Het symposium ‘Kerk onderweg naar morgen’ is geweest. De mensen zijn terug naar huis, de stoelen zijn weer teruggezet en de rekeningen zijn betaald. Tijd om de balans op te maken en wat vooruit te kijken.

Geen organisatie-mist, maar herkenbare christelijke gemeenschappen
De samenwerking tussen het Platform Diaconale Samenwerking en het Praktijkcentrum voor onderzoek en dienstverlening is succesvol geweest: zo’n 200 mensen bezochten het symposium. Diakenen, predikanten, kerkelijk werkers, vrijwilligers, onderzoekers, gemeenteleden en docenten bogen zich over de ontwikkelingen in de relatie tussen kerk en samenleving. Het was een goede voorzet voor andere verhoudingen: niet meer de christelijke organisaties zijn de handen en voeten van de kerk. Maar de gemeenten zelf worden door de christelijke organisaties geholpen om de eigen handen en voeten te gebruiken. En omgekeerd: de lokale gemeenten helpen de christelijke organisaties om dicht bij de praktijk van het dagelijks leven hun ondersteuning te gaan bieden. Geen organisatie-mist (Cors Visser), maar herkenbare christelijke gemeenschappen, te midden van andere gemeenschappen: werk, school, buurt, zorg.

Herkenbaar
En dat is nodig. De omwentelingen in de samenleving leggen steeds meer verantwoordelijkheid voor dagelijkse zorg en ondersteuning bij de mensen en hun netwerken. De kerk staat dan voor de vraag of ze daarbij partner wil zijn, herkenbaar voor de mensen en de overheid. Of ze opnieuw haar corebusiness van helpen wil opnemen, zoals de Meppeler wethouder Gert Stam het uitdrukt. En die corebusiness kan tot bijzondere ontwikkelingen leiden. Ger en Geurt ontwikkelen een diepe vriendschap terwijl ze samen bijbellezen. Geurt blijkt een gelovige buiten de kerkmuren, buiten de ledenregisters van de kerkelijke administratie. Maar niet buiten die van de hemelse administratie. Als de kerk niet aanwezig is in de dagelijkse leefwereld, waar is dan nog wel een baken van geloof, hoop en liefde te vinden? (Roel Kuiper)
Maar daar zit nu wel precies een knelpunt als het gaat om de toerusting die de kerk biedt. Wat doen we, hoe zijn we als leerlingen van Jezus Christus zichtbaar tussen maandagmorgen 08.00 uur en zaterdagavond 24.00? Sake Stoppels stelt dat we vermomd als huisvrouw, schoolmeester, collega op kantoor of in de fabriek, aanwezig zijn als dienaar, als diaken van het nieuwe Koninkrijk. “Dat kost geen extra tijd, mensen zijn er immers toch al. En zo sijpelt de zondagse zegen door naar de dagen die volgen…”.

Wederkerigheid
In alle inleidingen en workshops lijken drie dingen naar voren te springen: de gemeenschap, de wederkerigheid en het dagelijks bestaan. Gereformeerden hebben het meestal over ‘de kerk’, evangelischen over ‘de gemeente’. Het eerste begrip roept associaties op met instituut en regels, het tweede met groepsvorming. Terwijl het in het christelijk leven gaat om ‘gemeenschap’, relatie, betrokkenheid, vertrouwdheid met elkaars leven, veiligheid zoeken en vinden in de onderlinge acceptatie en zorg. Dat betekent dat er sprake is van wederkerigheid: niet de gelovigen zijn ‘gevers’ en de ongelovigen ‘ontvangers’, maar we zijn allemaal ‘ontvangers’ en leven in dit bestaan allemaal onder de zorg, aandacht en genade van de goede God.
Als ‘vermomde’ diakenen aanwezig zijn in het dagelijks leven
En daarmee kunnen we delen, uitwisselen wat we van die goede God gehoord en gemerkt hebben. In ons dagelijks bestaan van kwetsbaarheid, van je weg zoeken, van omgaan met werkdruk, verleidingen, verdriet en vreugde. Maar dan zijn we ook als ‘vermomde’ diakenen aanwezig in het dagelijks leven van collega’s, buurtgenoten, mede-spelers op het sportveld, in de wetenschap of het onderwijs. Of het bieden van ‘parochial nurses’ om zieken te helpen, ook al zijn ze geen lid van de gemeenschap van leerlingen.

Praktijk
De sprekers stellen daarmee een centrale vraag aan de orde: hoe steunen we elkaar om lokaal herkenbare ‘gemeenschappen van lerende dienaren’ te zijn? Hoe kunnen we christelijke organisaties zo vormgeven dat ze de lokale gemeenschappen meer zichtbaar helpen te zijn in plaats van zaken van die gemeenschappen over te nemen? Hoe kunnen we de zondagse samenkomsten zo vormgeven dat we geholpen worden om door de week ‘als beroepsmens-vermomde-diaken’ te zijn? Hoe worden we als gemeenschap zo open dat iemand die in de gemeenschap binnenkomt zich welkom voelt. En mee mag doen in de gemeenschapsvorming en begrijpt van Wie die dienaren leerlingen zijn?
De leer wordt loos wanneer er geen verbinding is met het dagelijks bestaan
Alle sprekers wijzen ten diepste op de praktijk van het christelijk leven. Niet op de theorie, de wetenschap, de leer of de belijdenis, maar op het gewone leven van de vrije christenmens (om het maar eens met Luther te zeggen). Dat betekent niet dat de sprekers geen waarde hechten aan theologie, belijdenissen, de leer, maar dat die loos worden wanneer er geen verbinding is met het dagelijks bestaan van de gelovigen zelf. Of met de gemeenschap van gelovigen te midden van de andere gemeenschappen waarin we gesteld zijn.

Generale synodes
Daarmee komen we overigens wel op een consequentie die niet aan de orde is geweest op het symposium, namelijk de vraag naar de functie van de landelijke kerkverbanden, zoals ze vorm krijgen in generale synodes. De transitie zoals die op het symposium van 10 oktober besproken werd, is gesignaleerd in publicaties als ‘Diaconaat 2020’ van het Centrum voor Samenlevingsvraagstukken (2014) en de rapportage ‘Koninkrijk van Priesters’ van het Praktijkcentrum (2014). Het betreft immers een kentering in de landelijke oriëntering van de plaatselijke gemeenten ten gunste van lokale oriëntatie en samenwerking met nabije gemeenten, eventueel uit andere kerkverbanden. Eerste analyses van een onderzoek op dat gebied (door het Praktijkcentrum in opdracht van DOE/DKE) wijzen in een vergelijkbare richting.
De activiteiten van generale synodes van bijvoorbeeld de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, gaan over een veelheid van zaken. Een deel is praktisch, bijvoorbeeld het regelen van emeritaatsvoorzieningen en het innen van quota voor zorginstellingen. Een ander deel is juridisch, bijvoorbeeld beroepszaken; een deel organisatorisch, zoals de bepaling dat er slechts zaken behandeld mogen worden die door ‘mindere’ vergaderingen zijn aangedragen. Een belangrijk deel betreft het geloofsleven en christelijk belijden, zoals het weerleggen van dwalingen en het formuleren en bevorderen van de christelijke leer en het christelijk leven.

Aanzienlijke macht
Hoewel iedere gemeente zelfstandig is, ontstond toch een soort organisatorische hiërarchie. Deze veelheid van zaken leidde er toe dat enerzijds de GKv-synodes van de afgelopen jaren zeer zware agenda’s hadden af te werken. En zich afvroegen of er niet een beperking van de synodale taken mogelijk was, bijvoorbeeld door het terugdringen van het aantal deputaatschappen. Anderzijds leidde deze veelheid er toe dat de generale synodes misschien niet formeel, maar wel feitelijk een aanzienlijke macht kregen in het kerkelijk leven. Hoewel iedere plaatselijke gemeente zelfstandig is, werd zo toch een soort organisatorische hiërarchie opgebouwd. Deels handig en ondersteunend, maar deels ook leidend tot kritieken, zoals op het gebied van liederen die gezongen kunnen worden.
Met dat echter de beweging naar meer lokale oriëntatie plaats vindt, komt de vraag naar de invloed van de generale synodes op de agenda. Als plaatselijke gemeenten zich steeds lokaler gaan oriënteren, wat moet dan nog via het kerkverband geregeld worden? En wat moeten lokale gemeenten met beslissingen die landelijk genomen worden, maar waarvoor geen draagvlak is binnen de gemeente of die als niet meer passend binnen de eigen context worden beschouwd. Wat kort geformuleerd: door de lokalisering zal de ‘macht’ van de landelijke synode onder druk komen te staan.

Geestelijk leven
De vraag is of er richtingen zijn om de kracht van het overleg tussen kerken te borgen ook in een situatie van afnemende landelijke betrokkenheid. Naast de kracht van het praktisch nuttige van samenwerking, geeft de nieuwe kerkorde die binnen de GKv ontwikkeld is hierin mogelijkheden. In de indeling van de hoofdstukken en de keuze van de onderwerpen geeft de kerkorde aan dat het bij de kerkelijk-organisatorische en kerkrechtelijke kant niet primair gaat om ‘regels’, maar om de bevordering van het geestelijk leven van gemeenten en gemeenteleden. Het gaat over ‘eenheid van geloof en belijden’, over ‘vrede’, over ‘geloofsleven en toerusting’, ‘onderlinge gemeenschap’. Het gaat dus primair om geestelijk leidinggeven, om de kerken te steunen in het geloof en de overgave aan God in Jezus Christus. Met andere woorden: de kerkorde wijst op ‘dienstbaarheid en overgave aan God’ en minder op ‘organisatie en regelende macht’ als bron voor het samenwerken op landelijk niveau.

Ruimte
Daarmee lijkt ruimte te komen om enerzijds de lokaliteit en de daarmee verbonden diversiteit te erkennen en benutten. En anderzijds elkaar landelijk te blijven helpen en bijstaan in de dienst aan de Heer. Treffend in dit verband is de parallel die zich opdringt vanuit Handelingen 15: de vraag aan de vergadering van apostelen in Jeruzalem of de gelovigen uit de heidenen zich aan de wetten van Mozes moeten houden. De apostelvergadering geeft dan een uitspraak die vrijheid in gebondenheid verwoordt: “… u verder geen last op te leggen dan dit noodzakelijke: onthouding van wat aan de afgoden geofferd is, van het bloed, van het verstikte en van hoererij; indien gij u hiervoor wacht, zult gij wél doen. Vaart wel!”.

De lokale vrijheid en beweeglijkheid worden toegebeden in de eenheid van belijden
De lokale vrijheid en beweeglijkheid worden toegebeden in de eenheid van belijden dat het enige evangelie van God kom. Dat we onze kracht in Hem vinden en niet in bloed, levensenergie, lichamelijke sterkte of wat dan ook. En dat we heilig en respectvol leven met de naaste, ook in onze persoonlijke en intieme relaties. Dat de kerken met elkaar zo mogen gaan zoeken naar passende taken voor het gemeenschappelijk overleg op landelijk niveau.

Dit artikel is gepubliceerd in ‘Dienst‘ nummer 4 2014. Dit nummer van Dienst is een themanummer welke is verschenen n.a.v. het symposium ‘Kerk onderweg naar morgen’.

The following two tabs change content below.
Is verantwoordelijk voor de afstemming van de vragen uit de kerken, uit de theologische opleidingen en van de adviseurs en onderzoekers. Dienst aan de kerken in praktische zin in combinatie met dienst aan de (wetenschappelijke en praktische) doordenking van ons leven als volgeling van Jezus Christus. Met elkaar onderweg naar het nieuwe Koninkrijk van God, geleid door de Geest onder een open hemel. mail Henk