Woensdagavond: twaalf jongeren van 15 jaar komen bij elkaar. Na een korte ontmoeting stelt de jeugdleider de vraag: ‘Wie heeft deze week iets van God opgemerkt?’ Het blijft stil en de jongeren kijken wat beduusd. Niemand weet zich een voorval te herinneren. Is God afwezig in de levens van jongeren?

Nu is het mogelijk dat een 15-jarige vanwege de groepsdruk niets durft te zeggen, maar het is onze ervaring dat jongeren worstelen met de vraag hoe God verbonden kan worden met het leven van elke dag en dat ze dat vaak ook niet is geleerd.

In de wereld waarin jongeren leven lijkt God ver weg. Voor velen is God een achterhaald verschijnsel, Hij is niet langer nodig om een goed leven te leiden. Dat Godloze leven is in de eerste plaats een spiegel voor ons als volwassenen, als jeugdleiders. In hoeverre is God realiteit in onze levens?

Het is dus niet gewoon om nog in God te geloven. In de ontwikkeling die jongeren doormaken wordt het geloof in God nauwelijks gestimuleerd en voor je het weet merken ze God alleen nog op in bijzondere gebeurtenissen: in aanbidding, een bijzondere ervaring of een onverwachte genezing. Of we creëren plekken waar God kan worden ervaren, zoals jeugddiensten, events of conferenties. Het is goed dat deze plekken er zijn, maar het is ook kwetsbaar, want wat als God er niet wordt ervaren? Jongeren, maar ook wijzelf, worden dan teruggeworpen op onze eigen motivaties en verlangens. Dat kan de afwezigheid van God zelfs versterken. De jongeren die wij spreken verlangen er juist naar God te ervaren in het gewone, dagelijkse leven.

Vertrouwen

Daarvoor is het in de eerste plaats belangrijk dat we vertrouwen op God. Voor ons betekent dat: anders leren kijken naar God, naar jezelf en naar de wereld, leren kijken met verwondering. Dat kunnen we leren van mensen in de Bijbel, die telkens weer verwonderd waren over het werk van God. Verwonderd over de schepping en de wijsheid van de wet (Psalm 19). Verwonderd over het bestaan van de mens (Psalm 8). Maar lees ook eens hoe Elihu Job en zijn vrienden vol verwondering leert kijken naar de wereld (Job 36:22-33).

Mensen waren verwonderd als Jezus over vergeving sprak: ‘Wie is Hij, dat Hij zelfs zonden vergeeft?’ (Lucas 7:49). De verwondering betreft niet alleen het bijzondere, maar ook het gewone: ‘U maakt mij in de buik van mijn moeder. Elk deel van mijn lichaam hebt U gevormd. Ik dank U daarvoor. Want het is een wonder, zoals ik gemaakt ben. Alles wat U maakt, is een wonder. Dat weet ik heel goed’ (Psalm 139:13-14, BGT).

Intens

Als tweede moeten we met verwondering kijken naar het leven van elke dag. Het gaat God om ons gewone dagelijkse leven. Als je ‘s avonds in bed de dag overdenkt, in de gesprekken die je voert. In het plezier, maar ook het verdriet dat je ervaart. Als je kwaad bent, of juist de hele wereld aan kunt.

Jezus heeft dertig jaar lang een gewoon leven geleid zonder dat Hij iets bijzonders deed, op een enkele gebeurtenis na die is opgetekend. Jezus maakt dat het gewone bijzonder wordt. Wij willen graag bijzondere dingen meemaken. We verlangen naar intense ervaringen, maar de kans bestaat dat we onszelf verliezen als we dat zoeken in bijzondere gebeurtenissen. Juist als we ons bewust zijn dat het gewone voor God bijzonder is, geeft dat ruimte voor ervaring. God maakt het gewone buitengewoon, bovenmenselijk. Verwonder je over de gewone dingen.

Gemeenschappelijk

Ten derde maakt verwondering ons nieuwsgierig naar de mensen om ons heen. Het roept verlangen op naar goedheid, schoonheid en liefde. Verwondering over de natuur en over de ongelofelijke creativiteit van mensen roept vragen op: Hoe werkt dat? Wat is dat? Heel mooi zien we dat bij Mozes en de brandende struik: ‘Hoe kan dat? Hoe komt het dat de struik niet verbrandt? Ik zal eens gaan kijken.’ En Mozes ontmoet God.

Ook wij mogen God zo ontmoeten en het bijzondere is dat Hij daar vaak gewone mensen voor gebruikt. Juist in onze onderlinge relaties laat God iets van zichzelf zien. Mensen zijn geen individuen, maar zijn aan elkaar gegeven. Geloven is iets gemeenschappelijks.

Daarbij hoeft niet iedereen dezelfde ervaringen te hebben. Wel is er veiligheid en ruimte nodig waar ervaringen worden gedeeld en waar we ons verwonderen over wat anderen ervaren. Juist jongeren hebben daar behoefte aan.

Verwondering leert ons om deze wereld, het leven, en vooral ook het gewone, te verbinden met de werkzaamheid en aanwezigheid van God, de Vader van Jezus Christus. Daarin hebben we elkaar hard nodig.

Dit artikel is geschreven door Anko Oussoren en Evert Jan Hempenius (predikant en voorzitter van BGO Jeugdwerk) en gepubliceerd in OnderWeg.

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko