‘Op een ochtend in het jaar 2008 werd ik wakker. Ik weet niet hoe het kwam, maar ik had een enorm verlangen naar Jezus en naar meer kennis van hem en de Bijbel’, begint Irma Koops (42) haar verhaal.

Irma groeit op als jongste dochter in een gezin met zeven kinderen. Een ­katholiek gezin, maar niet heel kerkelijk. Irma’s jeugd is onrustig: ze maakt in haar naaste omgeving echtscheiding mee en de dood komt een paar keer heel dichtbij in haar leven. Als Irma 22 jaar is, wordt haar moeder op de terugweg van een verjaardag onwel. Irma en haar man Ronald zijn op dat moment bij haar. Ronald begint met reanimeren en dan wordt het Irma te veel, ze loopt weg, de straat op. Terwijl ze daar doelloos rondloopt, dringt het opeens tot haar door dat haar moeder het misschien niet haalt. In die periode is Irma nog niet met God bezig. Ze vertelt: ‘In nood ga je bidden, dat deed ik toen ook. Ik heb geroepen: ‘Alstublieft wilt u mijn moeder helpen, wilt u haar redden.’ Plotseling was het net alsof twee grote, sterke handen mij bij de schouders vastpakten en mij letterlijk stilzetten. Ik schrok me wild. Ik hoorde een soort suizen van wind en water dat van binnenuit kwam. Het is heel moeilijk precies te omschrijven. En ik hoorde een hele donkere stem die zei: ‘zij redt het niet, maar jij wel.’ Daarna werd ik heel kalm van binnen.’

‘Hij heeft mij gezocht’

Irma’s moeder overlijdt. De wonderlijke ervaring van die avond ebt met de tijd weg en Irma verbant het uit haar gedachten. Totdat ze op een ochtend in 2008 wakker wordt. De herinnering aan die wonderlijke ervaring wordt weer levend, het kwartje valt. Het was God die tot haar sprak en die haar nog steeds opzoekt. ‘Natuurlijk heb ik ­getwijfeld of die stem wel echt was, maar het kan niet anders. Het was ook geen wishful thinking, want er gebeurde niet wat ik wilde.’

Irma voedt haar hunkering naar God met preken en liederen die ze beluistert op internet. Daarnaast leest ze veel uit de Bijbel en bidt ze, zoals Irma zelf zegt ‘op haar eigen manier’ tot God. Ze vertelt alles tegen hem. ‘Het voelt als verliefd zijn, ik gloei van binnen en dat is zo mooi.’ Tegelijk is het een verwarrende periode. Ze kan met niemand praten over haar groei in het geloof. Haar man staat in eerste instantie argwanend tegenover haar plotselinge bekering. Maar Ronald ziet dat het geen bevlieging is en dat het belangrijk voor zijn vrouw is. Na drie jaar oppert hij eens naar een kerk te gaan. ‘Ik vond het eng, ik dacht: ‘daar passen wij toch niet.’ ‘We zien het wel’, zei Ronald.’ Ze gaan naar Rijnwaarde, een NGK-gemeente in Leidsche Rijn. In de kerk moet Irma alleen maar huilen. ‘Ik vond herkenning. Ik was diep geroerd, er werden woorden gegeven aan wat ik voelde.’ Het was een warm welkom en Irma kan en mag de tijd nemen om haar plek te ­vinden. ‘Samen met mijn man en dochter wil ik niets forceren.’ Irma heeft veel voor haar gezin gebeden en bidt nu zelfs samen met hen. ‘Dat is echt Gods genade.’ Er verschijnt een grote lach op Irma’s gezicht. ‘Als je in het proces zit, dan zie je dat niet, maar er zijn zoveel manieren waarop God werkt. Toeval bestaat niet, het zijn Gods zegeningen in vermomming. Soms wil ik nog veel zelf doen, net als Martha uit de Bijbel. Maar ik hoef Hem niets te brengen, Hij heeft mij gezocht. En daarover wil ik vertellen. Ik hoef Ronald of mijn familie niet te overtuigen of te bekeren. Als het zo moet zijn, doet Hij het.’

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko