‘Als iedereen die op het grondgebied van de kerk was komen wonen, zich er ook bijgevoegd had in plaats van naar de buurgemeente te gaan, was er een bloeiende kerk geweest.’ Een veel gehoorde verzuchting uit de wandelgangen op het symposium Kansen bij krimp, georganiseerd door het Praktijkcentrum. Uit het hele land kwamen de mensen bij elkaar op 16 maart 2016 , om over dat thema door te praten. Gemiddeld hebben de pakweg 270 GKv-gemeenten vier leden verloren in 2015, maar plaatselijk zijn er grote verschillen. Er zijn weinig gemeenten die groeien, maar er zijn er ook die sterk krimpen. Vooral in de gebieden waar de bevolking toch al terugloopt. Je zult maar kerk zijn in het ‘aardbevingsgebied’ van Groningen. Maar er werden meer factoren voor krimp aangewezen. Dr. Hans Schaeffer, docent aan de Theologische Universiteit te Kampen en hoofd onderzoek Praktijkcentrum, wees in zijn workshop op culturele invloeden, waaronder individualisering. Is de perforatie van gemeentegrenzen (zie de eerste zin) daar een voorbeeld van? Mensen sluiten zich aan bij de grotere gemeente, die aantrekkelijk is vanwege de toeters en bellen. Opgegeven motief: de kinderen. Achtergrond: groeiende diversiteit.

Hoe kijk je aan tegen de gemeente?
Prof.dr. Henk de Roest (Protestantse Theologische Universiteit Groningen) was een van de sprekers. Hij wees erop dat Paulus in zijn brieven eerst begint met grote waardering uit te spreken voor de gemeente aan wie hij schrijft, al kunnen er daarna pittige woorden gezegd worden over concrete praktijken. Vandaar dat hij wees op het laatste boek van de (vlak voor het symposium) overleden Jan Hendriks: Goede wijn, over waarderende gemeenteopbouw. Het begint met het bewustzijn dat je gemeente bent. Het gaat er dus niet om dat er zonodig dingen moeten veranderen. Concreet: als je een gemeente van ouderen bent, ligt daarin misschien wel je roeping voor de andere ouderen in je omgeving. Hier lag een accentverschil met de andere hoofdspreker, prof.dr. M. Te Velde, (Theologische Universiteit Kampen) die wel wees op dezelfde teksten in het Nieuwe Testament, maar zijn betoog ophing aan een aantal werkwoorden. Intensiveren, in dit geval. In de vragenronde wees dr. Peter van der Kamp (ook Kampen) op de benadering van Wim Dekker: is krimp/kerkverlating ook een oordeel van Godswege? Maar dat vond Henk de Roest veel te algemeen: als Paulus misstanden aanwijst, in Korinte en in dat verband over oordeel spreekt, is dat heel concreet: ze konden bij de viering van het avondmaal niet op elkaar wachten. Zegt dat ook iets over je inzet voor gerechtigheid nu?

Kern
Rode lijn in het hele programma: terug naar de kern. Mees te Velde: Christus is eigenaar van de kerk, dus ook van wat daarbinnen gebeurt, ook in historische processen als krimp. Dat geeft ook ontspanning. En helpt om je te concentreren op kerntaken: goede preken, goed pastoraat, goede catechese. Henk de Roest gaf dit ook door. En missionair bezig zijn dan? Dat doe je op die manier. Laat je niet in een spagaat drukken alsof dat iets is dat erbij komt. Te Velde: er zijn, tot zijn verbazing overigens, missionaire projecten gestart omdat je op die manier geld kon vragen van het kerkverband. Je geeft je predikant dan een extra opdracht. Maar je bent als kerk missionair of je bent geen kerk.
Het betekent wel dat geloofsgesprekken heel belangrijk zijn. De Roest: laat de betekenis zien van het toebehoren aan Christus voor de samenleving. Juist in de betekenis van het geloof voor het gewone leven. Evangelische gemeenten hebben op dit punt een voorsprong. Kerkleden zijn daarbij gewoon ambassadeurs: Brigitte Kaandorp is door haar man uitgenodigd om mee te gaan naar de PKN van Bloemendaal- en ze ging.
Hoe doe je dat? Een voorbeeld daarvan gaf André Scholten, GKv Zuidwolde (Groningen). Een sterk krimpende gemeente. Het Praktijkcentrum gaf in de begeleiding volgens hem advies om maar op te heffen wegens geloofsarmoede. Maar ze zijn begonnen met geloofsgesprekken tussen de ouderen en de aanwezige jongeren (leeftijd 10-19). En er komt een opleving.
Herbronnen is daarbij heel belangrijk, volgens Mees te Velde. Telkens terug naar het woord van God en de dingen opnieuw doordenken. Wees daarbij niet zo bang voor experimenten als de GKv in het verleden wel was. Is het erg als je later tot de conclusie komt dat het experiment het niet geslaagd is? (Voorbeeld uit de pauze: de GKv Enschede-Zuid, krimpend, experimenteert met twee morgendiensten, om tegemoet te komen aan de diversiteit binnen de gemeente)

Je eigen plaats
Jannet de Jong, adviseur bij het Praktijkcentrum, gaf het in haar inleidende woorden al aan. Het maakt verschil in de benadering of je krimpende kerk bent in een demografisch gezien ook krimpgebied, of juist in een streek waar de bevolking groeit. En alle sprekers waarschuwden tegen blauwdrukken, of stappenplannen. Wat voor gemeente A goed is, hoeft niet te werken bij gemeente B. Wat wel voor iedereen geldt is het besef dat we vreemdelingen zijn , zie het laatste boek van Stefan Paas: Vreemdelingen en priesters. Het houdt onder andere in dat je uit je comfortzone als kerk moet komen. Een paar dingen zijn daarbij goed:

  • Beschrijf zo objectief mogelijk wie je zelf bent (Hans Schaeffer) Plaatselijke kerken verschillen sterk van elkaar. Andre Scholten, Zuidwolde, wees op de grote verschillen tussen de eigen plattelandsgemeente en de buurgemeente, Groningen-oost.
  • Sluit aan bij de plek waar je leeft. Kun je bijvoorbeeld samenwerken in diaconale projecten? Praktisch kan dat lastig zijn. Jaap Almekinders, Vrouwenpolder: de ene helft van de gemeente woont in Vrouwenpolder, de andere helft verdeeld over negen plaatsen op Walcheren en Noord-Beveland. Hoe doe je dat? Je moet een keuze maken.
  • Kijk ook naar andere kerken. Hessel Holwerda, (GKv Stadskanaal) gaf een workshop over de samenwerking daar tussen GKv, CGK en een PKN-gemeente daar. Mooi, maar ook lastig. Eenheid doet pijn. Er is een verschillende cultuur: opeens staat er een predikant in toga op je eigen kansel, die een lied uit Johannes de Heer opgeeft.

Geld
Altijd een lastige vraag: hoe zit het met het geld? Gebrek eraan was soms, zie boven, een prikkel om missionair te worden. Aan de andere kant: er zweeft veel geld boven de kerkelijke markt. Binnen de PKN gaat het om enkele miljarden, binnen de GKv toch om miljoenen. Hoe kun je die samen verantwoord inzetten. Henk de Roest: stel je voor dat straks de kerk verdwenen is en het geld is over. Mees te Velde wees erop dat in ieder geval binnen de GKv de nadruk op de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk een valkuil kan zijn. Denk eens aan het presbyteriaanse model, waarin het accent ligt op het regionale kerkverband, wat wij de classis noemen. Het gaat dan niet allereerst om kerken, maar om plekken waar het woord gebracht wordt. Hoe kun je samenwerken?
Daarvan gaf Hugo Waalewijn, GKv Beilen, een voorbeeld. Met begeleiding van het Praktijkcentrum hebben vijf kleine kerken binnen de classis Assen verkend of het mogelijk is om bijvoorbeeld samen twee predikanten te beroepen, met als speciale taak om de gemeenten te helpen een nieuwe invulling te vinden. Het proces leverde in ieder geval op dat het ook zonder predikant kan… Er is veel meer onderlinge samenwerking gegroeid. Een andere uitkomst is nu een proces met alle classiskerken om te inventariseren hoe we elkaar kunnen helpen. Die gezamenlijkheid miste Teije Penninga, GKv Ten Post soms in hun classis, zeker in het beginstadium. In die gemeente komt binnenkort een voorstel aan de orde om aan te sluiten bij een buurgemeente, maar wel de eigen plek in Ten Post te behouden. Ruurd Kooistra, Steunpunt Kerkenwerk, ging in zijn workshop op de praktische mogelijkheden van samenwerking in.

Blijf als kerk waar je bent
Dat was de titel van de toespraak van Henk de Roest. Geef het niet te snel op. In de tijd van het Nieuwe Testament telden de gemeenten hooguit veertig leden. Kerkplanters zijn daar al heel dankbaar voor. Waarom niet doorgaan tot je tien leden hebt? Hayo Wijma (Praktijkcentrum) sloot daarbij aan in zijn workshop: als je eenmaal weggaat als kerk, kom je niet zomaar weer terug. Soms ben je de laatste gemeente in een hele regio. Hij wees op het boek van Rein Brouwer, Levend Lichaam, waarin de schrijver schetst hoe elke kerk stadia kent van opgaan, blinken en verzinken. Een lineair model. Maar is een cyclisch model ook mogelijk? Mees te Velde sprak van een graankorrelkerk, onder verwijzing naar Johannes 12: 24. Vruchtdragen door te sterven. Dat kan nodig zijn voor de kerk. Moeilijk, maar het geeft wel hoop.

Gesprek
Geloofsgesprekken, ze zijn al genoemd. Maar, was het advies, geef daarbij ruimte aan de gevoelens die alleen al het idee over sluiting van de kerk of fusie met een andere gemeente kan oproepen. Hetty Pullen (Praktijkcentrum) gaf een workshop over dat gesprek in een kleine gemeente. Schrijnend voorbeeld hoe het niet moet, kwam in een andere workshop naar voren: een van de deelnemers gaf aan dat een kerkenraad jaren geleden tot de beslissing gekomen was dat de kerk moest sluiten en een goede maand later was het allemaal achter de rug. Niet nog een keer, was zijn verzuchting als ouderling van een krimpende gemeente. Soms zijn nu in hun bestaan bedreigde gemeentes al het resultaat van een aantal fusies. Juist dan is het goed om dat gesprek zuiver te voeren en door te spreken, niet alleen over standpunten maar ook over wat daar achter ligt.

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18