‘Kruisdragen’ is geen populair woord in het Westen. We proberen het lijden juist te ontvluchten. Toch roept de Bijbel ons ertoe op en vragen we toch echt in het traditionele doopgebed of God wil geven dat de dopeling iedere dag ‘blijmoedig zijn of haar kruis kan dragen’. Hoe gaan we met die complexe relatie met het lijden om? Anders gezegd: hoe leren we om vrolijk ons kruis te dragen?

We leven hier in het Westen in een consumentencultuur. We streven naar een gelukkig leven en willen het bereikte en nagestreefde geluk met alle mogelijke (technische) middelen bewaren. Ondanks een met de mond beleden failliet van het maakbaarheidsdenken uit de vorige eeuw is ons vertrouwen in menselijke mogelijkheden nog springlevend, misschien tegen beter weten in.

Christenen zijn hier geen uitzondering op. Moderne manieren van doen spreken ons aan en we voelen al snel een lichte irritatie bij de woorden ‘kruisdragen’ en ‘offer’. In preken worden die woorden misschien nog regelmatig gebezigd, maar in de praktijk kunnen we ze maar moeilijk vormgeven. Het christelijke geloof zetten we liever neer als iets vrolijks en blijmoedigs. Onze kaarten zetten we op een gelukkig en voorspoedig heden.

En toch. Jezus zegt met de radicaliteit die Hem zo eigen is: ‘Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn’ (Lucas 14:27). En: ‘Wees niet op uzelf gericht, maar op de ander’ (1 Korintiërs 10:24).
Het is de vraag of dit soort zelfkritiek een restant is van een onrustig geweten, dat vervolgens gerustgesteld kan worden met theologische argumenten, of dat het hier gaat om reële, christelijke vragen, die moeten blijven schuren.

Ik geloof in het laatste. En ik geloof dat onze moeite met blijmoedig kruisdragen te maken heeft met onze moeite om de belofte van de opstanding te laten uitwerken in ons dagelijks leven. Wie die belofte serieus neemt, zal durven lijden en zal zijn geloof behouden. Wie daarentegen de opstanding alleen in dit leven zoekt, zal lijden ontlopen en zijn geloof verliezen.

Martelaarschap

Wat houdt kruisdragen precies in? Het is een veelzijdig en ingewikkeld begrip, waar gemakkelijk verwarring en onduidelijkheid over ontstaat. Schrijvend over kruis en lijden ontkom je er daarom niet aan om een eigen interpretatie en indeling van Bijbelse aspecten te maken.

Het lijkt me waardevol om in dit themanummer over lijden een poging te doen zo’n indeling te maken. Ik maak daarbij onderscheid tussen drie vormen van kruisdragen.

Kruisdragen kan allereerst slaan op de navolging van Christus; de gehoorzaamheid aan Gods geboden, ondanks krachtige tegenstand. Kruisdragen krijgt hier al snel de kleur van het martelaarschap in de geest van de Bergrede. Gelukkig ben je als je vervolgd en uitgescholden wordt en als er kwaad van je wordt gesproken. Ja, ‘verheug je en juich’ (Matteüs 5:10-11). De apostelen hebben met enige regelmaat de ervaring van dit blijmoedig kruisdragen onder woorden gebracht (Handelingen 5:41; 2 Korintiërs 6:10; 1 Petrus 1:6 en 4:13).

Waarschijnlijk is dit voor de context van de late zestiende en vroege zeventiende eeuw de meest voor de hand liggende interpretatie van het ‘blijmoedige kruisdragen’ uit het doopgebed. Het is ook in lijn met de troost van Christus’ wederkomst en oordeel. ‘In alle droefheid en vervolging’ mag ik Christus als rechter uit de hemel verwachten (Heidelbergse Catechismus, Zondag 19).

Rampspoed

Een tweede betekenis van kruisdragen is te vinden in woorden van Jezus Christus zelf. ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter Mij aan komen’, zegt de heiland tegen zijn leerlingen (Marcus 8:34).

In het geseculariseerde Nederland balanceren velen tussen geloof en ongeloof, onwillig om zich te binden aan normen en waarden die (op zijn minst schijnbaar) hun vrijheid en hun zoektocht naar geluk inperken. De stijl van Gods koninkrijk staat kritisch tegenover deze vaak eendimensionale en snelle belevingscultuur. Die kritiek, en het daaruit voortkomende zoeken naar een ‘tegenoverpositie’, wordt door veel christenen als een hedendaagse vorm van navolging en kruisdragen gezien.

Wie de opstanding alleen in dit leven zoekt,
zal lijden ontlopen en zijn geloof verliezen

In de bekende Micha-campagne worden bijvoorbeeld concrete manieren uitgewerkt om te ‘consuminderen’ en te werken aan de millenniumdoelen. De pijn die deze keuzes met zich meebrengt, wordt soms als zelfverloochening omschreven en raakt zo aan wat Christus kruisdragen noemt. Ook geeft de huidige financiële crisis aanleiding tot heel wat preken en artikelen over de tegenstelling tussen hebzucht en christelijke naastenliefde. Kruisdragen is dan een ander woord voor eerlijk en ecologisch verantwoord leven.

Zonder dat ik de waarde van deze vormen van christelijke matiging wil ontkennen of de moeite om deze levensinstelling praktisch vorm te geven wil bagatelliseren, vraag ik me toch af of dit bedoeld wordt wanneer Christus het heeft over je kruis op je nemen.

‘Want allen die de Heere als de zijnen heeft aangenomen (…) moeten zich instellen op een hard, moeilijk, rusteloos en van zeer veel verschillende soorten rampspoed vervuld leven’, schrijft Calvijn in zijn Institutie(III.8.1). Hierbij vergeleken lijkt consuminderen een verontrustende beperking van ons kruisdragen, waarbij we de radicaliteit van navolging afzwakken.

Calvijn gebruikt een heel ander taalveld om het kruisdragen concreet te maken. Bij hem gaat het om de dagelijkse oefening in bekering, bekering van blinde eigenliefde, je eigen zwakheid ervaren, jezelf wantrouwen, leren om Gods genadige hulp te verwachten. Kruisdragen wordt op die manier een synoniem van bekering, van het afsterven van de oude en het opstaan van de nieuwe mens, zoals de Catechismus het omschrijft (Zondag 33).

Hans van der Lee probeert in een boeiende studie naar navolging (Volg jij mij, 2005) deze visie onder woorden te brengen en te laten staan als opdracht voor ons. Navolging en kruisdragen zijn woorden die de realiteit van het christen zijn karakteriseren. Nadrukkelijk stelt Van der Lee dat het met deze navolging in het westerse christendom matig gesteld is.

Angel

Een derde omschrijving van wat kruisdragen inhoudt geeft Paulus in Romeinen 8. Paulus schrijft daar over het moeten delen in Christus’ lijden (vers 17), wat hij vervolgens uitwerkt in een heel algemene zin als ‘het lijden van de tegenwoordige tijd’ (vers 18).

Het lijden aan de vruchteloosheid en gebrokenheid van deze wereld wordt hier in verband gebracht met het lijden van Christus. De dienstbaarheid aan de vergankelijkheid wordt in een kader gezet dat dit lijden en deze pijn een belangrijke dimensie verleent. Het wordt als lijden aan de gevolgen van de zondeval gekarakteriseerd. Dit lijden is door Christus geleden en aan het kruis van zijn angel beroofd (1 Korintiërs 15:55).

Vervolgens schetst Paulus dat dit lijden in Christus door de Geest wordt getransformeerd op Gods nieuwe aarde. De kern van deze vorm van ‘lijden met Christus’ aan de gebrokenheid van deze wereld ligt in het slot van dit hoofdstuk, wanneer Paulus benadrukt dat dit alles ons niet van de liefde van Christus kan scheiden (vers 35-39). Daaruit volgt dat wij in dit lijden in hoop mogen en moeten vasthouden aan Gods belofte als de enige mogelijkheid om te worden bevrijd van de ‘zinloosheid’.

Vermetele zonde

Vanuit deze drie aspecten van kruisdragen (delen in Christus’ vervolging; het afsterven van de oude mens; delen in de vloek van de zondeval) kunnen valkuilen opgemerkt worden, waar christenen te midden van onze huidige consumentencultuur in kunnen vallen.

Is het niet een valkuil dat we onze verworven zekerheden en ons comfort zó willen waarborgen dat we bedreigende situaties vermijden? Gaan we bijvoorbeeld, bewust of onbewust, confrontaties uit de weg waarbij we openlijk onze christelijke inbreng in stelling zouden moeten en kunnen brengen?

Getuigend opkomen voor de eer van Christus in concrete werksituaties vergt soms een moed die we ontberen. Rust de christelijke kerk haar leden in prediking en onderwijs voldoende toe om in zulke confronterende omstandigheden ons houvast onder woorden te brengen? En traint zij haar leden voldoende om om te gaan met de daarbij behorende pijn- en verlieservaringen? Misschien is dit aspect te vangen onder het algemene begrip ‘vreemdelingschap’, zoals de dogmaticus H. Berkhof suggereerde inChristelijk Geloof.

Als het gaat om bekering en het laten afsterven van onze oude mens, ligt het voor de hand dat we via allerlei redeneringen proberen om ons huidige leven niet in termen van ‘de oude mens’ te definiëren. Zo valt het verschil tussen wat God van ons vraagt en wat wij graag willen minder op.

‘Allen die de Heere als de zijnen heeft aangenomen moeten zich instellen op een hard, moeilijk, rusteloos en van zeer veel verschillende soorten rampspoed vervuld leven’

De huidige nadruk op zelfontplooiing en zelfaanvaarding maakt het moeilijk om over jezelf na te denken in termen van zwakheid, verlorenheid en de noodzaak van redding en verlossing. Oude teksten hierover uit de traditie van de Reformatie doen nu haast curieus aan: ‘Ja, jij boze zonde, jij vermetele zonde, jij moet er nu aan. (…) Ik spreek dit ook uit voor mijn God: Het is besloten, het staat bij mij vast: al mijn lievelingszonden moeten aan het kruis gehangen worden, die moeten door mij vervolgd worden, die moeten in mij sterven en Christus moet in mij leven’ (W. Teelinck, 1579-1629).

De derde vorm van kruisdragen, bezien vanuit Romeinen 8, stelt ons voor de vraag hoe wij eigenlijk omgaan met ervaringen van lijden en tegenslag. Hebben we niet de neiging om het lijden met alle mogelijke technische middelen te voorkomen en te bestrijden? En trainen we onszelf er niet in om de confrontatie met machteloosheid en onrust zo veel mogelijk uit de weg te gaan?
Wanneer deze ervaringen uiteindelijk toch onvermijdelijk blijken, hebben we wellicht de vaardigheden verloren om met onze eigen zwakheid en begrensdheid om te gaan. Dit is wat ik in de inleiding stelde: we zoeken onze levensvervulling (onbewust) zo in het heden dat de belofte van de opstanding en een nieuwe aarde maar moeizaam ons leven en onze keuzes vandaag stuurt.

Onrustig

Volgens mij hebben deze drie valkuilen ten minste één ding gemeenschappelijk, iets waarover het kruis van Christus zijn ontdekkende licht laat schijnen: onze cultuur wil de gevolgen van de zondeval kleiner maken.

Zien we onze leefwereld wellicht te weinig als een plek licht rondom het kruis (Noordmans)? Of in de woorden van Dietrich Bonhoeffer: ‘Er bestaat geen echte liefde tot de wereld buiten de liefde om waarmee God de wereld heeft liefgehad in Jezus Christus.’

Als dit juist is, dan is het de vraag hoe de christelijke kerk ons leert aankijken tegen de wereld. Zowel de kerk als geheel als iedere gelovige persoonlijk zal deze schurende vragen moeten beantwoorden. Persoonlijk én samen zullen we als christenen ons kruis moeten opnemen. Daarbij komt het aan op de juiste balans tussen individu en gemeenschap, zoals Bonhoeffer in zijn beroemde boek Navolging al liet zien. De oproep van Jezus tot navolging maakt de discipel tot enkeling, die zich tegenover de Heer verantwoorden moet. Tegelijk wordt diezelfde enkeling vervolgens in de kring van volgelingen van Christus geroepen.

Misschien is het begrip ‘kruisdragen’ wel per definitie bedoeld om de kloof tussen leer en leven te signaleren en behoort zo’n woord onrustig te maken, zodat wij gedwongen worden onze veilige levensinstelling te verlaten en met ons onrustige hart rust te zoeken bij God zelf.

Dit artikel is een bewerking van een bijdrage die Schaeffer eerder voor Kontekstueel schreef (26/3) en is gepubliceerd in OnderWeg van 7 maart 2015

 

The following two tabs change content below.

Hans Schaeffer

Post-doc onderzoeker Praktische Theologie Theologische Universiteit Kampen In het onderzoek richt ik me op de verzameling en analyse van empirische gegevens over de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Daarnaast houd ik me bezig met onderzoek in de deeldiscipline gemeente-opbouw. De analyse van kerkelijke praktijken geeft inzicht in de manier waarop kerkleden het kerk-zijn beleven. Door hierop theologisch te reflecteren kunnen de aandachtsvelden worden benoemd waarop verder moet worden doorgedacht.

Laatste berichten van Hans Schaeffer (toon alles)