Op de omslag zie je net een hand die zich vastgrijpt aan de rots. Een bergbeklimmer veiligheid is echter geborgd: er is een klimtouw. Een opvallende omslag voor een boek over ‘met beide benen op de grond’: God ontdekken in je levensverhaal. Een boek van Willem van der Horst, sociaal wetenschapper en psychosociaal therapeut. Maar ook regelmatig voorganger in de diensten van de gereformeerde kerk van Zwolle-noord. Het gaat, volgens de uitgever, over de vraag hoe leren van het leven zich verhoudt tot leren van de Bijbel. Dan moet je ook nadenken over de vraag wat je aan moet met de leerervaringen van mensen van vroeger, zoals vastgelegd in diverse omschrijvingen van geloofsinhouden. Denk aan de belijdenis.

Existentieel
Neem nou dat korte zinnetje uit de catechismus: de mens is onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, tenzij hij opnieuw geboren is door de heilige Geest. De schrijver vraagt er de aandacht voor dat dit zomaar kan leiden tot een negatief beeld over de mensheid in het algemeen en jezelf in het bijzonder. Hij neemt zijn uitgangspunt in de schepping en stelt dat er ook na de breuk in de relatie met God heel veel moois en goeds is overgebleven. Iedereen kan dat merken, in de omgang met niet-gelovigen. In deze wereld is er heel veel waar je van kunt genieten. Is het dan gelukkig dat wij met die ene zin uit onze belijdenis zo’n negatief beeld opwerpen? Hij haalt met instemming Vincent Brümmer aan die stelt dat geloof alleen kan overleven als het je existentieel raakt. Op de omslag – en in het boek zelf – wijst van der Horst erop dat anders zomaar al die inhouden verhuizen van de woonkamer naar een vitrinekastje en vandaar naar de rommelzolder. Tot ze bij een grote schoonmaak de deur uitgaan. Ze zijn leeg geworden.

Dat is echt iets om met elkaar over na te denken. Het is niet zo heel moeilijk om te laten zien dat de vraag van de reformatie van de zestiende eeuw- hoe krijg ik een genadig God – de mensen in hun dagelijks bestaan raakte. En die vraag zit op de achtergrond van die zin uit het begin van de catechismus. Je kunt er ook op wijzen dat in het geheel van de belijdenis er behoorlijk genuanceerd gesproken wordt over wat er in deze wereld aan goeds is. De overheid, bijvoorbeeld, beloont de goeden (art 36 NGB). Maar de catechismus krijgt er veel aandacht, door haar rol in onderricht en in de prediking. En wat mensen toen existentieel raakte, zegt de moderne mens nog niet zoveel. Bestaat God wel, is nu de vraag, en heb ik wat met Hem.

Op diverse plaatsen in het boek daagt van der Horst de theologen uit. Zo spreekt hij liever over Gods macht dan over Gods almacht. Ik denk dat we daarover in gesprek moeten, en dan niet in de zin wie er gelijk heeft, maar omdat ik ervan overtuigd ben dat ook theologen en predikanten (niet altijd hetzelfde) dezelfde drive hebben als van der Horst: hoe leg je de verbinding tussen God en je eigen leven. Geen enkele voorganger zit te wachten op de reactie dat de preek interessant was, maar hoopt dat de mensen zeggen: dit gaat over mij. Niet alleen omdat ze zich erin herkennen, maar vooral omdat de Bijbelse boodschap hun leven raakt.

Afweer
Willem van der Horst heeft een heldere visie. Hij werkt in Gods schepping, als sociaal wetenschapper en psychotherapeut. Wat hij daar ontdekt is niet tegenstrijdig aan wat de Bijbel zegt. En hij beschrijft hoe op allerlei manieren juist op dat schepselmatige niveau er iets mis kan gaan. Omdat je als mens allerlei afweermechanismen ontwikkelt. Hij durft ook rustig te spreken van karakterzonden (wie denkt dat een therapeutische benadering soft is, heeft het niet helemaal goed begrepen). Hij volgt in het boek Pim, die mag leren allerlei dingen af te leggen en Gods beeld bij zichzelf weer te ontdekken. In je leven kan er van alles gebeuren wat je een scheef beeld geeft van God. Dat hoef je niet zelf in de gaten te hebben: zie het voorbeeld van Frederique (p. 24) die therapie beëindigt en vlucht in het geloof. Maar de problemen blijven bestaan. Zo geeft van der Horst allerlei, voor mij in ieder geval, heel herkenbare voorbeelden. Niet alleen vanuit mijn ervaring met andere mensen, maar ook vanuit mijn eigen leven. Het boek reikt ook handvatten aan om daar mee aan het werk te gaan, in je eigen leven. Bij voorkeur samen met anderen. Daarin ligt voor mij de waarde van het boek: in de aandacht voor de ballast die we ongemerkt soms meezeulen in ons leven, en in de mogelijkheid om daar goed naar te kijken en nieuwe keuzes te maken.

Vaste grond
Met beide benen op de grond. Soms in de modder, maar in ieder geval op de grond van Gods scheppingswerk. Maar ook in het heilswerk van onze heiland. Denk aan liedboek (1973) 440: ik heb de vaste grond gevonden… Het komt niet terug in het liedboek 213, maar wel in het gereformeerde kerkboek. Zelf ben ik daar blij om, omdat dit lied mij existentieel raakt: leven van Gods barmhartigheid. Dit boek kan helpen om te zien wat dat betekent.

 

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 6 februari 2015. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18