Het hele jeugdwerk staat. Er is voor de diverse leeftijden club georganiseerd, de ruimte is aangekleed en de methode aangeschaft. Ook het catechesewerk is helemaal rond. Het jeugdwerk lijkt in kannen en kruiken… totdat iemand de vraag stelt: wat moeten we toch met dat tienerpastoraat aan? Moeten de wijkouderlingen daar wat mee als die de ouders bezoeken? Of moeten we daar ook nog wat voor organiseren? En hoe doen we dat dan? In dit artikel willen we je een eindje op weg helpen… Want de mogelijkheden voor pastorale zorg voor jongeren van de gemeente liggen in het jeugdwerk dat er al is!

Een aantal maanden geleden sprak ik een jeugdouderling die jaarlijks alle jongeren van de gemeente bezocht. Dat vroeg een enorme tijdinvestering van deze man. Maar de persoonlijke gesprekken waarop hij gehoopt had, kwamen niet. Eigenlijk had hij het gevoel dat de jongeren niet op hem zaten te wachten. Sterker nog, hij had het gevoel dat ze hun tijd gewoon uit zaten omdat het van hun ouders moest.

Verschil met volwassenen

Jongeren en volwassenen verschillen nogal van elkaar… Dat lijkt een open deur… Maar als het om pastoraat gaat, lijken we nog vaak in de valkuil te stappen jongeren op dezelfde manier te benaderen als volwassenen. In tegenstelling tot jongeren zijn volwassenen eerder bereid tijdens een jaarlijks bezoekje een open gesprek aan te gaan of op zoek te gaan naar iemand om te praten als ze problemen hebben. Een tiener is naar binnen gericht en heeft als het ware een muurtje om zichzelf gebouwd. Het lijkt erop alsof ze alle processen die zich van binnen afspelen, proberen te beschermen. De weg naar het hart van de jongere is dan ook die van de relatie. Eerst moet er vertrouwen opgebouwd worden. Pas als ze voelen dat jij ze oké vindt en bereid bent jouw tijd en aandacht in ze te investeren, mag je voorzichtig een kijkje achter de muren nemen.

Brede basis

Het zien en kennen van jongeren vormt de basis van goede zorg aan hen. De meeste kansen daarvoor liggen in het jeugdwerk zelf. De clubleiders en catecheten zien de jongeren wekelijks of tweewekelijks en hebben de mogelijkheid een vertrouwensband met jongeren op te bouwen. De brede basis die de hele zorg voor jongeren draagt, is dat het jeugdwerk relationeel wordt vormgegeven. Daarvoor is het nodig om met vaste groepen en vaste leiders te werken waar elk van de leiders een aantal jongeren onder zijn hoede heeft. Door de jongeren onder de leiders te verdelen, blijft het behapbaar voor de leiding. Nog belangrijker is: je merkt het wat sneller op wanneer het even niet zo goed gaat met een jongere. Daarnaast is het nodig om goed bij te houden welke jongeren er komen en deze presentielijsten te vergelijken met andere onderdelen van het jeugdwerk. Het kan zomaar zijn dat een jongere die niet naar club komt wel trouw de catechisatie bezoekt. Door de gegevens onderling uit te wisselen, voorkom je dat er iemand over het hoofd wordt gezien.
Wil je de basis van zorg aan jongeren goed neerzetten dan wordt er wel wat van de jeugdleiders en catecheten gevraagd

  • Gaan voor de relatie. Vraag de jeugdleiders om een relatie aan te gaan met een aantal jongeren. Dat gaat dus verder dan alleen de activiteit draaien. Ook daarbuiten liggen tal van mogelijkheden om contact met de jongeren te hebben.
  • Long term commitment. Een relatie opbouwen kost tijd! Vraag daarom aan jeugdleiders om zich minimaal vier jaar te verbinden.
  • Gebed. Aandacht en zorg voor jongeren gaan hand in hand met gebed. Een veel gehoorde uitspraak in het jeugdwerk is dan ook: ‘Praat eerst eens met God over je jongere voordat je met je jongere over God gaat praten’.
  • Houden van… In het leven van Jezus kunnen we zien hoe Hij echt van mensen hield. Hij keek niet naar uiterlijkheden of dingen waarin ze verschilden. Nee, Jezus zag de persoon en de nood en had mensen onvoorwaardelijk lief. Als we Zijn voorbeeld volgen, gaan (soms na lang wachten) deuren open die anders gesloten blijven.
  • Samen optrekken. Samen dingen doen, waarbij er gelegenheid is voor een goed gesprek, is een goede manier om jongeren te leren kennen.
  • Leven delen. ‘In die gezindheid, vol liefde voor u, waren we niet alleen bereid u te laten delen in Gods evangelie, maar ook in ons eigen leven. Zo dierbaar was u ons geworden.’ (1 Tessalonicensen 2:8) We kunnen een voorbeeld nemen aan Paulus die dit concreet maakte in zijn leven. Hij liet andere mensen bij hem naar binnen kijken, deelde zijn leven met hen en creeerde op deze manier het vertrouwen bij de mensen om meer van zichzelf te laten zien.
  • Toerusting. Naast dat elke gemeente moet zorgen voor goede toerusting van de jeugdleiders (denk hierbij aan gespreks- technieken, orde of omgaan met weer- stand) is het ook belangrijk dat een jeugd- leider zorgt dat zijn eigen ‘tank’ gevuld blijft. Als je zelf investeert in je relatie met God laat je aan jongeren zien dat een le- ven met God de moeite waard is.

Buiten beeld

Als het basispastoraat staat, zijn de jongeren die actief deelnemen in beeld en is er zicht op de jongeren die dat niet doen. Voor de jongeren die binnen het jeugdwerk niet in beeld zijn, kun je een team of buddygroep samenstellen die deze jongeren bezoeken of ontmoetingen organiseren. Het doel van deze vorm van pastorale zorg is niet om de jongeren terug in het jeugdwerk of de kerkbanken te krijgen. Maar om de jongeren te laten weten dat zij er ook bij horen! Dat er vanuit de kerk iemand is die een open oor en hart voor ze heeft. Waar ze terecht kunnen met vragen en problemen. Gesprekken met deze jongeren zijn vaak niet de makkelijkste, in veel gevallen zul je op weerstand stuiten. Het is dan ook aan te raden om een dergelijk team te ondersteunen met training op het gebied van gesprekstechnieken en omgaan met weerstand.

Weerbaar

Een ander belangrijk onderdeel van basiszorg aan jongeren is ze weerbaar maken. Een goed zelfbeeld, zelfvertrouwen en kennis over bijvoorbeeld alcohol, drugs en seksualiteit zijn belangrijke onderdelen. Uit de praktijk blijkt dat een negatief zelfbeeld vaak de basis is van problemen bij jongeren. Het is enorm belangrijk dat jeugdleiders, catecheten en jongerenpastors het zelfbeeld van jongeren positief stimuleren. Waardering, bemoediging, motivatie en verantwoordelijkheid dragen bij aan zelfvertrouwen. Als je
weet wie je bent, ben je minder ontvankelijk voor groepsdruk… Ook kennis over onderwerpen zoals alcohol, drugs en seksualiteit maken jongeren weer- baar. Weten hoe jongens en meiden van el- kaar verschillen, hoe mooi God seks bedoeld heeft en wat de gevolgen zijn als je er anders mee om gaat, maakt jongeren zelfbewuster. Deze onderwerpen moeten dan ook een plek hebben in de basiszorg voor jongeren en een onderdeel zijn van het programma van het jeugdwerk.

Extra zorg

Als je jongeren kent, weet je ook wanneer het niet zo goed met ze gaat. Het loopt thuis of op school niet zo lekker. Ze zijn verward en verdrietig omdat ouders gaan scheiden of omdat er een dierbare is overleden. In deze gevallen kan de jeugdleider, mentor of buddy de jongere ondersteunen door een luisterend oor te bieden, de jongere te bemoedigen of door bijvoorbeeld een kaartje te sturen. Deze pastorale zorg vraagt wat meer van de jeugdleider dan het basispastoraat. Goede toerusting en coaching zijn daarom belangrijk. Een jeugdouderling en/of een team met gemotiveerde goed opgeleide mensen zouden de jeugdleiders kunnen ondersteunen. Dit team kan ook ingezet worden voor de jongeren die niet in beeld zijn in het jeugdwerk. Bij deze zorg voor jonge mensen trek je een tijdje wat intensiever met jongeren op. Het is daarom belangrijk om daar, samen met de jongere, duidelijke afspraken over te maken zodat je weet wat je van elkaar kunt verwachten. Een paar tips:

  • Doe wat je belooft!
  • Communiceer duidelijk het doel van de gesprekken.
  • Wees duidelijk over jouw rol (voer je het gesprek als jeugdleider, jongerenpastor of op persoonlijke titel).
  • Wees jezelf.
  • Stel open vragen en vraag door.
  • Doe het niet alleen. Laat je ondersteunen en coachen door een jeugdouderling of jeugdpastoraal team.
  • Ken je grenzen in tijd, investering en kunnen. Zorg goed voor jezelf! Door duidelijke afspraken te maken, voorkom je dat je over je eigen grenzen heen gaat. Daarnaast is belangrijk om te weten dat voor sommige problemen professionele zorg nodig is.

Bijzondere zorg

zorgvoorjongerenSommige jongeren zijn zo beschadigd of zitten zo in de knel, dat er meer nodig is dan extra aandacht en een goed gesprek. Deze jongeren moeten worden doorverwezen naar de professionele hulpverlening. De jeugdouderling of een jeugdpastoraal team moet vol- doende kennis in huis hebben om de signalen te herkennen en te weten waarnaar deze jon- geren doorverwezen kunnen worden. Er zijn verschillende mogelijkheden om je daarvoor te laten toerusten. Kijk voor een actueel aan- bod op www.zorgvoorjongeren.nl. Daar kun je ook een overzicht van hulpverlenende instanties vinden. Het doorverwijzen van een jongere naar de professionele hulpverlening betekent niet dat je het contact met deze jongere beëindigt. Het is van onschatbare waarde als je juist dan nog naast de jongere blijft staan. De relatie blijft zo behouden, je hoeft het contact niet opnieuw op te bouwen als het wat beter met de jongere gaat.

Belangrijke tips voor bijzondere zorg:

  • Neem de jongere serieus.
  • Oordeel niet.
  • Beloof geen geheimhouding. Je zet jezelf dan klem, zodat je geen hulp meer kunt inschakelen. Bespreek samen wie je er eventueel bij kunt betrekken.
  • Bid voor, en als de jongere het goed vindt, ook met hem of haar.
  • Ga de jongere niet anders behandelen. Dit maakt hem of haar een ‘speciaal geval’.
  • Wees trouw.
  • Bemoedig en bevestig de jongere.
  • Wees open en eerlijk. Hanteer geen verborgen agenda.
  • Wees geduldig.
  • Maak in overleg met de jongere de kring om hem of haar heen groter (denk hierbij aan ouders, jeugdouderling, predikant, mentor van school of het school maatschappelijk werk).

Jeugdouderling

Als je op deze manier het jeugdpastoraat vorm geeft in de gemeente dan is de rol van een jeugdouderling (of kerkenraad) meer faciliterend, coachend en ondersteunend. Tijd en kennis worden zo effectief mogelijk ingezet. Hij heeft zicht op wie er in beeld zijn en zorgt ervoor dat de jongeren die niet in beeld zijn, bezocht worden (of doet dit zelf). Het aansturen van een jeugdpastoraal team, het organiseren van toerustingen, het coachen en ondersteunen van de jeugdleiders en jeugdpastors behoren dan tot zijn taken. Om dit zo goed mogelijk te kunnen doen, is het belang- rijk dat de jeugdouderling een duidelijke visie heeft op jeugdpastoraat en de weg weet in hulpverlenersland. De eerder genoemde organisaties kunnen ook wat betekenen in het toerusten en ondersteunen van een jeugdouderling en/of kerkenraad op het gebied van jeugdpastoraat.

Dit artikel is gepubliceerd in ‘Dienst‘ nummer 3 2013

Corien Rietberg is jeugdwerkadviseur bij stichting Chris. In haar werk begeleidt ze kerken bij het opzetten en/of verdiepen van het jeugdpastoraat. Daarnaast is zij docent en coach bij de cursus kinder- en tienerpastoraat van stichting Chris en verzorgt zij landelijk toerustingen en trainingen voor jeugdleiders over pastorale zorg aan jongeren