Verlangen is de wortel van Gods werk voor mensen. ­Laten we hem hierin volgen en daarom ook wervend levend.

Geworteld in de Heer
Als je Jezus volgt, richt je jouw wil op zijn wil en jouw verlangen naar wat hij verlangt. Jouw handen doen wat hij graag wil. En je doet niet wat hij niet fijn vindt. Zo wordt het rijk van God zichtbaar. Het geheel is net een boom: de wortels het verlangen, de stam is sterk door de Geest in ons die ons willen en kunnen verandert volgens zijn plan (Fil. 2), de takken ons handelen en de bladeren Gods vrucht (Gal. 5). Zo komt onze spiritualiteit tot bloei, als God het zegent: geworteld in de Heer, dicht bij andere mensen.
Gods diepste pijn is dat hij ons kwijt was. Zijn diepste verlangen om de verhouding tussen God en mens te herstellen. Dit zette hem aan tot daden: Jezus werd mens, ons leven werd zijn dood. Kun jij in dat verlangen Jezus ook volgen? Klopt jouw hart een beetje zoals het hart van God? Ben je diep genoeg geworteld?

Verlangen om lief te hebben
Om wervend te leven en zo een visser van mensen te worden ’moet’ je niet evangeliseren. Geen ‘resultaat’ leveren, maar terugkeren naar je wortels: verdiep je in Gods verlangen! Alleen dan wordt moeten (en het bijbehorende schuldgevoel) willen (en het bijbehorende verlangen). Dan ontstaat een sterke stam. Gods Geest geeft ons kracht.En elk mens die graag iets wil… verdiept zich in het hoe. Het tegenovergestelde van liefde is namelijk onverschilligheid, niets doen. Verlangen zet je in beweging. En aan de stam van je boom groeien de takken en bladeren.Bedenk dit eens: Zonder dat verlangen naar ons was God in zijn hemel gebleven. En zonder het verlangen om God te volgen word jij geen visser van mensen. Dan blijf je in je eigen kring en comfortzone in plaats van mensen te helpen Jezus te leren kennen.

Dicht bij Gods gevoel komen
Er zijn heel wat mensen die Gods verdriet en verlangen zo kunnen navoelen. Ouders, bijvoorbeeld, kennen iets van Gods hart als hun kind niet gelooft. En wie heeft geen verdriet wanneer een partner, broer, vriend of moeder niet in God gelooft? Ik ben nog geen christen tegengekomen die er niet naar verlangt dat de persoon waar hij van houdt God leert kennen als vader. Juist in dat gevoel van verdriet, onmacht en verlangen kom je als mens dicht bij Gods hart. De spiritualiteit van het gemis, van het verdriet, zou je het kunnen noemen. Vanuit die gevoelens die God zelf heeft en waar jij in mag delen, vanuit het verlangen dat de ander gered wordt ondernemen mensen, haast vanzelf, actie. Ze bidden, ze zoeken openingen in relatie en contact. Ze denken na bij alles wat ze zeggen en doen van alles om die ander te bereiken. Het zijn de bladeren waaraan je de boom herkent.

Evangeliseren heeft een driedubbele basis in liefde

  • Gods liefde gaat uit naar mensen die hem niet – meer – kennen.
  • Uit liefde voor God doe je graag wat hij wil.
  • Uit liefde voor mensen wil je graag dat ze God leren kennen.

Dus om te evangeliseren moet je oefenen in liefde! Dat legt de juiste verbindingen. Die van christelijke spiritualiteit met evangeliseren. Die van verlangen met doen. Die van wortel met stam, tak en blad. Dan staat er een boom, geplant aan het water.Begin daarom dus niet met evangelisatie, maar verdiep je in Gods roekeloze, eindeloze, onbegrijpelijke liefde. En op zijn verzoek en bevel verdiep jij je dan tegelijkertijd in de mensen om je heen door van ze te (willen) houden zoals God dat wil doen.Zo ga je niet op pad met het goede nieuws, maar ben je het zelf!

Toegepaste spiritualiteit:
Hoe gaat dat, vissen op mensen?
Hoe werven voor Christus en voor zijn ­gemeente?

Ik noem dit de vijf vormen van evangelisatie.

  • Leef als volgeling van Christus, heilig en radicaal, om God te plezieren.
    Vraag: Leef jij al zo radicaal? Zo niet: verdiep je meer in God!
  • Getuig van de hoop die in je is: ­zachtmoedig, met humor en prikkelend.
    Vraag: Probeer jij mensen te overtuigen of bén je een getuige?
  • Beschikbaar willen zijn voor God en anderen.
    Vraag: Welk deel van jouw leven is in dienst van God (en welk deel niet)?
  • Actief aan de slag op een manier die bij je past.
    Vraag: Wat maakt jou nou speciaal? En hoe zou God dat willen gebruiken?
  • Ga er op uit.
    Vraag: Zijn er mensen in jouw kerk (jijzelf misschien?) die God weg roept
    uit hun eigen omgeving om op een ­speciale manier aan de slag te gaan?