Conservatief?

Of ik behoudend ben? Die vraag kreeg ik een paar keer de laatste weken. Naar aanleiding van preken die ik gehouden heb. Ik was me er eerlijk gezegd niet van bewust. Er klonk ook iets van hoopvolle verwachting in door. Toch niet weer zo’n nieuwlichter die… Genoeg aanleiding om daar eens over na te denken. Wat gebeurt er als je termen als behoudend en vooruitstrevend gaat gebruiken in de kerk? Een kleine ramp, denk ik.

Bewaar het pand

Want ze passen niet echt bij het geloof. Maar Paulus zegt toch in 2 Timoteüs 1: 14 dat je het goede dat je is toevertrouwd moet bewaren? Bewaar het pand, zegt de Statenvertaling. En bewaren is conserveren. Dus ben je als christen conservatief. Het is dan ook de naam van een beweging die binnen de Christelijke Gereformeerde Kerk zich inzet voor de oude gereformeerde leer.
Toch ben je dan niet klaar met die tekst. In de eerste plaats al niet omdat je dat pand alleen door de heilige Geest kunt bewaren – en om conservatief te zijn heb je Hem niet nodig. En in de tweede plaats is dat goede dat je ontvangen hebt nogal revolutionair. Het is het evangelie dat mensenlevens verandert. Dus: door conservatief te zijn in de zin van Paulus laat je toe dat je leven op de kop komt te staan.

Vertrouwd?

Nu speelt er nog van alles bij die vraag of ik behoudend ben. Want het gaat de vraagstellers niet direct erom hun oude leven te handhaven, maar ze merken dat er in de kerk van alles en nog wat verandert. Vrouwen kunnen op veel plaatsen zomaar ambtsdrager worden; de kerkdienst ziet er anders uit dan vroeger. Ethische grenspalen lijken te verschuiven: de mening dat homoseksualiteit zondig is wordt nu uitgebreid en openlijk weersproken, en ga zo maar even door. Je zoekt ergens houvast en dat lijkt er niet te zijn. Is het dan niet het beste om gewoon maar alles bij het oude te laten: give me that old time religion, een alweer oud lied van de (ex) slaven in Amerika.
En dat speelt ook in de maatschappij: na de negerzoenen zijn nu ook de moorkoppen in de ban, als woord dan. De lekkernij krijgt een andere, minder beladen naam. Partijen die inspelen op die hang naar het herkenbare en vertrouwde hebben de wind mee. Want ook maatschappelijk verandert er veel. Een flink deel van de Nederlanders van nu is daar niet geboren, of heeft een paar generaties terug elders wortels. En die brengen een andere manier van leven binnen. Een ander geloof. Een bedreiging voor het vertrouwde. (Terwijl ze soms iets heel ouds weer naar boven brengen: ik reis regelmatig met de trein en de enigen die ooit voor mij (66 jaar) willen opstaan, zijn jongens van wie de overopa in ieder geval duidelijk niet uit Nederland komt; de blonde jongens kijken stug op hun telefoon.)

Houvast

Er lijkt een soort garantie in te zitten als je tegenover elke verandering gewoon maar jezelf blijft door hetzelfde te doen. En dat je herkenbaar bent aan een aantal, vrij uiterlijke kenmerken. Dat is gemakkelijk. Er zijn heel wat studies gepubliceerd ver het vrijgemaakte verleden. En daar schrik je dan van. Wat is goed gereformeerd? Als je…. Daar bleek een heel lijstje van te bestaan, in de praktijk. Theoretisch niet. Je enige houvast is dat je van Christus bent. (Zondag 1 Heidelbergse catechismus.) Maar ik de praktijk bleek er toch binnen de kerken een ander soort houvast te zijn.
En niet alleen binnen de gereformeerde kerken. Matthijs Vlaardingenbroek heeft voorlopig zijn laatste artikel geschreven op CIP, een nieuwsplatform voor christelijk nieuws op internet. En hij wijst erop dat ook binnen de evangelische wereld zulke lijstjes bestaan. Niemand valt over roddelen, of ruziemaken of…Maar als je homo bent, kun je dan wel aan het avondmaal? Zo wordt je houding tegenover homoseksualiteit een soort toetssteen voor het ware geloof. Is het misschien iets menselijks om die prachtige zin waarmee de catechismus begint, niet door te laten werken in je gewone leven?

Ja maar

De Bijbel is toch duidelijk? En hoe kan het dan dat we nu opeens die veranderingen zien? Is dat dan toch niet een afwijking van Gods woord? Daar moet je voor oppassen. Je kunt de Bijbel naar je toe praten. Maar dat gevaar is er voor iedereen. Ik denk aan die oude zuster die in onmin met haar naaste leefde en die we ooit vermaand hebben met de woorden van Paulus: laat die gezindheid bij u zijn die ook in Jezus was, Filippenzen 2. ‘Maar dat was toch alleen voor de mensen in Filippi?’ was haar reactie. Zo gemakkelijk kun je je ontdoen van een oproep die volgens K. Schilder vast tot de constante patronen voor ons handelen hoorde.
Er ontbreekt niets aan de duidelijkheid van de Bijbel. Maar het wonder van de Bijbel is dat God voor alle eeuwen spreekt in woorden van toen. En dat er voor al die eeuwen stof in ligt om over na te denken. Dat geldt voor een heleboel dingen. Het woord Drie-eenheid komt in de Bijbel niet voor; Paulus gebruikt het niet, al gaat hij diep genoeg. Maar in de eerste eeuwen wordt de kerk zich ervan bewust. Ik stel me zo voor dat Paulus en Augustinus daarover nu ze samen thuis zijn bij de Heer, met elkaar praten. ‘Wij weten meer dan Paulus’, geldt in ieder geval voor een aantal voor de kerk heel dierbare onderwerpen. Niemand kan Augustinus ervan verdenken dat hij de Bijbel aan de kant zou schuiven, maar hij bracht wel op een nieuwe manier vanuit dat woord van God dingen onder woorden waarover zijn voorgangers zich misschien nog eens achter de oren zouden hebben gekrabd.

Oud en nieuw

Je kunt ze niet tegen elkaar uitspelen, conservatief en vooruitstrevend. Je kunt ook niet in een kort artikeltje als dit, er alles van zeggen. Maar het minste dat je van elkaar mag vragen is toch dat je elkaar bevraagt op het Bijbels gehalte van je bewering. En dat je ervoor oppast dat je niet op grond van een standpunt die ander wegzet als onbijbels. Dat is het lastige in deze tijd. Niet dat er in de kerk naast de waarheid dwaling zou voorkomen en dat die uiteraard te vinden is bij mensen die een ander standpunt innemen dan jezelf. Maar dat er visies zijn die tegenover elkaar staan en waarbij beide kanten zich even hard beroepen op Gods woord. Wil je tot een gesprek komen, dan is het nodig die intentie te erkennen. En tegelijk brengt je dat dichter bij elkaar. Want die ander heeft net als jijzelf ook dat enige houvast in leven en sterven.

‘Wees mijn verlangen’

Ik kan het niet laten. Ik wijs even op opwekking 520: wees mijn verlangen, o Heer van mijn hart. Bij opwekking denk je aan een band, in ieder geval piano. Maar het lied is al meer dan een eeuw oud, toen er van een band in kerkdiensten alleen sprake was bij het Leger des heils. En de tekst is nog veel ouder. Het is in oorsprong een Iers lied, waarvan sommigen denken dat het teruggaat tot de achtste eeuw. Je denkt, want het komt uit de bundel Opwekking dat je iets nieuws zingt, maar al zingend laat je iets horen van de kerk van alle eeuwen. (En, voor organisten die denken dat ze dit niet kunnen begeleiden: google op Be thou my vision…) Ook over de manier waarop erin gezongen wordt over de wapenrusting van God kun je veel vertellen over de verhouding geloof en cultuur, maar dat bewaar ik voor een andere keer)

Jan Kuiper
Neem contact op