Nee, niet echt. En dat hoort bij de erfenis van de Vrijmaking. De scheuring binnen de gereformeerde kerken midden in oorlogstijd. Om een leergeschil dat je in deze tijd amper nog kunt uitleggen. Maar toen waren ze er ook niet blij mee. De ‘bezwaarden’, de latere vrijgemaakten, wilden helemaal de kerk niet uit. Maar de toenmalige synode zette door en bond de ambtsdragers aan een leeruitspraak. Toen ‘moesten’ de bezwaarden wel verklaren dat ze dat besluit niet konden accepteren. Een flink deel van hen kwam buiten het verband van de gereformeerde kerken te staan die later, vanuit de vrijgemaakte kerken aangeduid werden als ‘synodaal’, of, nog feller, ‘synodocratisch’. Beide woorden duiden aan dat volgens de vrijgemaakten de synode zich teveel macht aanmatigde.

Dubbel

Nog even los van de inhoud waarover het geschil ontstaan was: Het levert een dubbel gevoel op. Enerzijds diep verdriet, omdat er een leeruitspraak kwam die volgens de latere GKv-ers boven de Bijbel uitgaat, en er een scheiding uit voort kwam die ook nog eens dwars door families en gezinnen heenliep. Anderzijds omdat er zeker in die eerste jaren toch een gevoel van bevrijding was gekomen. ‘De strik brak los en wij zijn vrijgeraakt’, psalm 124 oude berijming, werd graag gezongen, naar verluidt met soms een wijziging van de r in een m. Terwijl aan de ene kant de breuk beweend werd, was er anderzijds ook een gevoel van opluchting: nu kunnen we doorgaan met het goede werk dat in de jaren dertig van de twintigste eeuw begonnen was: hernieuwde aandacht voor de (uitleg van de) Bijbel.

Schuldbelijdenis

Lang is het gesprek tussen beide kerken gevoerd. Met vanaf de kant van de GKv steeds de vraag om erkenning van het leed dat toegebracht was in de onterechte schorsingen. Maar op een of andere manier bleven de gewraakte leeruitspraken binnen de grote gereformeerde kerk steeds op een diplomatieke manier overeind. Ook in de zogenaamde terzijdestelling ervan in 1959. Er veranderde echt wat toen in 1988 de ‘synodale’ synode schuld beleed over de harde manier waarop een en ander doorgezet was juist in oorlogstijd. Schuld ook over de concrete schorsingen en afzettingen. Maar dat gebeurde in een tijd dat binnen de synodale kerk er grotere leerverschillen waren dan ooit in de jaren veertig voor mogelijk werden gehouden: als je Harrie Kuitert en Herman Wiersinga in de kerk kunt houden, dan zeker, achteraf gezien, Klaas Schilder. Maar de lucht klaarde wel op en tegenwoordig lees je over een onbekommerde samenwerking tussen een plaatselijke GKv en de plaatselijke PKN, de fusiekerk waarin de ‘synodalen’ zijn opgegaan. Er is meer herkenning dan je voor mogelijk hield.

Klimaatverandering

Daar hoort ook bij dat er binnen de GKv sprake is van een klimaatverandering: het wordt steeds warmer. Toen ik predikant werd in 1980 was er nog geen sprake van dat je de intrededienst van de synodale collega kon bijwonen. De kerkenraad gaf dat ook schriftelijk te kennen aan de uitnodigende partij. Maar het was tot die tijd gebruikelijk om de aanspraak ‘broeders’ te vermijden en de antwoordbrief te beginnen met ‘geachte heren’. Niet eens: eerwaarde heren, wat formeel zou moeten: daarmee zou je ze in hun ambt erkennen.  Ik heb, mede geleerd door wijlen prof. Jaap Kamphuis, er toch voor gepleit de naam ‘broeders’ te gebruiken: je doet daarin ook een appel op de anderen om het gesprek te blijven aangaan. Inmiddels is het heel gewoon om zo’n intrededienst bij te wonen. Zonder de verschillen tussen de kerken uit te wissen: wil je dat je stem daarover gehoord wordt, dan is het goed te zoeken wat je verbindt. Dat kan zonder alles te relativeren.

Gods werk?

Binnen de vrijgemaakte kerken zelf ontstond er in de begintijd verschil in taxatie van de Vrijmaking. Iedereen was er blij mee. Dat staat voorop. Maar een groot deel ging verder en beschouwde de Vrijmaking als het werk van God en als een nieuwe reformatie, waarbij de wegen van de ware en de valse kerk uiteengingen. En dat bepaalde ook heel praktisch de houding: kun je samenspreken met de andere kant om te proberen de breuk te herstellen, of is dat eigenlijk onbegonnen werk. Het laatste zeg je niet hardop, maar het is de vrijgemaakte synode wel verweten, ook van Christelijk Gereformeerde zijde: je doet we alsof je open staat voor een gesprek, maar je zoekt in feite je eigen gelijk en legt als het vervolgens niet lukt de verantwoordelijkheid bij de andere kant. Aldus wijlen ds. J.H.Velema.

Binnen de GKv leidde de verschillende taxatie van de Vrijmaking tot een breuk, in de jaren zestig. Er kwamen kerken ‘buiten het verband’. Later noemden ze zich Nederlands Gereformeerde Kerken. We leven in een tijd dat in een lange weg van gesprekken met elkaar beide groepen kerken elkaar weer gevonden hebben. Al in 2008 werd er door de synode een overeenstemming rond de omgang met de belijdenis geconstateerd, daarna volgde een overeenstemming rond het gebruik van de Bijbel en in 2017 werd het besluit binnen de kerken neergelegd om op korte termijn tot hereniging over te gaan. Gezien de voorgeschiedenis onvermijdelijk en ook binnen het kader van wat in de GKv altijd geroepen is. Opvallend daarbij is dat de vraag naar de taxatie van de Vrijmaking daarbij niet direct naar voren komt. Ook op dat punt is de GKv veranderd.

75 jaar geleden

Op 11 augustus was het vijfenzeventig jaar geleden dat de Vrijmaking plaats vond; het startsein werd op die datum gegeven in een bijeenkomst in Den Haag. Niet alle vrijgemaakte kerken waren er onmiddellijk bij; en niet alle ‘bezwaarden’ deden mee. Achteraf bleek de verplichte binding aan de genomen leeruitspraken toch minder hard dan eerst naar voren kwam in de schorsing en afzetting van de professoren Klaas Schilder en Seakle Greydanus., en van een aantal predikanten. Rond dit jubileum zijn wel enkele activiteiten gepland, maar niet van dezelfde orde als bij de vijfentwintigjarige en veertigjarige herdenking. Wel is er op 31 oktober een studiedag van ‘weetwatjegelooft.nl’: Gereformeerde theologie stroomopwaarts: ‘Hebben kerken en christenen vandaag de dag baat bij (nieuwe) doordenking van theologische thema’s uit de vrijmakingstijd?’

Ik wil die vraag met ja beantwoorden. Want het ging toen en het gaat nu om de verhouding tussen de Bijbel en wat we daaruit leren, het gaat om het karakter van het geloof in de relatie met de Drie-enige. Typerend voor de eerste veertig jaar was dat om de drie zinnen in een preek het woord verbond viel: de relatie die God met mensen wil hebben. Christenen wisten zich in die benadering bevrijd van het moeras van het subjectivisme, waarin je nooit zekerheid in je geloof krijgt. En, opvallend genoeg, de laatste promotie aan de Theologische Universiteit was voor een proefschrift dat weer aandacht wil creëren voor Klaas Schilder. Met als titel, vertaald: de kerk is het middel, de wereld het doel. (Van Marinus de Jong) De laatste jaren zijn er een aantal behoorlijk ontluisterende boeken verschenen over de geschiedenis van de vrijgemaakte kerken. Ik doe daar niets aan af. Benoem het al te menselijke maar. Maar heb ook oog voor de onderwerpen die toen aan de orde gesteld werden en waarin het gaat om levensbelangrijke zaken voor een christen. Blij met de GKv? Die had er niet mogen zijn. Maar nu ze er is, hebben we in het gesprek met andere christenen kostbare invalshoeken naar voren te brengen.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 17 augustus 2019. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)