“Actieve PKN-leden zijn overbelast en ongeïnspireerd”. Dat is de kop boven het artikel in Trouw waarin de resultaten van het ledenonderzoek binnen de Protestantse Kerk van Nederland zijn samengevat. Eerder dit jaar had iedereen de gelegenheid om een (digitale) vragenlijst in te vullen over de betrokkenheid bij de kerk. Daar is flink gebruik van gemaakt en de resultaten werden vorige week bekend, samen met een rapport over de manier waarop met al die gegevens een nieuwe weg ingeslagen zou kunnen worden. Moeilijk punt is, als ik het goed zie, de geconstateerde vergadermoeheid, terwijl samen een nieuwe weg vinden met elkaar niet kan zonder veel vergaderingen, ontmoetingen en gesprekken. Ik ga in dit artikeltje niet nader in op de voorstellen en op het onderzoek, maar wel wat de kop in Trouw aanreikt: hoe houd je de vaart erin. Wat motiveert je om door te gaan.

Kritiek
In dezelfde week las ik op de website van het Amerikaanse Christianity Today een blog van Peter Chin over de manier waarop je je voorganger de grond in kunt boren. Dat is niet zo moeilijk: systematische kritiek, waarbij je hem niet meer als persoon ziet, maar bij voorbaat zijn inspanningen inpast in je eigen beeld. En, zegt hij erbij, dat kan versterkt worden door het proces binnen een kleine groep. Niet dat hij iets tegen kleine groepen binnen de kerk heeft, maar er kan een ongezonde sfeer komen waarin de kritiek als het ware door een megafoon wordt versterkt. Zeker als de kleine groep in feite een soort partij binnen de gemeente wordt: een groep van gelijkgezinden die het uiteraard beter weet dan de domme massa en de meerderheid binnen de gemeente, traditioneel of misschien wel uiterst experimenteel. Dit laatste is mijn invulling van de blog. (In een andere blog schrijft Peter Chin ook eerlijk over het even reële gevaar dat een pastor vanuit zijn verwond zijn afreageert op de mensen die hij spreekt en zo metterdaad zelf schade veroorzaakt). Ook deze blog roept meer vragen op dan in dit artikeltje beantwoord kunnen worden, (hoe houd je de kleine groep gezond bijvoorbeeld), maar herkenbaar is de negatieve spiraal die kritiek op de voorganger, ambtsdragers of anderen die zich metterdaad inzetten voor de gemeente kan aanzetten. Dat je het voor een bepaalde groep mensen nooit goed doet , kan aan je motivatie vreten. Er zijn gulden regels voor het geven van feedback, maar die worden vaak met de voeten getreden en niet alleen door mensen die er nog nooit van gehoord hebben.

Idealen
Misschien heeft het ermee te maken dat het in de gemeente van Christus altijd om een diepe laag in je leven gaat. Als mijn sportschoolinstructeur niet goed naar me luistert, vraag ik om een ander, verander ik desnoods van instituut, even goede vrienden verder. Maar in de kerk gaat het om mensen die zich laten vinden bij het kruis van Christus, om openheid voor het evangelie in een gekwetst leven. Met je positieve facebook-profiel heb je er niets te zoeken, maar je hebt er je plek in je kwetsbaarheid. En voor wie zich dan op een of andere manier inzet in de gemeente geldt die kwetsbaarheid ook. Je hebt de kracht van het evangelie ervaren in je eigen leven. Je wilt graag anderen daarin laten meedelen, binnen en/of buiten de gemeente. Maar het sluit nooit honderd procent aan. Je idealen lopen stuk op de stugge werkelijkheid. En je raakt je idealen kwijt. Waarom zou je je nog inzetten?
Het is dan heel gemakkelijk om dan allerlei dingen te roepen: over het gevaar van consumentisme in de kerk bijvoorbeeld. Mensen die er komen om zich religieus te laten vermaken. Dat kan natuurlijk en de Bijbel waarschuwt daar al voor, zie 2 Timoteus 4:3

‘Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten.’

Toch is dat voor wie zijn drive kwijt dreigt te raken een valkuil, hoe herkenbaar dit woord van Paulus in bredere zin ook is. Misschien is het gezonder, als je je idealen fris wilt houden, terug te gaan naar de Bron. Christus zelf is de enige die er bij ons de vaart in kan houden.

Complimenten
In het seizoen van de lintjesregen kun je daarnaast ook spreken van de waarde van gewoon menselijke complimenten. Je ziet dat overigens ook heel mooi terug in de eerste brief van Johannes. In hoofdstuk twee noemt hij de waardevolle dingen die hij opmerkt bij jong en oud. Spreek je waardering maar uit bijvoorbeeld voor de inzet van de organist, al kan zij niet altijd de muziek spelen die je mooi vindt (en misschien vind je het orgel zelf als instrument drie keer niks). Dat staat niet los van de diepe lagen in het geloof: juist in de erkenning dat Christus op talloze manieren iemand aan kan raken en een gewond geraakt leven kan genezen vind je ook de weg om waardering te hebben voor iemands inzet binnen Zijn gemeente. – en dat te uiten. Dat helpt ook om in beweging te blijven.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 2 mei. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18