Jongvolwassenen verbinden aan Christus en de kerk: dat blijkt in de praktijk niet makkelijk te zijn. Hoe komt dat? En wat is er nodig om hen bij de kerk te krijgen en te houden? Vijf principes op een rij.

De vraag naar ‘jongeren en de kerk’ speelt niet alleen in de GKv en NGK en ook niet alleen in Nederland. Zowel in Nederland als Amerika is er recent onderzoek naar gedaan. Uit al die onderzoeken blijkt dat er geen simpele blauwdruk is voor het betrekken van jongvolwassenen bij Christus en de kerk.

Wel is er een aantal principes te vinden bij de kerken die erin slagen om de verbinding te leggen. Aan de hand van die principes kunnen we ons als gemeenten de nodige vragen stellen. Of beter: erover in gesprek gaan met onze jongvolwassenen, zodat we er lessen uit kunnen trekken en in onze verbondenheid kunnen groeien.

1. Zorg voor relevantie en uitdaging

‘We geloven wel, maar we zoeken naar wat ons geloof betekent voor ons concrete leven in deze samenleving.’ Deze uitspraak komt in veel gesprekken met jongeren terug. Ze vragen naar de relevantie van het geloof voor het leven, naar een duidelijke verbinding van het grote verhaal van God met hun eigen verhaal en dat van de mensen om hen heen. Ze willen weten wat het voor verschil maakt dat je christen bent. Méér dan dat je bidt voor je eten, niet vloekt en zondag naar de kerk gaat.

Dit zijn goede en terechte vragen, maar in de kerk wordt er vaak geen antwoord op gegeven. In veel preken gaat het vooral over wat er in de Bijbel staat, maar de brug naar het leven hier en nu wordt slechts sporadisch geslagen. En als het al gebeurt, dan wordt vaak niet de concrete leefwereld van jonge mensen benoemd (studeren, relatie zoeken, reizen, keuzes maken). Soms wordt de postmoderne wereld waarin jongeren zijn opgegroeid en waarin zij zich thuis voelen zelfs afgeschilderd als slecht.

Jongeren knappen af op een kerk die zich afzet tegen samenwonen,
homoseksualiteit en een heleboel andere dingen

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat jongeren afknappen op een kerk die zich afzet tegen samenwonen, homoseksualiteit en een heleboel andere dingen die voor hen tamelijk vanzelfsprekend zijn. Jongeren willen niet ergens tégen zijn, maar ergens vóór. Ook willen ze niet horen hoe ze moeten denken of leven, maar ze willen uitgedaagd en geprikkeld worden om zelf na te denken. Geen onderwijs in monoloog, maar in dialoog, met ruimte voor wederkerigheid. Samen zoeken naar de betekenis van de overgeleverde geloofstraditie voor het leven hier en nu.

De vraag is dus hoe het onderwijs in de kerk, op zondag en doordeweeks, zo kan worden vormgegeven dat het mensen van alle leeftijden helpt om te ontdekken wat geloven relevant maakt voor het gewone leven.

2. Creëer plaatsen waar God ervaren kan worden

‘Ik geloofde het allemaal wel, maar pas toen er tijdens het Alphaweekend voor me gebeden werd om vervulling met de heilige Geest en ik Gods liefde voor mij ineens zo intens, echt fysiek, voelde, toen wist ik dat God er echt is en van me houdt.’ Of: ‘Ik twijfelde wel aan God, maar toen tijdens een conferentie iemand een woord van kennis voor me had dat gewoon helemaal klopte – terwijl die man mij echt niet kende – toen wist ik dat God mij kent. Dat gaf voor mij de doorslag.’

In de loop der jaren hebben we tal van jongeren dit soort dingen horen zeggen. In onze belevingscultuur is het niet genoeg om rationeel te geloven. We raken pas overtuigd wanneer we God heel persoonlijk ervaren.

De praktijk leert dat jongeren zo’n ervaring vaak buiten hun eigen geloofsgemeenschap opdoen. Conferenties als New Wine, Alpha- en ministrycursussen, studentenverenigingen en buitenlandreizen zijn gelegenheden waar jongeren kunnen gaan voelen dat God hen persoonlijk kent, van hen houdt en een bestemming voor hun leven heeft. Overigens: zonder de geloofsinput die ze in hun gezin en gemeente hebben gekregen zou zo’n ervaring waarschijnlijk niet plaatsvinden.

Maar ook binnen de eigen geloofsgemeenschap hebben jongeren er behoefte aan om niet alleen met hun verstand, maar ook met hun gevoel te geloven. De vraag is daarom of en hoe we plekken, ontmoetingen en activiteiten kunnen faciliteren waar Jezus kan worden ervaren.

3. Kies bewust voor intergenerationele relaties

‘Ik heb behoefte aan wijze mensen die mij helpen om te gaan met alle dilemma’s waar ik tegenaan loop. Een geestelijke moeder of vader bij wie ik mijn verhaal kwijt kan en die met me meedenkt. Maar die lijken er niet te zijn.’

Dat zei een jonge, talentvolle kerkelijk werkster. En ze is niet de enige. Jongeren blijken behoefte te hebben aan volwassenen die langere tijd met hen oplopen en tijd in hen investeren. Volwassenen die met hun levenservaring en wijsheid in de eerste plaats kunnen luisteren en als dat nodig is ook kunnen relativeren of adviseren.

Volwassenen denken misschien dat jongeren zich alleen maar willen afzetten tegen hun generatie. Maar dat was zo toen zij zelf jong waren. De nieuwe generatie is de generatiekloof voorbij en heeft behoefte aan goede mentoren en coaches. Ze willen persoonlijk gezien en gekend worden. Ze verlangen naar onderlinge verbondenheid en naar christelijke gemeenschap, zowel met leeftijdsgenoten als met andere generaties. Tegelijkertijd zijn ze bang om zich te binden.

Kerken zijn vaak echter zo georganiseerd dat tieners vooral met elkaar optrekken en behalve hun jeugdleiders weinig andere volwassenen kennen. Dus wanneer de jeugdgroep uit elkaar valt omdat jongeren gaan studeren, verhuizen of trouwen, verdwijnt ook hun binding met de kerk.

Zorg daarom voor goede relaties. Daarin kan ook het persoonlijke contact dat jongvolwassenen met predikanten hebben een belangrijke rol spelen. Waar predikanten hun huis en eettafel openstellen om echt naar jongeren te luisteren, daar kunnen mooie dingen gebeuren.

Laten we ons afvragen hoe we kunnen zorgen voor goede relaties binnen de gemeente, vooral ook intergenerationeel, en hoe we een kerk kunnen zijn die in de eerste plaats een plek van gemeenschap is, en geen activiteitencentrum. En hoe kunnen predikanten in gesprek gaan en blijven met jongeren, om hun leefwereld te leren kennen en daarbij aan te sluiten?

4. Maak jongvolwassenen waardevol en verantwoordelijk

Zoals jongeren volwassenen nodig hebben als mentor, zo hebben volwassenen jongeren nodig om geloven en gemeente zijn in deze tijd gestalte te geven. Tenminste, als ze kerk willen zijn met álle generaties. Dat betekent dat jongeren participeren in alle onderdelen van het gemeente zijn, waaronder het leiderschap.

De manier waarop jongeren te werk gaan, hun organisatiecultuur, is echter anders dan die van oudere generaties. Jongeren zijn creatieve, authentieke multitaskers, die flexibel, gelijkwaardig en in een open, informele sfeer willen samenwerken. Velen zijn hoogopgeleid en talentvol, maar zien niet dat ze die talenten kunnen inzetten in de kerk, die met zijn vaste structuren en formele sfeer vaak traditioneel overkomt. Ze willen zich bovendien niet voor langere tijd binden, maar zetten zich wel in voor projecten. Ze hebben veel ideeën, maar aarzelen om echt verantwoordelijkheid te dragen.

Volwassenen denken misschien dat jongeren zich alleen maar willen afzetten tegen hun generatie, maar dat was zo toen zij zelf jong waren

De jongvolwassenen van vandaag zijn niet revolutionair en komen niet in opstand, zoals in het verleden. Ze zijn eerder herstellers en hackers, die iets willen veranderen en bijdragen. Ze vinden het niet nodig om gezag te verwerpen, maar ze denken wel snel: die veertigers en vijftigers bepalen hoe het gaat, die regelen het wel, dus dan ben ik niet nodig.

Daarom is het belangrijk dat we als kerk jongvolwassenen verantwoordelijkheid geven en initiatieven laten nemen. Ze missen nu vaak ruimte om mee te denken. Kijk en zoek naar de potentie die ze hebben en maak hen verantwoordelijk voor bepaalde onderdelen, zodat consumptie- en toeschouwersgedrag wordt tegengegaan.

Dat vraagt wel van ons dat we laten merken dat jongvolwassenen nodig zijn. En dat we hun de ruimte geven om de dingen op hun manier te doen, in plaats van dat we hun creativiteit doden.

5. Inspireer hun discipelschap

Voor jongeren is het niet vanzelfsprekend om te geloven. De meeste van hun vrienden en collega’s geloven immers niet. Wanneer je wel gelooft, is dat dus echt een keuze. Niet iets wat beperkt blijft tot een uurtje naar de kerk gaan op zondag.

Discipelschap is in. Er verschijnen boeken over en het is een populair thema voor afstudeerprojecten van studenten. Discipelschap betekent dat je Jezus volgt in alle aspecten van je leven en dat je getuige bent van Hem. Niet door geïsoleerde evangelisatieacties, maar door een missionaire, diaconale en pastorale levensstijl. Door werk te doen waarmee je bijdraagt aan Gods koninkrijk. Door je omgang met de schepping, met mensen in je omgeving en met het onrecht in de wereld.

Jongeren zoeken naar inspiratie hiervoor, maar die komt op dit moment vaak meer bij hun niet-christelijke vrienden vandaan dan uit de kerk. De vraag is dus: inspireert de kerk jongeren om in hun werk en hun vriendschappen een verschil te maken vanuit de waarden van het evangelie?

Snel en simpel?

Wat de huidige jongvolwassenen anders maakt ten opzichte van eerdere generaties, is dat het bij hen minder gaat om wat ze denken en meer om wat ze ervaren. Gaan geloven en blijven geloven is uiteindelijk iets van het hart en niet van het hoofd. Laten we ons verdiepen in hun sociale netwerk, hun (digitale) identiteit en hun pop- en filmcultuur, zodat we hun hart kunnen aanspreken.

Wanneer we de verbondenheid met Christus en zijn gemeente voor ogen hebben, dan gaan er dingen veranderen. Maar doe dat niet zonder eerst met elkaar op zoek te gaan naar antwoorden op de vragen die onder meer in dit artikel zijn gesteld. Er zijn namelijk geen snelle, simpele oplossingen voor wat kerken het ‘twintigers- en dertigersprobleem’ noemen. Ga dus niet over jongvolwassenen spreken, maar ga met hen in gesprek. Over hun en onze opgestane Heer en zijn gemeente.

Geloven in een onmogelijk verhaal Op dit schilderij van Eugène Burnand snellen twee mannen naar de plek waar hun Heer begraven lag, maar waar Hij volgens de vrouwen nu niet meer is. Ongeloof, verlangen, angst, schuld en hoop strijden om voorrang. Johannes, die Jezus liefhad, is vol devotie en Petrus, die Jezus verraadde, houdt zijn hart vast. Twee jongemannen met totaal verschillende karakters, maar met één doel: Jezus zoeken.  En de andere leerlingen? Zij vinden het onzin wat de vrouwen vertelden, ze twijfelen, ze komen niet in beweging. En Jezus begrijpt dat; Hij zal naar hen toe komen, hun zijn handen en voeten laten zien en met hen eten, zodat ze met eigen ogen het onmogelijke kunnen zien en kunnen ervaren dat hun meester werkelijk is opgestaan. Pas als ze de heilige Geest ontvangen hebben, komen ze werkelijk in beweging en begint het goede nieuws van het koninkrijk zich te verspreiden. Jongeren in de 21ste eeuw zijn onderling mogelijk nog verschillender dan de bonte verzameling leerlingen die Jezus om Zich heen had. Maar ook nu zijn er jongemannen en jonge vrouwen vol ongeloof, verlangen, angst, schuldgevoel en hoop op zoek naar Jezus. Leeft Hij echt? Kun je in een wereld waarin alleen wetenschappelijke bewijzen tellen geloven in dit onmogelijke verhaal? Kun je in deze tijd, waarin de ervaring doorslaggevend is, de Geest van Jezus ervaren in je eigen leven? En wat is dat koninkrijk precies? En hoe kun je daarin leven en daaraan bijdragen, zodat het echt verschil maakt dat je de weg gaat die de opgestane Heer wijst?  Het paasevangelie is moeilijk te geloven, zelfs als Jezus verschijnt. Tegelijk mag ons dat bemoedigen, juist wanneer we nadenken over jongvolwassenen die leven met de opgestane Heer. Ongeloof, twijfel, angst, verlangen en hoop: het hoort er allemaal bij. Maar uiteindelijk maakt Hij het verschil.

Geloven in een onmogelijk verhaal
Op dit schilderij van Eugène Burnand snellen twee mannen naar de plek waar hun Heer begraven lag, maar waar Hij volgens de vrouwen nu niet meer is. Ongeloof, verlangen, angst, schuld en hoop strijden om voorrang. Johannes, die Jezus liefhad, is vol devotie en Petrus, die Jezus verraadde, houdt zijn hart vast. Twee jongemannen met totaal verschillende karakters, maar met één doel: Jezus zoeken.
En de andere leerlingen? Zij vinden het onzin wat de vrouwen vertelden, ze twijfelen, ze komen niet in beweging. En Jezus begrijpt dat; Hij zal naar hen toe komen, hun zijn handen en voeten laten zien en met hen eten, zodat ze met eigen ogen het onmogelijke kunnen zien en kunnen ervaren dat hun meester werkelijk is opgestaan. Pas als ze de heilige Geest ontvangen hebben, komen ze werkelijk in beweging en begint het goede nieuws van het koninkrijk zich te verspreiden.
Jongeren in de 21ste eeuw zijn onderling mogelijk nog verschillender dan de bonte verzameling leerlingen die Jezus om Zich heen had. Maar ook nu zijn er jongemannen en jonge vrouwen vol ongeloof, verlangen, angst, schuldgevoel en hoop op zoek naar Jezus. Leeft Hij echt? Kun je in een wereld waarin alleen wetenschappelijke bewijzen tellen geloven in dit onmogelijke verhaal? Kun je in deze tijd, waarin de ervaring doorslaggevend is, de Geest van Jezus ervaren in je eigen leven? En wat is dat koninkrijk precies? En hoe kun je daarin leven en daaraan bijdragen, zodat het echt verschil maakt dat je de weg gaat die de opgestane Heer wijst?
Het paasevangelie is moeilijk te geloven, zelfs als Jezus verschijnt. Tegelijk mag ons dat bemoedigen, juist wanneer we nadenken over jongvolwassenen die leven met de opgestane Heer. Ongeloof, twijfel, angst, verlangen en hoop: het hoort er allemaal bij. Maar uiteindelijk maakt Hij het verschil.

Dit artikel is gebaseerd op de volgende onderzoeken:

  • Ammerens Rottier en Doortje de Groot, Tussen ideaal en werkelijkheid, 20’ers en de kerk, CHE, 2014.
  • Aart Bontekoning, Generaties in organisaties, 2007.
  • Barna Group en Cornerstone Knowledge Network, Making space for millennials, 2014.
  • David Kinnaman, You Lost Me: Why Young Christians are Leaving Church and Rethinking Church, 2011.
  • Dorothée Berensen, Toegewijd aan twintigers, RUG, 2013.
  • Jeroen Leeuw en Jaap Burggraaf, Waarom blijven, waarom gaan?, CHE, 2012.

Dit artikel is geschreven door Sabine van der Heijden en Anko Oussoren. Gepubliceerd in OnderWeg van 4 april 2015

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko