Intense gesprekken zijn sinds het allereerste begin van de kerk aanwezig geweest. Dat feit alleen al is belangrijk voor onze bezinning vandaag de dag op de verscheidenheid binnen de gemeente. De vraag voor nu is wel: waar liggen de grenzen van deze verscheidenheid?

In Jeruzalem ging het om twee botsende culturen: autochtoon Hebreeuws/Aramees tegenover Griekssprekende immigranten. Dochtergemeente Antiochië had het moeilijk met niet-Joodse invloeden: hoever mochten nieuwe gemeenten eigenlijk gaan? Paulus heeft daar een heftig conflict over met Petrus: het lijkt erop dat Petrus terugvalt in oud gedrag en niet-Joden weer gaat mijden. In de gemeente van Korinte waren er ook meer dan genoeg conflicten en dwalingen.
Vandaag gaat het onder meer over de vraag of homo’s die in een relatie van liefde en trouw samenleven samen met hun medebroeders en -zusters avondmaal mogen vieren. En is het voorstelbaar dat in één gemeente sommige kinderen gedoopt worden en in een andere worden opgedragen? Kerkenraden vragen zich af hoe ze de overstap van Henk en Marie de Vries en hun drie gedoopte kinderen naar een naburige evangelische gemeente aan de gemeente moeten vertellen. Laten ze vooral het verdriet over de onttrekking spreken, kiezen ze ervoor om hun Gods zegen toe te wensen of doen ze beide? Wat moeten we aan met al die verschillen, dilemma’s, conflicten soms? Drie praktische aanwijzingen, die tegelijkertijd buitengewoon principieel zijn.

1. Verschillen horen in de kerk

De impressie van verschillen en conflicten binnen de kerk van de eerste eeuw geeft aan: van meet af aan heeft men geworsteld met dit soort zaken. Kerk zijn is slechts af en toe, en dan nog maar heel tijdelijk en plaatselijk, een ideale situatie. ‘Want christenen zijn precies als mensen; met dezelfde mensen-wensen. En dezelfde mensen-streken. En dat staat allemaal in het boek – het grote boek van God en mensen.’ De gemeente van Christus is niet het paradijs op aarde.
Rob van Houwelingen interpreteert Paulus mijns inziens correct als hij schrijft dat deze het goed vindt dat er meningsverschillen en zelfs stromingen zijn. ‘Ze vormen een test of men op verstandige wijze met diversiteit weet om te gaan.’ Waarom zouden de apostelen anders zo vaak schrijven dat wij elkaar moeten verdragen, of dat we de eenheid moeten zoeken, of dat we moeten onderscheiden waarop het aankomt, of dat we ons moeten richten op Christus?
Als je niet je startpunt neemt in de realiteit van een zoeken en tasten, zul je nooit werkelijk alles van Christus verwachten. Dan heb je Christus eigenlijk niet nodig. Als we al van tevoren weten waar we uit moeten komen, als we denken dat het allemaal vastgelegd kan worden in documenten of regels en dat kerk zijn verder een kwestie is van ons hieraan houden, dan hebben we het mis. Kerk zijn en geloven kennen altijd aanvechting en strijd.
Vijfhonderd jaar na de Reformatie is het zinvol dit typisch Lutherse accent nog eens nadrukkelijk te noemen. De ervaring van onduidelijkheid en onzekerheid maakt de test uit van ons geloof. Of, zoals Jakobus zegt, beproevingen leiden tot standvastigheid (Jakobus 1:2).

2. Aanvechting wijst ons terug naar de bron

Maarten Luther schrijft ergens over de kerk dat God zij dank een zevenjarig kind al weet wat de kerk is, namelijk de heilige gelovigen en die schaapjes die luisteren naar de stem van hun herder. Want kleine kinderen bidden: ‘Ik geloof één heilige christelijke kerk.’ Die heiligheid bestaat, aldus Luther, niet in allerlei uiterlijke vormen, zoals die in de Rooms-Katholieke Kerk gebruikelijk waren, maar in het Woord van God en het ware geloof.
Laten we ons dat voor gezegd houden, juist ook om de realiteit van vandaag te kunnen duiden: de heiligheid van de kerk ligt niet in wat wij van die kerk maken. Zij ligt in Gods Woord! Samen willen vasthouden aan Gods Woord is een proces, waarin we elkaar in alle verschillen mogen leren zoeken en accepteren. Mits dit zoeken niet tot stilstand komt.
Het zoekproces kan soms zeer conflictueus zijn. Als er iemand is die de realiteit van conflict en meningsverschil heeft ondervonden, dan Luther wel. Hij legt er daarom de nadruk op dat de kerk luistert en gelooft. Alleen in die gerichtheid op de bron kan de kerk kerk zijn.

3. Brongerichtheid dwingt tot ruimte

Brongerichtheid bewaart ons voor krampachtigheid. Als niet wij de heiligheid van de kerk uitmaken – omdat die heiligheid niet in de uiterlijke, zichtbare dingen zit – dan betekent dat ook dat we gedwongen worden ons te concentreren op de kern, op de bron, op Christus zelf. Hij is het die mensen bij elkaar roept en die als koopman in oud roest (Achterberg) zich een volk bijeen verzamelt. Dan telt niet allereerst de vraag wie deze koopman nu wel of niet gekocht heeft, en waar de grenzen te trekken vallen tussen wel of niet officieel lid zijn van de kerk. Niet de grenzen staan centraal, maar de ruimte zelf.
Barend Kamphuis zette in 2013 op het eerste gezamenlijke congres van Opbouw en De Reformatie hiervoor de toon. De ruimte van de katholiciteit kent natuurlijk grenzen – maar het zijn grenzen die juist ruimte mogelijk maken. ‘Ruimte betekent dat je niet allemaal op dezelfde plek staat of hoeft te staan.’

Kerkvisie

Deze drie praktische aanwijzingen zijn de noodzakelijke voorwaarden om vandaag over verschillen in de kerk te spreken. Elk van deze drie is te verbinden met aspecten van de kerkvisie die in de Apostolische Geloofsbelijdenis verwoord is.
Allereerst: als je gelooft dat de kerk één is, betekent dat automatisch het willen uithouden van verschillen binnen de kerk. Er kunnen (eigenlijk) geen twee of meer kerken bestaan. De enige grens die telt, is die tussen wel of niet horend bij Christus.
Het tweede aspect betreft de heiligheid van de kerk, want zij is niet uit zichzelf volmaakt of wordt dat door onze menselijke pogingen. De kerk heet heilig omdat God daar werkt door zijn Woord en Geest. Dat brengt strijd en aanvechting met zich mee, maar God zal zorgen dat de bruid uiteindelijk zonder vlek of rimpel klaar staat voor de dag van Jezus Christus (1 Korintiërs 1:8).
Het derde aspect gaat erover dat de kerk algemeen of katholiek is. Zij is geen sekte of groepje gelijkgezinden, maar wil bewust staan in de ruimte van de kerk van alle plaatsen en tijden.

Diversiteit

Eén van de vier eigenschappen van de kerk uit de Apostolische Geloofsbelijdenis is nog niet benoemd: zij is ook christelijk of apostolisch. Samen met de andere drie woorden (één, heilig, katholiek/algemeen) geeft apostolisch een richting aan voor ons omgaan met verschillen.
De kerk is geen club die zichzelf opricht, maar ze wil staan in een traditie. Dat er verschillen zijn binnen de kerk, betekent dat christenen bewust kiezen tegen een eendimensionale bubbel van gelijkgestemden. De kerk is geen vrijblijvend netwerk van een groep die belangrijke interesses of doelstellingen deelt. Kerk ben je voor heel je leven en voor heel het leven. Jij hoort nu eenmaal bij een kerk – vroeger of later in je leven ben je terechtgekomen in de gemeente waar je nu zit.
De apostolische vermaningen in de Schrift zijn er, zeer counter-cultural, op gericht binnen die gemeente jezelf als onderdeel van Christus’ lichaam in te zetten voor de opbouw van het geheel. Niet ik kies de kerk waar ik kan halen wat ik wil, maar wij zijn geroepen en verplicht onze gaven te gebruiken binnen Christus’ gemeente. Kerk(lid) ben je voor heel je leven.
Kerk(gemeenschap) ben je bovendien voor heel het leven. Je deelt geen religieus subdomein van spiritualiteit met elkaar, je leert elkaar kennen in een enorme diversiteit van levensfasen, levensstijlen, levenslopen, levenslessen en levenswijsheid.
Het evangelie gaat over Jezus als Heer over mijn leven en over Gods koninkrijk. Grote theologen uit het verleden als Augustinus, Calvijn, Luther en Kuyper benadrukten dat. Vandaag klinkt dit in de boeken van bijvoorbeeld Stanley Hauerwas, Tim Keller en Tom Wright. Alleen zo’n diversiteit doet recht aan mijn leven, waarin ik leer te groeien in geduld, wijsheid en liefde. Het zijn de contacten met die ex-slager in mijn miniwijk of die lichtautistische puber die schitterend cajon speelt tijdens de kerkdienst die mij vormen.

Ik geloof één, heilige, katholieke en apostolische kerk. Omdat het de bruidegom goeddunkt zijn bruid in de weg van langzame veelkleurigheid, van generatie tot generatie, te leren bruid te worden.

The following two tabs change content below.

Hans Schaeffer

Post-doc onderzoeker Praktische Theologie Theologische Universiteit Kampen In het onderzoek richt ik me op de verzameling en analyse van empirische gegevens over de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Daarnaast houd ik me bezig met onderzoek in de deeldiscipline gemeente-opbouw. De analyse van kerkelijke praktijken geeft inzicht in de manier waarop kerkleden het kerk-zijn beleven. Door hierop theologisch te reflecteren kunnen de aandachtsvelden worden benoemd waarop verder moet worden doorgedacht.

Laatste berichten van Hans Schaeffer (toon alles)