Hoop in deze wereld

Komt Christus binnenkort terug? Volgens ds. Orlando Bottenbley gebeurt dat binnen afzienbare tijd. Een aantal jaren geleden verwachtte hij dat grote gebeuren binnen vijfentwintig jaar, en inmiddels zijn we weer een stukje verder. Hij zag onlangs geen reden om op zijn mening terug te komen. Integendeel: Hij komt binnen vijftien jaar. Theoloog Johan ter Beek rekende hem na. Met voor gereformeerde oren heel veel herkenbaars. Opvallend is wel zijn antwoord op de vraag: komt er nog een fysieke terugkeer van Jezus? Hij weet het niet. ‘De eindtijd betekent dat Christus Koning is. En als steeds meer mensen Hem gaan dienen, verspreidt het Evangelie zich over de hele aarde. En als dat is gebeurd is Hij de facto naar de wereld teruggekeerd‘. Het is allemaal terug te lezen op www.CIP.nl, in het dossier over de wederkomst. Ik moest eraan terugdenken bij een column van Wim Dekker in het Nederlands Dagblad van 25 juli. NB: bij deze Wim Dekker gaat het niet om de theoloog, maar de socioloog.

Profetisch spreken

Wim Dekker reageert op zijn beurt op een artikel van dr. Kees van Ekris en anderen op de toerustingswebsite van de IZB: Areopagus, een instituut binnen de Protestantse kerk van Nederland. Een verkorte versie heeft ook in het Nederlands dagblad gestaan. Zij misten in de bezinning op de coronacrisis de profetische scherpte. Dat is ook in de lijn van het proefschrift van van Ekris. Daarom licht ik hem ook even uit de groep schrijvers. Het gaat dan om de betekenis van Gods woord voor de wereld waarin wij leven. De profeten onder het oude verbond hadden daar heel duidelijk oog voor. Wim Dekker ging het erom dat het natuurlijk wel mooi was dat die orthodoxe voorgangers dat allemaal nu ontdekken, maar dat dit in de wereldkerk allang ontdekt was. Hij verwees naar de encyclieken van de Paus en het conciliair proces van de Wereldraad van kerken in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Dat ging toen al over vrede, recht en heelheid voor de schepping. Hij verwees naar theologen als Karl Barth en Bert ter Schegget. Van Barth heb ik nog niet zoveel gelezen, maar van ter Schegget herinner ik mij zijn proefschrift over de ethiek van de revolutie. Ter Schegget had veel bewondering ook voor die andere Karl: Karl Marx. In zijn dissertatie heeft hij vooral bewondering voor wat hij als de Chinese weg daarin ziet: het gaat niet om het resultaat: het bereiken van de verwachte heilsstaat, maar om de weg ernaartoe: een permanente revolutie. God is daarbij, in navolging van de bevrijdingstheologie uit Latijns-Amerika, partijganger van de armen. Voor dit artikel is van belang, dat ter Schegget het over een derde weg in de ethiek had. Niet het teruggaan, met de conservatieve christenen, op de schepping is voor hem begaanbaar, en ook niet het beroep op de stad van de toekomst die wij dan wel even zouden bouwen, van de progressieven, maar het bezig zijn onderweg is de kern van het christenzijn.

"Komt er nog een fysieke terugkeer van Jezus?"

Wat ik in de column van Dekker waardeer is de aandacht voor de wereldkerk en het gesprek dat daarbinnen gevierd wordt. Concreet: het gesprek over de maatschappelijke relevantie van het evangelie. Waar ik moeite mee heb is de vervluchtiging van de Bijbelse stad van de toekomst, bij de schrijver op CIP en bij ter Schegget. Prof.dr. Bram van de Beek schrijft in een van zijn publicaties dat Tom Wright, de bekende Britse nieuwtestamenticus, de wederkomst ook ontkent, maar dat ben ik bij Wright zelf niet tegengekomen. Integendeel.

Christelijke hoop

Juist in de brief aan de Hebreeën gaat het vaak over de hoop voor christenen. Heel bekend is hoofdstuk elf, over de getuigen van het geloof die ons in ons dagelijkse gevecht aanmoedigen. Ze hebben vertrouwd op de stad van de toekomst, zonder er maar iets van te zien. Want ze vertrouwden op God die de bouwmeester ervan is. De schrijver moedigt zijn lezers aan om die hoop niet te verliezen, maar haar juist te zien als een anker dat je mag uitgooien in de hemel (Hoofdstuk 6). Het is de zekerheid dat onrecht en geweld geen blijvende plek in Gods schepping hebben. Christus de koning komt vrede en recht brengen. Het is wat je op de been houdt in tijden van crisis en machteloosheid. De huidige wereldwijde coronacrisis is maar de zoveelste in een lange rij. Jezus zelf wijst daarop in zijn rede over het einde van de tijden. Als al die tekenen van de tijden gebeuren: hoofd omhoog, want je verlossing is dichtbij. Je hebt de verticale lijn naar boven nodig om op het horizontale vlak, in de omgang met je medemens en met de schepping van God, nu al iets van die toekomst te laten zien. Wel heel bescheiden: Tom Wright heeft het dan over werken voor het koninkrijk. Pas op: niet aan het koninkrijk.

"Het is de zekerheid dat onrecht en geweld geen blijvende plek in Gods schepping hebben"

Naar twee kanten kijken

Met Dekker stem ik in dat er lang een eenzijdigheid geweest is in de weergave van het evangelie. Soms merk je een reductie tot alleen maar de vergeving van de zonden. Dat gesprek met de wereldkerk is er lange tijd niet echt geweest. Ik ga daar nu niet verder op in. Maar wat onze voorgangers aan het eind van de vorige eeuw goed zagen was het gevaar van wat toen horizontalisme heette. ‘God heeft geen andere armen dan onze armen’, zo citeerde prins Claus ooit de Duitse theoloog Dorothee Sölle in een interview. Zo’n uitspraak spoort mij aan, en dat is nodig, maar tegelijk lees ik in de Bijbel dat zijn arm niet tekort is om mij te verlossen. Die van mensen wel, is de boodschap, en dat merken we ook in deze tijd, in de machteloosheid tijdens de coronacrisis.

"De huidige wereldwijde coronacrisis is maar de zoveelste in een lange rij"

Paulus vat die twee lijnen op een prachtige manier samen in zijn brief aan de Kolossenzen: ‘Hij stelt u in staat om te delen in de erfenis die alle heiligen wacht in het licht. ’Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden’. (Kolossenzen 1). Het gaat over de weg van God, van Golgotha naar de erfenis, het gaat over ons leven nu in het rijk van Christus, over hoe we daar kwamen en over de toekomst. Die verbinding zie ik als het kostbare van het geloof.

"Als al die tekenen van de tijden gebeuren: hoofd omhoog, want je verlossing is dichtbij"

Kracht en zwakheid

Een ander punt is dat revolutie en geweld met elkaar samengaan. De Beatles zongen daar ooit over in hun song over revolutie. Hun boodschap: we willen allemaal de wereld veranderen, maar bij geweld haken we af. Vooral als chairman Mao daarbij gehaald wordt, de toenmalige Chinese leider. Het was indertijd en ook nu, achteraf, moeilijk aan te voelen waarom er zo’n bewondering was voor leiders en landen met een systeem van geweld als China en het Cuba van Castro en Che Guevara. En ik schrijf dat niet vanuit de overtuiging dat wij, met het kapitalisme, zoveel beter af zijn. Ik weet ook wel van het recht van opstand, dat binnen de gereformeerde kerken beschreven is en waar we als Nederland van nu ons ontstaan aan te danken hebben.

"We willen allemaal de wereld veranderen, maar bij geweld haken we af"

Toch mis ik in de terechte aandacht voor het leed van onderdrukte volken, van wie lijden onder racisme, om het even actueel te maken, de aandacht voor de vreemde boodschap van het evangelie. Bert ter Schegget werd hoogleraar in Leiden, waar Hendrik Berkhof een van zijn voorgangers was. Hij had niet zoveel op met de laatste. Kwam dat omdat Berkhof graag sprak over de weerloze overmacht van God? Over zo’n term kun je ook een hele beschouwing houden: doet die recht aan de belijdenis van de almacht van God? De uitdrukking vraagt wel aandacht ervoor dat God zelf gezegd heeft dat zijn kracht in zwakheid volbracht wordt. In het dagblad Trouw schreef Welmoed Vlieger daarover een column: de zwakte van het geloof is juist zijn grootste kracht. En ze wees op Jezus, die zich vrijwillig overgaf voor ons. Een vreemde boodschap, inderdaad. Niet uit te leggen. Maar hij wijst wel de weg uit de ellende van nu.

Jan Kuiper
Neem contact op