamelijkheid en de geloofsgemeenschap?

Corona liet in de eerste plaats liefde en inzet voor de kerk zien. Gemeenteleden, predikanten, kerkenraden renden zich rot. Er ontstonden nieuwe initiatieven en er was vooral heel veel inzet om zo snel mogelijk diensten online te kunnen doen. Daar draaide het allemaal om. De zondagse dienst en de preek kregen een nog centralere plek dan anders.

Reality check

Maar wat blijkt, als socioloog ben ik van de cijfers en groepsprocessen, mensen vinden de preek helemaal niet zo interessant. Uit ons onderzoek (i.s.m. NGT en DDZ) ‘Kerk in tijden van corona’ bleek dat slechts 40% van de mensen zich aardig of veel betrokken voelde bij de preek. De gebeden, het luisteren naar muziek en zelfs de collecten scoren hoger. En wie regelmatig online een dienst meekijkt, ervaart wellicht wat van een vervreemdende ervaring. Lijfelijk aanwezig zijn in een dienst is echt wat anders. Zoals een jongere het scherp verwoordde naar een van onze jeugdwerkadviseurs: “Een online dienst is net als het kijken naar begrafenis van iemand die ik niet ken”.

Mensen missen het koffiedrinken meer dan het avondmaal

Het cijfer wat er het meest uitspringt is dat 90% van de mensen het contact met anderen mist. Kort door de bocht: mensen missen het koffiedrinken meer dan het avondmaal.

Dit laat een onderliggend patroon zien. In onze kerken zeggen we vaak wel dat gemeenschap en ‘samen’ belangrijk is en onbewust doen we er veel aan, maar bewust niet zo gek veel.

Meer vlees op de botten

Hoe kunnen we zorgen dat in kerken het woord meer vlees op de botten krijgt, dan het niet over onze hoofden gaat, of het alleen in onze hoofden blijft?

Allereerst: niet gaan uitleggen waarom het Woord met een hoofdletter en woordverkondiging zo belangrijk zijn. Dat is het en dat weten we. Nee, de eerste stap is erkennen dat gemeenschap en lichamelijkheid helemaal horen bij het kerk-zijn.

De eerste stap is erkennen dat gemeenschap en lichamelijkheid helemaal horen bij het kerk-zijn

De Britse missioloog Leslie Newbigin muntte de beroemde drieslag dat de lokale kerk een teken, instrument en voorproefje is van het koninkrijk van God. Als kerken een voorproefje zijn, dan moet er ook echt wat te proeven vallen, en niet alleen te horen.

Dat proeven kan letterlijk zijn: samen eten, niet voor niets een veel voorkomende activiteit in het Nieuwe Testament. Maar ook meer figuurlijk, het proeven van de genade die in een christelijke gemeenschap is. Ondanks alle gedoe die er kan zijn, is de gemeente zo’n plek. Dat is niet alleen wenspraat. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen die tot geloof komen eerst geïnteresseerd raken in de groep gelovigen en vervolgens pas in hun God. Hoe kunnen we meer mensen van onze gemeenschappen laten proeven?

Als kerken een voorproefje zijn, dan moet er ook echt wat te proeven vallen, en niet alleen te horen

Als theoloog in opleiding, verrast het me overigens niet dat lokale gemeenschappen als voorproefjes zo belangrijk zijn in Gods Koninkrijk. De apostel Johannes schreef: “Niemand heeft ooit God gezien”. In zijn evangelie volgt daarop “maar Jezus heeft Hem ons doen kennen.” Later in zijn eerste brief schrijft Johannes precies hetzelfde. “Niemand heeft ooit God gezien”. Het vervolg is anders. “Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is Zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden.” Een radicale en hoopvolle boodschap dat God zichtbaar en merkbaar is in de lokale kerk waar gemeenschap en lijfelijkheid een grote rol in spelen.

Cors Visser
Neem contact op