Velen van hen hebben waardering ontvangen voor hun inzet. Van de vrijwilligers in Nederland. Dan ben je voorgedragen voor een koninklijke onderscheiding en mag je een lintje dragen. Zonder de inzet van vrijwilligers gaat het niet in onze samenleving. Het Centraal Bureau voor Statistiek maakte begin mei de laatste cijfers bekend1. Meer dan de helft van de Nederlanders zet zich op een of andere manier in als vrijwilliger. Dat kan structureel zijn in een aantal uren per week, maar ook incidenteel, bijvoorbeeld een keer per jaar helpen schoonmaken op school. Mannen zijn daarbij iets in de meerderheid. Zie het statistiekje bij dit artikeltje. Het dagblad Trouw gaf er wat commentaar bij in het nummer van 8 mei. In dit artikeltje een paar opmerkingen over de vrijwilliger en de kerk.

Mannen-vrouwen
tr 15-05-08 vrijwilligerswerk 2015Laat de inzet van mannen iets groter zijn dan die van vrouwen, dat geldt vooral voor de sportvereniging. Het moet wel stoer zijn. In de kerk of een vergelijkbare organisatie valt de inzet van vrijwilligers in het voordeel van de vrouwen uit. De cijfers zijn niet uitgesplitst per kerkgenootschap. Binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt zou de verhouding tussen de inzet van mannen en vrouwen dus wat anders kunnen uitvallen omdat tot nu toe er geen vrouwen in de voornamelijk uit vrijwilligers bestaande kerkenraad zitten. Maar wie wat rondkijkt in het kerkelijk leven weet van de inzet van vrouwen op allerlei plekken. Jeugdwerk, pastorale bezoeken, noem maar op.  Toch was de laatste synode van mening dat hoe dan ook de kerken meer plaats moesten maken voor de inzet van vrouwen. De indruk bestaat dus dat het beter kan. Het vraagt in feite om onderzoek hoe de cijfers binnen de gereformeerde kerken zich verhouden tot de landelijke.  Die landelijke cijfers maken in ieder geval duidelijk dat je als kerk je serieus moet afvragen hoe je gebruik maakt van ieders inzet. De tijd is voorbij dat een zendingscommissie bijvoorbeeld alleen uit mannen zou moeten bestaan, omdat anders vrouwen de kerk overnemen.  Die gedachte kwam ik twintig jaar geleden nog wel eens tegen.

Concurrentie mantelzorg
Trouw vestigt er de aandacht op dat vrijwilligerswerk concurrentie ondervindt van de noodzaak om mantelzorger te zijn. En daar hebben de kerken mee te maken. Uit het onderzoek van CBS: “Mensen boven de 55 jaar zetten zich juist meer in voor organisaties op het gebied van verzorging en kerk, moskee of levensbeschouwing, en ook meer voor culturele activiteiten en hobby’”. En juist die 55-plussers hebben te maken met ouders die verzorging/aandacht nodig hebben. Terwijl ze daarnaast ook in veel gevallen moeten blijven werken tot ze 67 jaar zijn. En misschien zijn er nog kinderen thuis2.

Overigens is het niet zo dat de andere leeftijdsgroepen niet aan vrijwilligerswerk doen, maar ze doen het op een ander vlak. De 35-45 jarigen bijvoorbeeld zijn vaak heel actief voor de school (waar hun kinderen naar toe gaan). Weer komt de vraag naar voren hoe dat zit binnen de gereformeerde kerken. Heel zichtbaar zijn bijvoorbeeld de talloze jonge vrouwen die zich inspannen voor het kinderwerk rond de kerkdienst. (Waarom geen mannen?) Maar hoe dan ook, de vraag komt op hoeveel ‘rek’ er zit in de door de overheid voorgestane participatiemaatschappij. En wat dat betekent voor de manier waarop we in de kerk het een en ander (over)georganiseerd hebben.

Vrijwilligersbeleid
De Protestantse Kerk van Nederland is er in ieder geval mee bezig. Zij kennen voor de kerkenraad een thema: vrijwilligersbeleid en gavengericht werken. Want het wordt steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden. Een voorbeeld uit het blad Onderweg: de PKN van Zoetermeer draagt om die reden de organisatie van de voedselbank over aan de GKV in die plaats. En wie kent uit eigen kerkelijk leven niet de mensen die teleurgesteld afhaken omdat er wel kritiek komt, maar geen waardering? Daarnaast speelt de leeftijdsopbouw een rol. Dit alles vraagt om goed doordenken van de rol van de vrijwilliger in de kerk, zodat we elkaar stimuleren en niet overvragen.  Dat heeft natuurlijk ook een breder perspectief: het besef van de taak van de kerk in deze wereld vraagt om een interne organisatie die ‘lean and mean’ is, om maar een modeterm te gebruiken, al past het laatste woord niet zo goed bij de kerkelijke praktijk, hoop ik.

  1. Judith Arends, Linda Flöthe, Wie doet vrijwilligerswerk? CBS 2015.
  2. Zie hierover Renate Dorrestein, Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor, uitg Weesperzijde 2006.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 9 mei. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18