Het lijkt soms een onoverbrugbare tegenstelling: wetenschap en het wonderbaarlijke. Maar zonder oog voor het wonder verstart wetenschap, en omgekeerd wordt het wonderbaarlijk een instrument in handen van mensen die er geld mee willen verdienen en mensen manipuleren. Met andere woorden, wetenschap is leuk en gezond, en kan in gelovige doses probleemloos genuttigd worden.

In het televisieprogramma Mindf*ck laten Victor Mids en Oscar Verpoort mensen zien hoe je met vingervlugheid, illusies en knap gebruik van de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek, allerlei zaken kunt suggereren die voor het menselijk besef onmogelijk zijn. De grandioze trucs die zij uithalen laten traditionele illusionisten die werken met kaarten, ballonnen en doorgezaagde weesmeisjes bijna tot een vergane eeuw behoren.
Wie echter een beetje bijgelovig is, loopt bij Mindf*ck het risico allerlei hogere machten aan het werk te zien. In vroeger tijden en in minder ontwikkelde landen zijn er dan ook slimmerds en kwaadwillenden die mensen op die manier geld proberen af te troggelen of onder de duim proberen te houden. Hoe zit het eigenlijk met de relatie tussen wetenschap, macht en ‘het wonderlijke’?

Zoektocht
Wetenschap is een zoektocht om onbekende verschijnselen te leren begrijpen en hanteren, gebruikmakend van aannames, waarnemingen, experimenten en scherp redeneren. In de geschiedenis van de wetenschap spreken Thomas Kuhn (De structuur van wetenschappelijke revoluties) en Paul Feyerabend (Tegen de methode) over de toename van kennis, de vorming van metatheorieën of ‘grand theories’ en de opeenvolging van paradigma’s, van zienswijzen.
Er komen steeds weer nieuwe met elkaar samenhangende theorieën waarmee op een bepaalde manier naar de werkelijkheid gekeken wordt. Met andere onderzoeksmethoden, ‘best cases’ en aanwijzingen voor verder onderzoek kunnen problemen die in eerdere paradigma’s onoplosbaar leken, toch worden opgelost. Wetenschap is volgens Kuhn en Feyerabend zowel een bron van macht, als een macht die je gevangen kan houden. Immers, de dominante wetenschappelijke opvattingen bepalen het denken en de opvattingen over wat wonderlijk is. Maar wanneer diezelfde dominante opvattingen een aantal problemen niet kunnen oplossen, ‘moeten’ ze aan de kant geschoven worden voor nieuwe, jonge, frisse opvattingen. Opvattingen die ‘te wonderlijk’ lijken om waar te zijn. Feyerabend voegt er aan toe dat zelfs oude, absurde ideeën soms kunnen helpen om de wetenschap vooruit te brengen. Wetenschap is volgens hem dan ook ‘een in essentie anarchistische onderneming’. In de boeken Echt Quantum en Echt Zwaar van de wetenschapsjournalist Martijn van Calmthout komen beide elementen die Kuhn en Feyerabend noemen (de zoektocht en de paradigma-wisselingen) prachtig aan de orde. In fictieve gesprekken met wetenschappers als Einstein, Bohr en Foucault wordt de ontwikkeling van uitermate complexe theorieën als de relativiteitstheorie en de quantumtheorie beschreven, als ook de raadselachtigheid van de zwaartekracht en de rillingen die door het heelal lopen. Enige kennis van de natuurwetenschappen is wenselijk om de boeken te helemaal begrijpen. Maar ook zonder die kennis is het indrukwekkend om te lezen hoe onze moderne smartphones nu al veel inzichten uit de quantummechanica benutten. Of hoe de samensmelting van twee ‘zwarte gaten’ het heelal de rillingen bezorgt en die rillingen door ons mensen gemeten kunnen worden.

Echt begrijpen
Wat Van Calmthout daarbij in alle eerlijkheid laat zien is dat rationeel beredeneren, in experimenten meten en ‘begrijpen’ niet direct hetzelfde zijn. ‘We hebben er een theorie over … Maar echt begrijpen wat die betekent, blijft een probleem’, schrijft hij als het over de zwaartekracht gaat (Echt Zwaar). Een heelal dat de rillingen krijgt. Bijna onbegrijpelijk. Even onbegrijpelijk is Peter Wohlleben’s boek Het verborgen leven van bomen. Daarin beschrijft de ecoloog-boswachter hoe bomen elkaar waarschuwen in geval van ziektes, hoe schimmels en bomen met elkaar samenwerken. Bomen die niet in hun natuurlijke groepssamenstelling leven, ontwikkelen
zich tot ‘straatkinderen’: snel wat pakken, want morgen kan er wel niets meer zijn; snel mooi worden, maar weinig wortelen; geen kracht voor de lange termijn opbouwen omdat er geen familie is die steunt en begrenst. En voor planten, zelfs kamerplanten, lijkt iets soortgelijks te gelden. Wetenschap laat het wonderlijke zien, dieper dan onze ogen direct kunnen waarnemen of ons verstand uit directe waarneming concludeert.
Wetenschap, macht en wonder blijken elkaar overigens ook in een soort dynamische driehoek nodig te hebben. Aan de ene kant om ieder voor zich het risico te verkleinen in zichzelf verstard te raken. Macht kan tot dictatuur leiden, wetenschap kan zichzelf vernauwen tot dat wat gebeurt in laboratoria en tot steeds verdere reductie. En het wonder kan verworden tot magie en manipulatie. Elk van de drie is ook nodig om de samenhang tussen de andere twee te begrenzen: ruimte voor de verwondering, voor het onverwachte, is nodig om te voorkomen dat macht en wetenschap de wereld plat maken. Ruimte voor macht en recht is nodig om te voorkomen dat omwille van nieuwe ontdekkingen de menselijke waardigheid wordt genegeerd, bijvoorbeeld in experimenten. En wetenschap is nodig om het risico te verkleinen van een beroep op begaafdheden of de goden te misbruiken voor eigen gewin, en om eigen posities veilig te stellen. Aan de andere kant is wetenschap ook nodig om elkaar in beweging te houden: verwondering doet vragen stellen die door wetenschappers onderzocht kunnen worden, een tijdlang rust en toestemming van een regering of financier hebben om iets uit te zoeken is soms hard nodig. En uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek geven inzicht in de wonderlijke wereld van Gods eeuwige kracht en goddelijkheid (Rom. 1:20).

Fascinerend
Wetenschap is fascinerend, zo blijkt uit Mindf*ck, uit de boeken van Van Calmthout en Wohlleben en uit de vele televisieprogramma’s die de resultaten van wetenschap voor het voetlicht brengen en zich in veel belangstelling mogen verheugen. Maar de boeken en televisieprogramma’s maken tegelijk ook iets anders duidelijk: wetenschap is niet het einde van alle tegenspraak! Wetenschap ontwikkelt zich, inzichten veranderen en verschuiven.
Volgens Robbert Dijkgraaf, voormalig president van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, weten we naar vermoeden ongeveer van 4% van het heelal uit welke materie en energie het bestaat. Over 96% weten we niets, maar die 4% is al wel winst (in Martine van Veelen, Geloof in de wetenschap). Er kan dus nog allerlei nieuws ontdekt worden dat ertoe leidt oude opvattingen te herzien, en nieuwe ontdekkingen kunnen ons nieuwe kracht en macht en majesteit van God laten zien. Ook voor christenen is wetenschap daarom belangrijk en fascinerend. Een heelal met rillingen, bomen die communiceren, bergen die misschien wel blijken te kunnen jubelen en springen, de beeldtaal van de psalmdichter bevat mogelijk meer waarheid tdan hij en wij ooit hadden kunnen bedenken. En de uitkomsten van wetenschap naast de beeldtaal van de psalmist maken diepgaand duidelijk hoe groot God is die we iedere dag belijden als Onze Vader: Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde. In gelovige dosis genuttigd, geeft wetenschap wonderlijk vertrouwen in Hem die naast de geheimen van de zwaartekracht zelfs mijn haren kent (Matt. 10:30).

Dit artikel is geschreven door Henk Geertsema en gepubliceerd in CW Opinie

The following two tabs change content below.
Is verantwoordelijk voor de afstemming van de vragen uit de kerken, uit de theologische opleidingen en van de adviseurs en onderzoekers. Dienst aan de kerken in praktische zin in combinatie met dienst aan de (wetenschappelijke en praktische) doordenking van ons leven als volgeling van Jezus Christus. Met elkaar onderweg naar het nieuwe Koninkrijk van God, geleid door de Geest onder een open hemel. mail Henk