Ben ik een racist?

Natuurlijk roep ik, of wie die vraag hoort, gelijk nee. Maar is dat zo? Ik kijk even naar mezelf. Er zijn mensen die ik direct al niet vertrouw. Ze praten snel en vlot, ze doen heel aardig, en het lijkt alsof je goed contact met ze hebt, maar die blinkende rij witgebleekte tanden is maar schijn. Het zijn net apen: als die lachen is het pure agressie. Ze laten die tanden zien om je daarna te verscheuren. Met woorden, dat gelukkig wel, en onderling, als je er niet bij bent. Natuurlijk zijn er betrouwbare westerlingen, maar ten westen van Amersfoort moet je uitkijken met de oorspronkelijke bevolking.
Dat is een van mijn vooroordelen. Daarvan ben ik me goed bewust. Het heeft te maken met de taal die je spreekt, de manier waarop je in dit geval gemeenschappelijke taal, het Nederlands, gebruikt, met omgangsvormen en mijn eigen onhandigheid daarin, met cultuur en noem maar op. Geef mij maar Groningers: te eerlijk om aardig te zijn, wordt van hen gezegd. Ik vermoed dat er aan de andere kant net zoveel vooroordelen bestaan rond mensen ‘uit de provincie’. Zelfs onder Nederlanders hebben we nog veel te doen in de bestrijding van vooroordelen. Inmiddels wonen er heel veel mensen uit compleet andere culturen.

Gereformeerde superioriteit

Dit als inleiding op een artikeltje over het racismedebat. Abraham Kuyper was daarbij nog even in het nieuws. Hij bleek zich ook schuldig gemaakt te hebben aan racisme. Hoe geweldig hij ook verder was, hij was ook een kind van zijn tijd. Dit bedoel ik niet als verontschuldiging. Hij was hoogbegaafd genoeg om door de verhalen van toen heen te prikken. Dat deed hij op andere gebieden ook regelmatig. Maar het hoorde bij die tijd. Prof. Jaap Kamphuis leerde ons daarop letten in zijn colleges. Het was de tijd van het opkomend nationalisme. En hij noemde dat afgoderij. ‘Eigen volk eerst’ komt niet in de Bijbel voor. Het was ook een wortel voor het Zionisme, wees Kamphuis aan. En we zitten met de gevolgen tot vandaag toe. Maar terug naar Abraham de geweldige. Die zag, herinner ik mij van die colleges, een beweging in de wereld en de kerk, waarbij de Verenigde Staten van Amerika bijna het beloofde land van de toekomst waren. Heel scherp zag hij, hoe presbyterianen in de zeventiende en gereformeerden in de negentiende eeuw daar hun toevlucht gevonden hadden en in vrijheid de Heer konden dienen. Hij had niet door dat die vrijheid er alleen was voor de bovenlaag van de bevolking, niet voor de ex-slaven en de oorspronkelijke bevolking.

"Eigen volk eerst' komt niet in de Bijbel voor"

Tegelijk was het de theoloog die sprak over de pluriformiteit van de kerk, waarbij hij welwillend een plaats gaf aan andere tradities, zoals de roomse, maar de gereformeerde kerk toch de meest zuivere openbaring van het lichaam van Christus op aarde vond. Dan worden die andere tradities welwillend geduld, in de verwachting dat het ware licht nog eens zal doorbreken bij hen. In theorie namen de vrijgemaakte kerken afstand van deze theorie door weer te spreken over de ware kerk, maar in de praktijk vermengde zich het zuiverheidsideaal van Kuyper met de norm dat in de kerk alleen Christus het voor het zeggen heeft. Er was ook nog eens heel weinig ruimte tussen norm en werkelijkheid.

Institutioneel racisme

Waarom haal ik dit op? Omdat het gesprek over racisme op diverse niveaus gevoerd wordt. Ben ik een racist? Zie hiervoor Hinke Abbema op www.Lazarus.nl: je kunt je niet te gemakkelijk van die vraag afmaken. Maar ook: zijn wij het met elkaar? Zit het ingebakken in onze samenleving? Officieel is ieder voor de wet gelijk. Maar bij een sollicitatie kun je beter Marie heten dan Fatima, blijkt. (En nog beter Henk.) En dus ook: zitten er in onze kerkelijke traditie elementen die je racistisch zou kunnen noemen?

"Officieel is ieder voor de wet gelijk. Maar bij een sollicitatie kun je beter Marie heten dan Fatima, blijkt. (En nog beter Henk.)"

Vandaar dat voorbeeld over Abraham Kuyper. Ik heb er niet speciaal onderzoek naar gedaan; het ging mij ook niet om onthutsende citaten over mensen van een ander ras bij hem of andere gereformeerden; het ging mij om het systeem van denken zoals dat in mijn hoofd is terechtgekomen en vast ook in dat van anderen. Dat is een van de dingen die ik geleerd heb bij mijn werk bij het Praktijkcentrum: dat er vaak verschil is tussen wat de Bijbel zegt en wat mensen ervan maken, en dat bijvoorbeeld de belijdenis dat iedereen naar Gods beeld gemaakt is, nog niet wil zeggen dat de praktijk binnen de kerk zelf daarbij past. Het is wel de bedoeling dat beide bij elkaar komen. Maar dan moet je naar jezelf durven kijken. Als individu en als kerkelijke gemeenschap. Dat is lastig. Ook voor christenen die mogen weten van een opnieuw geboren worden en dan moeten toegeven dat er daar nog maar een klein begin van te zien is.

Diversiteit

Het debat over racisme in de samenleving raakt dat over diversiteit binnen de kerk. Er was een tijd dat we dachten dat je uit de Bijbel met behulp van logisch redeneren Gods wil voor vandaag kunt afleiden. En als iemand, vaak met behulp van dezelfde logica, tot andere uitkomsten kwam, was dat verdacht. Maar houdt Christus dan niet van die ander, en omgekeerd? Langzamerhand kwam het besef dat je ook samen een kunt zijn zonder het in alles eens te zijn. Er zijn behoorlijke verschillen, binnen het kerkverband van de vrijgemaakte kerken alleen al. En als je verder kijkt, wordt dat alleen maar groter. We weten van het bestaan van emigrantenkerken in Nederland, maar in het gesprek over racisme komt naar voren dat we ze eigenlijk niet kennen. Ooit was er zendingswerk in Suriname vanuit de GKv. Maar na een aantal jaren moesten we tot onze schaamte erkennen dat Christus daar allang aan het werk was, in de Evangelische Broedergemeente. Een soort blinde vlek, vanuit de gedachte dat de gereformeerde vormgeving superieur was?

"Het debat over racisme in de samenleving raakt dat over diversiteit binnen de kerk."

Vandaag wordt er weer volop over pluriformiteit gesproken, of met een variant: de plurale kerk. Behoorlijk wennen, voor de ouderen onder ons die op catechisatie leerden afscheid te nemen van de Kuyperiaanse invulling ervan. Maar ook een nieuwe kans, om kennis te maken met andere tradities en je te laten verrassen door de betekenissen die Christus’ offer kan krijgen in andere tijden en andere culturen.

Racisme in de kerk?

Ik vind het belangrijk om de vraag onder ogen te zien of racisme binnen de kerk voorkomt. Daarbij gaat het wat mij betreft niet alleen over de vraag of die zuster met een andere huidskleur goed haar plek gekregen heeft in de gemeente. Maar vooral over de vraag of en hoe diep een onterecht superioriteitsgevoel een plek krijgt in de verwoording van het geloof. En daarbij kan wat op het eerste gezicht onschuldig lijkt, opeens een minder onschuldig zijn. In het Nederlands Dagblad stond een advertentie van een bedrijf dat badkamers installeert. Vijf mensen kwamen aan het woord, vier mannen en een vrouw. En die laatste in de functie van assistent-planner. Het kan toeval zijn, maar het is heel tekenend en stereotiep in de rolverdeling. Waarom is de adviseur geen vrouw? Nu moet ik oppassen: ik had bijna geschreven: die weet hoe je zo’n ruimte moet schoonmaken. Maar dat is natuurlijk heel fout, al blijkt het uit herhaalde onderzoeken wel de realiteit te zijn.

"Maak je niet te snel af van de vraag of je je misschien laat leiden door vooroordelen over mensen uit een andere cultuur."

Ik had de laatste zinnen natuurlijk kunnen weglaten, maar ik doe het niet: maak je niet te snel af van de vraag of je je misschien laat leiden door vooroordelen over mensen uit een andere cultuur. Daar gaat dit artikeltje over. Natuurlijk geef je snel het in Naderland sociaal gewenste antwoord, maar de werkelijkheid kan anders zijn. Racisme binnen de kerk is niet uitgesloten.

Jan Kuiper
Neem contact op