Ze zijn er altijd al geweest: mensen die van harte geloven maar die in geen enkel kerkelijk paadje kunnen lopen. Ze woonden in een bos als kluizenaar of gingen gewoon hun eigen weg. En dat leverde ook spanningen op. Bij henzelf, omdat ze zich in een keurslijf geperst voelden dat geen recht deed aan hun eigenheid, en bij de gemeenschap, omdat die het spreekwoord wel kende dat onze lieve Heer rare kostgangers heeft, maar toch geen raad wist met hen als je die tegenkwam in je eigen omgeving. Was je wel goed gereformeerd als je geen verenigingsmens was bijvoorbeeld?

Er was, in studentenkringen, een spotlied op een gereformeerd meisje dat een verkering uitmaakte omdat haar vriend op een wel heel ondergeschikt puntje van het gereformeerde leven met haar van mening verschilde. Gods paadje en het menselijk paadje vielen bijna samen. Je kunt er achteraf om glimlachen – waren we echt zo? – maar het was diep geworteld en breed verspreid. De schrijver Godfried Bomans werd in een panel uitgedaagd door iemand die hem voorlegde dat zijn vrouw in alles heel normaal was behalve dat zij de krant van achteren naar voren las. Al improviserend maakte Bomans duidelijk dat je je eigen vrouw (of man) helemaal niet normaal moest vinden, maar juist bijzonder. De vraag en het antwoord laten iets zien van de menselijke behoefte aan voorspelbaarheid en van het verzet daartegen.

Kerkloos
Dit ging even door me heen toen ik in het Nederlands Dagblad las over de groep christenen die elkaar opzoekt in een bijeenkomst van kerklozen. Ze horen bewust bij geen enkel kerkelijk instituut en hebben daar hun verhaal bij, ook vanuit hun visie op het begin van het christendom. Aan dat laatste ga ik even voorbij: het verdient meer aandacht dan in dit artikeltje kan. Wat in hun eigen verhalen opviel was de teleurstelling in de gevestigde kerk. Zij konden zich daar niet in kwijt in hun eigenheid. Terwijl je als gemeente blij zou moeten zijn met zulke oprechte gelovigen.
Heel in het kort van twee kanten een opmerking. Kun je hierover iets zeggen vanuit de mensen zelf en wat zou je er als kerk mee moeten

Libelle
Zonder iets af te doen aan de oprechtheid van de mensen die in de krant aan het woord kwamen, valt me wel op dat dit echt past in de trend van het individualisme. Ook op andere manieren kom ik dat tegen. De laatste tijd heb ik nogal wat brieven gelezen van mensen die niet meer bij hun kerkelijke gemeente willen horen. En die kennen een refrein: we hebben een goede tijd bij jullie gehad, maar we denken dat we verder kunnen groeien in gemeente x. De brieven waren gericht aan de gemeente waarvan ze afscheid genomen hadden. Naar een andere kerk, niet omdat het evangelie in de oude gemeente verdonkerd zou zijn, maar om heel persoonlijke redenen.
Op een ander gebied kwam ik het tegen in het weekblad Libelle: scheiden van je man (het is een damesblad) niet omdat je huwelijk zo beroerd is of omdat hij vreemd gaat, maar omdat je vermoedt dat je nieuwe partner je meer te bieden heeft. Je blijft toch niet je hele leven bij elkaar? Dat hoorde ik de mensen in de bloemenwinkel ook zeggen toen iemand een bloemstuk ophaalde voor mensen die dat wel deden. Toch heb ik daarbij de indruk dat je mooie woorden wijdt aan een droeve zaak en dat je de gebrokenheid van het leven, ook dat van je eigen leven, toedekt. En misschien ontneem je jezelf zo wel de kans om te groeien – in je relatie met je levenspartner of met de gemeente.

Profilering
Aan de andere kant dan de gemeente. Veel gemeenten zijn bezig om zichzelf in kaart te brengen. Dat heeft onder andere te maken met de enorm diverse keus uit kerkmuziek die je tegenwoordig kunt maken. De tijd van de psalmen en 29 gezangen , met op zijn hoogst een ander lied na de officiële kerkdienst, ligt ver achter ons. En de deskundigen binnen de kerken raden daarom aan te werken aan een muzikaal profiel. Maar dan moet je ook bij jezelf stil staan: wat voor soort gemeente zijn wij?
Helemaal niets mis mee. Zo’n profiel helpt ook om van jezelf geen dingen te vragen die de Heer van de kerk niet vraagt en die je niet hoeft te kunnen. Je krijgt wel een differentiatie tussen de gemeenten: bij het profiel van de ene gemeente hoort veel Opwekking en een ander zoekt het in het klassieke kerklied. Kun je dan als gelovige de keus maken om ondanks kerkelijke grenzen naar een buurgemeente te gaan? Ik kwam dat ergens tegen in een plaatselijk kerkblad: mensen die zich niet thuis voelen in het moderne muzikale profiel van de buurgemeente zijn welkom bij ons.
Dat heeft iets goeds. Zie ook het begin van dit artikeltje. Het heeft de erkenning in zich dat je als kerk niet iedereen in zijn voorkeur kunt bedienen en niets is saaier dan de grootste gemiddelde deler. Dat is van alles te weinig. Tegelijk vraagt het om zelfbeproeving zowel van de gemeente als van de gelovige. Van de gemeente: zijn we met elkaar bezig om een nieuw stramien te ontwikkelen dat even verstikkend kan zijn als dat wat we achtergelaten hebben? Van de gelovige: wat zijn mijn motieven om de gemeente in de buurt te verruilen voor een andere?

Het juk van Christus
2000 jaar christelijke kerk, hoe kan het? Voortdurend was en is er beweging. 2017 is ook het jaar van de herdenking van de Reformatie van 1517. Eeuwenlang was er een wel heel knellend instituut. Vanuit moderne ogen kun je je dan afvragen hoe er in 2017 nog steeds christenen kunnen zijn. Wat is, ondanks al die nadrukkelijk aanwezige menselijke trekken, het geheim van de kerk?
De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt daar iets over, onder andere in artikel 28. Kerkmensen zijn mensen die de hals buigen onder het juk van Christus. Met een verwijzing naar Matteüs 11: 28-30, het bekende gedeelte met de uitnodiging van Christus aan alle mensen die moe geworden zijn en onder lasten gebukt gaan. Kom bij Mij, want mijn juk is zacht en mijn last is licht. Misschien helpt het bij die zelfbeproeving. Van de gemeente: wat vragen wij van elkaar? Bedenk dat Christus kwaad werd om regels van mensen. Maar ook bij mijzelf: wil ik mijn hals buigen? Ook als het heel concreet wordt?
Het is het wonder van de kerkgeschiedenis dat door de eeuwen heen de heilige Geest ervoor zorgde dat mensen dit juk van Christus opnamen. Het is een voortdurend gebed dat we Hem daarbij niet in de weg lopen.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 21 januari 2017. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

Jan Kuiper

Jan Kuiper

Onderzoeker at Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18
Jan Kuiper
Jan Kuiper

Latest posts by Jan Kuiper (see all)