Lammert Kamphuis, red, Vrijgemaakt, dertigers over het leven in een gereformeerde zuil, Utrecht 2014, 143 bladzijden, ISBN 978 90 435 23400, € 15

Enkele weken geleden verscheen het boek Vrijgemaakt? Dertigers over het leven in een gereformeerde zuil. In het boek schrijven veertien dertigplussers in korte essays hoe zij hun jeugd hebben ervaren binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Redacteur Lammert Kamphuis en kunstenares Marjolein Minderhout hebben ieder een kortere bijdrage geleverd.

De schrijvers zijn allemaal hoogopgeleid. Zeven van hen hebben een theologische opleiding gevolgd, zes in Kampen aan de Broederweg. De helft van de schrijvers noemt zichzelf gelovig, wel of niet binnen de GKv, de andere helft heeft het geloof vaarwel gezegd of noemt zichzelf zoekend – misschien nog gelovig, maar dan in ieder geval niet meer op een traditionele manier.

Geslotenheid
De opstellen handelen over het dagelijks leven binnen de GKv vanaf halverwege de jaren ’80 van de vorige eeuw. Ze gaan onder andere over school, jeugdvereniging en catechisatie, vriendenkring en kerkgang. Er wordt doorgaans met warmte over gezin en familie geschreven, hoewel de sfeer soms als wat saai wordt omschreven. De GKv worden geschetst als een nogal gesloten gemeenschap, goed georganiseerd naar binnen en buiten, met heldere normen en overtuigingen die in opvoeding en onderwijs doorgegeven werden. Het theologisch klimaat ademt in de opstellen een soortgelijke geslotenheid, waarin alles lijkt te kloppen en wat niet beredeneerbaar is ‘gewoon geloofd’ moet worden.
Gaandeweg ontdekten de schrijvers dat het allemaal niet zo eenvoudig en overzichtelijk was als hun thuis en in de kerk geleerd werd. Buiten de GKv bleken mensen ook te geloven, en op het terrein van de wetenschap schoten de theologische kaders tekort. Soms was het de persoonlijke ontwikkeling die tot spanningen leidde, bijvoorbeeld op het vlak van lichamelijkheid of man/vrouwverhoudingen, bij anderen gebeurde dat door de confrontatie met andere kerkelijke culturen. Hoe dan ook leidden de vragen die rezen bij alle schrijvers tot een crisis of tot een totale heroriëntatie. Sommigen namen daardoor afscheid van het geloof in God, anderen bleven twijfelen en zoeken, en nog weer anderen vonden na een zoektocht hun plek binnen de GKv of elders in de christelijke gemeenschap.

Veranderingsprocessen
Ik ben sociaal werker en andragoog van beroep. Als zodanig houd ik mij bezig met het oplossen van psychosociale problemen waar mensen in hun leven een antwoord op zoeken, en met veranderingsprocessen in en tussen mensen en groepen. Het uitgangspunt daarbij is dat mensen in hun handelen bewust betekenis en vorm willen geven aan hun leven. Op het terrein van de andragogie spelen diverse opvattingen een rol, zowel klassieke als moderne. In Vrijgemaakt? herken ik een aantal van de klassieke benaderingen.

Allereerst herken ik in het boek de benadering van organisatie- en veranderingsprocessen op een technische, rationele manier. Ik zie die in de beschrijving van het goed georganiseerde kerkgenootschap met allerlei daaraan verbonden instellingen en organisaties. Een andere klassieke benadering gaat uit van persoonlijke groei binnen normatieve kaders. In het boek zie je die benadering terug in hoe er gesproken wordt over het sterke normatieve stelsel waarin je als jongere gesocialiseerd werd. In een laatste klassieke benadering draait het om macht en machtsrelaties. Daarin kan het bijvoorbeeld gaan over de vraag hoe taal en beeld het leven beïnvloeden. Zo wordt in Vrijgemaakt? het klassieke vrijgemaakte leven ook beschreven: er was sprake van een doorwrocht taalveld met een sterke afbakening van wat goed en wat waar was, wat hoorde en wat niet, met het risico van uitsluiting uit de gemeenschap. Een formulering als ‘met droefheid deelt de kerkenraad mede’ bij onttrekking is een voorbeeld van die afbakening.

De manier waarop het boek over de vrijgemaakte cultuur aan het einde van de twintigste eeuw schrijft, is in lijn met hoe daar tegenwoordig tegenaan gekeken wordt. Het beschrijft in dit opzicht niets nieuws, zij het dat het nu gaat om de ervaringen van relatief jonge mensen die ze hebben opgedaan in een tijd waarin allerlei veranderingen en herwaarderingen binnen het kerkgenootschap al aan de orde waren. Anders gezegd: hoewel veranderingen al in gang gezet waren, bleken de oude mores hardnekkiger dan we dachten.

Verhalen
Toch is er meer over het boek te zeggen, juist ook vanuit de andragogie. Tegenwoordig wordt binnen dat vakgebied naar organisatie- en veranderingsprocessen gekeken vanuit het delen van verhalen, het samen iets ondernemen, het bij elkaar zijn in onmacht en woordloosheid. Belangrijk is daarin het persoonlijk betrokken zijn op elkaar. Toegepast op het geloof wordt dan ingezoomd op de betekenis van gebeurtenissen en van geloof, op het persoonlijke gesprek tussen gelovigen en het persoonlijk gesprek met God.
Vanuit die invalshoek gaat het boek eigenlijk helemaal niet over het leven in een gereformeerde zuil, maar over de aanwezigheid van God in het leven van de schrijvers. Centraal staan dan het persoonlijk gesprek met God, de worsteling om God vast te houden, de zoektocht in de spanning tussen vrijgevochtenheid en leven als gelovig mens. Het gaat om de betekenis en de bruikbaarheid van kerkelijke gewoonten om met je persoonlijke vragen verder te komen, vragen bijvoorbeeld over onoplosbaar lijden en Gods liefde en zorg. Zo bezien is het boek tegelijk intrigerend en confronterend.
Intrigerend, omdat het vragen oproept over de weg die de schrijvers afleggen in collegebanken, ateliers, slaapkamers, onderzoeksinstituten en studentenverenigingen. Hoe hebben zij nagedacht, verdriet gehad, zorgen gehad om zichzelf of anderen, hoe hebben zij met God en met anderen gepraat over zichzelf, hun twijfels of vraagstukken? Hoe hebben anderen geprobeerd hen nabij te zijn en met hen mee te denken mee te voelen?
Maar het boek is ook confronterend omdat het de vraag oproept hoe ik mijzelf openstel voor anderen, ik met mijn eigen vragen, twijfels en hoop, met mijn zonden en mijn zoektocht, mijn ontdekkingen in het leven met God. En breder: hoe doen wij dat als kerk, hoe doen we dat binnen de theologie? Dit zijn de verhalen van veertien schrijvers. Waar zijn de andere verhalen, waar zijn die van mij, van gelovigen uit vroeger tijden en van gelovigen van nu, waar is het verhaal dat God zelf vertelt?

De Weg
Spreken over het geloof en over de kerk als het samen onderweg zijn en het delen van verhalen heeft per definitie niets afgebakends, maar juist iets onafs. Het is de zoektocht naar geloven tegen beter weten in, naar het raadselachtige van het bestaan en van Gods aanwezigheid in deze wereld. Gemeenschap is geen organisatie, maar vertrouwen in God en in de ander. Geloven is geen denksysteem maar overgave omdat God betrouwbaar is. Navolging is geen platgetreden paden lopen maar Jezus volgen op de weg die Hij heeft afgelegd.
Er is dus werk te doen. In gelovige ootmoedigheid.

Dit artikel is geschreven door Henk Geertsema en verschenen in De Reformatie nummer 1 /// jaargang 90 /// 3 oktober 2014

The following two tabs change content below.
Is verantwoordelijk voor de afstemming van de vragen uit de kerken, uit de theologische opleidingen en van de adviseurs en onderzoekers. Dienst aan de kerken in praktische zin in combinatie met dienst aan de (wetenschappelijke en praktische) doordenking van ons leven als volgeling van Jezus Christus. Met elkaar onderweg naar het nieuwe Koninkrijk van God, geleid door de Geest onder een open hemel. mail Henk