Kerkvisitatie: bezoek om te bemoedigen

Op bezoek gaan. Dat is wat visitatoren doen. Althans, dat is een belangrijk element. De gezamenlijke kerken in een bepaalde regio zijn benieuwd hoe het gaat in en met al die lokale kerken. Waar de bisschop de parochies in zijn bisdom vroeger bezocht (en nu bezoekt), is die bevoegdheid door de zestiende-eeuwse protestantse Reformatie toebedeeld aan de gereformeerde classis. Bijeenkomsten van sommige classes vonden ook beurtelings plaats in de lokale kerken in het gebied van de classis. Dit was niet altijd haalbaar door de reistijd, slechte bereikbaarheid, gebrek aan logies en/of maaltijden. Om die reden kozen classes al vroeg voor een vaste vergaderplaats, meestal in de ‘hoofd’plaats van de classis. Daardoor bleef de vraag naar visitatie open. Die visitatie was overigens niet vanzelfsprekend. Aanvankelijk weerhield angst voor hiërarchie de gereformeerden ervan visitatie in te voeren. Het ging om niet minder dan de kernvraag: met welk recht komt de meerdere vergadering op bezoek bij de kerkenraad van een lokale kerk? Er was geen behoefte aan inspecteurs of superintendenten. Eerst in de Dordtse Kerkorde van 1619 kreeg visitatie een kerkordelijke plaats. Relevant is de vraag naar het doel van visitatie, los van allerlei praktische regelingen. Artikel 44 van de Dordtse Kerkorde van 1619 noemt als doel: ‘alles tot vrede / opbouwinghe / ende t’meeste profijt der Kercken / ende Schoolen’. In die tijd behoorde het toezicht op scholen ook tot de taak van de classis.

Visitatie is geen doel in zichzelf, geen administratief instrument van een bureaucratische kerk. Het is ook niet zomaar op bezoek gaan en evenmin gaat het om een gesprek over kerkelijke koetjes en kalfjes. Zoals het genoemde artikel 44 laat zien gaat het om niet minder dan de vrede van, de opbouw van en wat het meest profijtelijk is voor de kerken. Dat resoneert in art. E65.3 van de kerkorde van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Daar is het doel van visitatie ‘gericht op het adviseren, aansporen en vermanen van de ambtsdragers met het oog op de opbouw van de gemeente en de vrede tussen de kerken’. Wat kerkenraden van lokale kerken nodig hebben, is bemoediging, advies, aansporing en desnoods vermaning van visitatoren vanuit de classis. Het kan gaan om het delen van best practices of juist van de worstelingen in of van de kerkenraad, of de ambtsuitoefening, de bediening van Woord en sacrament en nog veel meer. Het ‘Model voor een classicale regeling voor de kerkvisitatie’ bevat nadere regelgeving over de samenstelling, de taak en de werkwijze van de visitatoren. Dat is een behulpzaam instrument. Uiteindelijk gaat het er immers om dat de kerken in de classis opgebouwd worden en dat de vrede van Christus wordt gediend.

Verwijzingen/bronnen:

  1. Kerkorde GKv:
    E65 kerkvisitatie
    E65.1 Jaarlijks vindt namens de classis in elke kerk de kerkvisitatie plaats.
    E65.2 De visitatie is gericht op het adviseren, aansporen en vermanen van de ambtsdragers met het oog op de opbouw van de gemeente en de vrede tussen de kerken.
    E65.3 Voor de visitatie stelt de classis een college van visitatoren aan, waarvan de taken en de werkwijze worden vastgelegd in een regeling.
    E65.4 Desgevraagd bieden visitatoren hulp bij moeiten of conflicten in een gemeente.
  2. Een model voor de classicale regeling (zie hier).
  3. J.D.Th. Wassenaar, ‘Om te zien hoe het hun gaat’: Een historisch onderzoek naar bedoeling en werkwijze van de kerkvisitatie, Zoetermeer: Boekencentrum, 2005.
  4. C. [Leon] van den Broeke, Een geschiedenis van de classis: Classicale typen tussen idee en werkelijkheid (1571-2004), Kampen: Kok, 2005.

Dit artikel is geschreven door Leon van den Broeke.