Belijdende kerken

Opeens was het er: een serieus voorstel om te kijken naar de oude belijdenissen en te zoeken naar een nieuwe verwoording. Dit stond in de pas verschenen nieuwsbrief van de Regiegroep die de eenwording GKv-NGK begeleidt. Die eenwording vraagt om een nieuwe kerkorde en de kerkorde begint met een verwijzing naar de eenheid van het geloof. Dan komt de belijdenis om de hoek kijken. Ik ben blij met het voorstel. En ik wil in dit artikeltje graag duidelijk maken waarom. Het voorstel hier is na te lezen.

En de beslissing rond man-vrouw-ambt dan?

Had ik niet uitvoerig moeten schrijven over de beslissing die de generale synode nam rond de revisieverzoeken rond man/vrouw/ambt? Die zijn toch ook zaterdag 5 september genomen? Maar het hangt samen. Een onderdeel van de uitvoerige uitspraken van de synode is: ‘De eenheid van de kerk ligt in haar ene Heer, Jezus Christus, en wordt bepaald door de waarheid die de Schrift ons leert: de ware en volkomen leer, samengevat in de geloofsbelijdenissen (KO, art. A1); de vraag naar de openstelling van de ambten voor vrouwen maakt daar geen deel van uit.’ De synode vraagt van voor- en tegenstanders hun standpunt niet te verabsoluteren, maar elkaar te aanvaarden als leden van Christus’ kerk die gewetensvol zich willen houden aan de Bijbel. In de discussie die je mag blijven voeren gaat het ook om het erkennen van de eenheid die er is. Laat de belijdenis doen waarvoor ze bedoeld is: fungeren als formulier van eenheid. Maar als de geloofsbelijdenissen de waarheid van de Schrift samenvatten, vraagt dit ook om bekendheid ervan. En tegelijk: herken je je als gelovige in de 21e eeuw in woorden uit lang vervlogen tijden die ingaan op discussies van toen?

Reliëf

De Regiegroep wijst op groeiende onbekendheid van de geloofsbelijdenissen uit de zestiende eeuw: de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels. Dat is herkenbaar. De catechismusprediking staat onder druk, zeker nu in coronatijd veel middagdiensten vervallen om praktische redenen. De andere twee belijdenisgeschriften waren toch al behoorlijk onbekend. Ze werden dan wel op de Bijbelstudieverenigingen besproken, maar lang niet iedereen was daar lid van. Ooit was ik lid van de jongelingsvereniging Eljakim in Enschede en toen we nagingen wie er allemaal lid had kunnen zijn, betekende dit een mogelijke verdubbeling van de bezoekers van de jeugdverenigingen. Opzoeken van de niet-leden was een leuke bezigheid, maar leverde geen nieuwe leden op. Als je nog wat verder teruggaat: dr. Abraham Kuyper verzorgde een uitgave van de drie formulieren van enigheid, omdat die in zijn tijd niet beschikbaar was; ze werden in de negentiende eeuw niet standaard afgedrukt in het kerkboek van de Nederlands Hervormde Kerk.

Er is ook in de jaren zestig van de vorige eeuw een discussie geweest of je via instemming met de apostolische geloofsbelijdenis bij je belijdenis ook meteen instemde met de uitwerking ervan in de gereformeerde belijdenisgeschriften. Het is uiteraard prachtig om te beseffen dat we met de gereformeerde belijdenis in de lijn van de kerk van alle tijden staan, maar de belijdenisvraag werd toch niet gewijzigd. Bij belijdenis en doop stem je in met de apostolische geloofsbelijdenis. Vanzelfsprekend? Ik ken ook mensen binnen de kerken die moeite hebben met onderdelen daarvan.
Voor ambtsdragers is de ondertekening van de belijdenis een plicht. Ik heb in mijn leven zo’n zes keer die instemming gedaan en sommige ouderlingen en predikanten veel vaker. Er is dus wel reliëf in de omgang met de belijdenis. Niet voor elk kerklid hoeven ze dezelfde betekenis te hebben.

Instemming, dus vernieuwing

Het opvallende is dat de regiegroep niet vanuit kritiek op de belijdenis komt met de vraag om vernieuwing. Integendeel; ze vinden de gereformeerde leer, zoals daarin omschreven, een kostbaar begrip en zijn juist beducht dat door de onbekendheid met de belijdenissen die onder druk komt te staan. Het gaat niet om mensen die vinden dat je dit of dat ‘in deze tijd niet meer kunt zeggen’. Dat is een belangrijk punt. Ook voor, laten we zeggen, het zelfbewustzijn van de kerken. Veel is in beweging, ook tussen kerken onderling. We hoeven daarbij ons inhoudelijk nergens voor te schamen. Ds. Klaas van der Geest wees kort geleden in een tweet op een wat ouder werkje van prof. dr. A.A. van Ruler, waarin deze de stelling uitwerkt dat ultra gereformeerden in feite net zo vrijzinnig zijn als vrijzinnige gelovigen. Wat mij daarbij trof is de warmte waarmee prof. Van Ruler schrijft over de actualiteit van de gereformeerde leer. Het is elke keer de moeite waard het stof eraf te blazen en te zien wat we, misschien bijna vergeten, in de kast hebben staan. Ook voor vandaag in actuele discussies over wat kenmerkend is voor je geloof. Ik daag je uit om dat opnieuw te ontdekken. Herbronnen heet dat.

Taal en inhoud

Het gaat dus om veel meer dan een taalkundige aanpassing aan het Nederlands van nu. Want dan blijf je in de denktrant van de zestiende eeuw hangen – en in de stand van zaken rond de hete hangijzers van toen. Inmiddels is de geschiedenis doorgegaan en onze tijd kent, heel opmerkelijk bijvoorbeeld, een toenadering tussen Rooms-Katholieken en protestanten op het punt van het avondmaal en de rechtvaardiging door het geloof. Dat vraagt op zijn minst om een bezinning op de wat beruchte vraag en antwoord 80 van de Catechismus over de mis en het avondmaal. Zo zijn er meer dingen te noemen. Dat is geen kritiek op de broeders en zusters van toen, maar komt voort uit het besef dat we op een ander moment leven en dat het er nu ook om gaat om te laten horen waar je voor staat – de oorspronkelijke betekenis van het woord protestant, zo heb ik vroeger geleerd.

Geloof en verstand

In de tijd waarin we nu leven lijkt het erop dat het gegeven dat je gelooft alle aandacht krijgt, vergeleken met de vraag wat je gelooft. “Ik ben blij dat mijn kind nog ergens aan doet”, kun je horen. Toch is, van Ruler wijst daarop, in de gereformeerde leer altijd aandacht geweest voor de eenheid van beide aspecten. Dat stelt hij in gesprek met wat we nu reformatorische christenen noemen. En het is niet alleen van belang in dat gesprek. Onlangs kwam ik op CIP een preek tegen, gehouden in een evangelische kerk (Mozaiek), waarin de voorgangster ervoor waarschuwde om je geloof te bouwen op bijzondere ervaringen. Ga terug op de beloften van de Heer, was haar dringende advies. Mooi, dacht ik toen. Een oergereformeerd geluid dat in de gereformeerde kerken zelf op de achtergrond lijkt te raken. Dat verstand en gevoel tegen elkaar uitgespeeld worden is tegelijk heel modern – en het is een van de kostbaarheden van de gereformeerde leer dat die bij elkaar horen. Dat geeft je geloof vastheid. De beloften van de Heer. Maar dan moet je ze wel kennen. Vanuit je hart. Dat vraagt om een belijdenis, een omschrijving, van de inhoud van het geloof, die je hart raakt. Dat je gelooft en wat je gelooft horen bij elkaar

Eenheid

Discussies raken elkaar. Over de plaats van mannen en vrouwen in de dienst van de Heer en over de vraag om een vernieuwde belijdenis. Het betekent voor de vrijgemaakte en de Nederlands Gereformeerde Kerken die elkaar gevonden hebben een kans om ook met elkaar te ontdekken waar het bij alle verschillen, soms oppervlakkig en soms meer diepgaand, echt om gaat. Daarom ben ik blij met dit voorstel om te zoeken naar vernieuwing van de belijdenis.

Jan Kuiper
Neem contact op