Wat is eigenlijk leren? Iets uit je hoofd kennen? Veel meer dan dat! Leren omvat het hele proces van kennis opdoen, inzicht krijgen, je persoonlijkheid vormen en vaardigheden ontwikkelen. Daarvoor heb je meer nodig dan stampwerk of instructie.

Er zijn verschillende manieren om iets te leren. Vroeger deed men dit anders dan tegenwoordig op scholen gebruikelijk is. Betekent dit dan voor de kerk dat de oudere generatie een andere aanpak nodig heeft dan jongeren? Nee. Je zou kunnen zeggen dat de manier van leren niet gekoppeld is aan een bepaalde generatie, maar wel aan een bepaald doel: kennisoverdracht levert rationele kennis op terwijl ervaringsleren je persoonlijkheid vormt. Daarnaast heeft het ook te maken met je karakter en interesse. Waar de een geboeid raakt door een goede uitleg, gaat een ander pas nadenken
bij een pittige discussie. De manieren van leren kun je als volgt indelen:

  • Informatief leren | Werkvormen die hierbij passen: instructie  krijgen, tekst lezen, beamerpresentatie bekijken.
  • Ervarend leren | Werkvormen die hierbij passen: ervaringsverhalen delen,  film(pjes) kijken, muziek luisteren, zelf beleven  door te doen.
  • Ontdekkend leren | Werkvormen die hier bij passen: een oplossing zoeken, een verhaal schrijven, een toneelstuk bedenken, een schilderij maken, een plan van aanpak bedenken.
  • Redenerend leren | Werkvormen die hier bij passen: stellingen bespreken, een discussie voeren, een betoog schrijven.

Als je in de gemeente bezig bent met leeractiviteiten en toerusting, dan kun je deze manieren van leren in je achterhoofd houden.  Ze helpen je om te variëren in je aanbod en verschillende mensen met verschillende leerbehoeften in het oog te houden.

Tips voor het maken van een leerplan

  1. Inventariseer wat er al is |  Breng alle leeractiviteiten in de gemeente in kaart; van kindernevendienst tot toerusting, van  catechese tot ouderensoos. Maak daarbij inzichtelijk voor welke doelgroep ze zijn en wat de leerdoelen zijn. Zo ontdek je waar het zwaartepunt ligt en waar de blinde vlekken zijn.
  2. Breng de gemeente in kaart | Elke kerk is weer anders samengesteld. Het is belangrijk om te weten welke leeftijden, doelgroepen en taken in de kerk meer vertegenwoordigd zijn dan andere. In een gemeente met veel nieuwe gelovigen, singles of 50-plussers kan het leeraanbod zich richten op hun leerbehoeften of levenssituatie.
  3. Ontdek de leerbehoeften | Ga in gesprek met gemeenteleden uit verschillende leeftijdsgroepen en diverse levensomstandigheden. Vraag hen wat zij zouden willen leren, waarin ze zich zouden willen ontwikkelen of waar ze als gelovige tegenaan lopen.
  4. Laat je inspireren | Het gaat niet om zakelijk of feitelijk leren, maar om groei in het geestelijk leven. Laat je daarvoor dan ook inspireren door de heilige Geest. Bestudeer bijbelteksten, lees een goed boek en bid samen om leiding en wijsheid.
  5. Maak een leerplan | Omschrijf per leeftijdscategorie, per taak en per levenssituatie welke leerdoelen er zijn. Dit plan is in eerste instantie een ‘droomplan’. Het gaat uit van de ideale situatie en is daarmee niet
    per se realistisch. Het plan is bedoeld als houvast voor de toekomst en om het verlangen naar
    groei te stimuleren. Betrek bij het dromen ook diegenen die betrokken zijn bij al bestaande
    leeractiviteiten.
  6. Analyseer je mogelijkheden | Om te weten wat haalbaar is, moet je weten wat je mogelijkheden zijn. Hoeveel menskracht is er beschikbaar? Hoeveel animo? Hoeveel geld om externe hulp in te schakelen? Welke talenten
    zijn er? Welke kennis is beschikbaar? Welke plannen en ideeën leven er al?
  7. Bepaal je focus | Er valt heel wat te leren als gelovige in deze tijd. Maar niet alles kan in één keer opgepakt worden. Het is nodig om keuzes te maken. Kies elk jaar een paar speerpunten en werk die goed uit.
  8. Schakel andere mensen in | Om het leeraanbod goed te kunnen uitwerken, moet je niet alles zelf willen doen. Vraag mensen om mee te helpen, verdeel de taken en bied toerusting. Geef hen ruimte en verantwoordelijkheid.
    Zorg dat je geen controlerend, maar een ondersteunend en stimulerend orgaan wordt. Hoe meer mensen erbij betrokken zijn, hoe meer draagvlak je creëert.
  9. Gebruik bestaande structuren | Het kost veel energie om nieuwe structuren op te zetten of de structuur van de gemeente om te gooien. Het is veel efficiënter om gebruik te maken van bestaande structuren, zoals de kringen, ouderensoos, vrouwenbijbelstudiegroep of catechese. Dit werkt natuurlijk alleen als je hen vanaf het begin hebt betrokken bij de plannen en geen vernieuwing aan hen oplegt.
  10. Kies je leraren en leermaterialen | Je hoeft je leeraanbod niet zelf te ontwikkelen. Er is veel waardevol materiaal beschikbaar en er zijn ervaren sprekers uit te nodigen. Verdiep je in de verschillende opties, lees, luister en maak keuzes. Vraag andere kerken naar hun ervaringen en leerpunten. Er zijn genoeg mogelijkheden
    om een inspirerend leeraanbod neer te zetten.

Dit artikel is gepubliceerd in Dienst herfst 2016 en geschreven door Ingrid Plantinga. Ingrid is theologe en bij het Praktijkcentrum werkzaam als projectleider voor het ontwikkelen van bijbelstudie- en catechesemateriaal. Het hele nummer van Dienst kun je hier downloaden.