Twee mensen met elkaar in gesprek over een verschil van mening aan de hand van een stelling of een vraag.

  • Naam: Nico-Dirk van Loo (postgereformeerd.nl)
  • Favoriete eten: Italiaanse keuken
  • Muziek: Bruce Springsteen, Queen, Rolling -Stones, Verdi en Bach
  • Bijbelgedeelte: Johannes 17.
  • Naam: Harold Prins (PR E&R)
  • Favoriete eten: Aardappels, groente en vlees
  • Muziek: Als het geschikt is voor achtergrondmuziek
  • Bijbelgedeelte: Kolossenzen 3:1-4, echt christen zijn
Nico-Dirk: Een missionair leven is het startpunt
voor het volgen van Jezus: een gelovige wordt betrokken in de komst van Gods Koninkrijk. Veel evangelisatieacties willen daar ook aan bijdragen.
Helaas doen ze dat volgens mij niet. Evangelisatieacties zijn geloofwaardig binnen en verklaarbaar vanuit de christelijke subcultuur waaruit ze zijn ontstaan. Ze sluiten echter niet aan bij onze huidige postchristelijke en postmoderne samenleving. Een gelovige is geroepen te leven in de spanning tussen de gemeenschap van het Koninkrijk (kerk) en de rest van de samenleving. Christenen zijn geroepen om het leven te leven met niet christenen. Als kleine christussen: ’Het woord werd vlees en heeft onder ons gewoond.’ Dit vraagt om een gedeeld leven en een sociaal netwerk buiten de kerk: een leven waarin het woord gehoord kan worden.
Harold: Een christen moet allereerst leven als kind van God. Omdat je daarmee niet jezelf als uitgangspunt neemt val je positief op in onze samenleving. Daarmee leef je missionair. Een christen en zijn gemeente zijn toch per definitie interessant voor de samenleving? Dat betekent niet dat evangeliseren niet nodig is. Integendeel, in Efeze 4:11 wordt nadrukkelijk over deze taak gesproken. En in de Bijbel zijn de evangelisten eenvoudig aan te wijzen. Daarnaast hebben wij de samenleving toch ook iets geweldig moois te vertellen? In Efeze 1 wordt niet voor niets met nadruk gesproken over het horen van de
boodschap van het evangelie.
Nico-Dirk: Het verhaal van Gods Koninkrijk is inderdaad een geweldig verhaal voor de gehele samenleving. Het verhaal moet dan wel begrijpelijk geleefd én verteld worden. Nederlandse christenen leven te veel in hun eigen subcultuur. Daarbinnen vertekenen ze het christelijk geloof en het leven van Gods Koninkrijk. Hierdoor wordt hun leven en hun woord snel onbegrijpelijk en daarmee oninteressant voor de samenleving. Zoals Paulus de Joden een Jood en de Grieken een Griek wilde laten zijn, mogen wij zendelingen in ons eigen land zijn. Evangelisatieacties schieten naar mijn mening hierin te kort. Het volgen van Jezus betekent de Nederlander een Nederlander te laten zijn en vraagt erom dat het christelijk geloven en leven binnen de gemeente net zo actief is als daarbuiten. Harold: Ik vind het wat overdreven om een groot deel van de evangelisatieacties als ongeloofwaardig te bestempelen. Daarnaast kan ik aantonen dat het evangelisatiewerk wel degelijk aansluiting zoekt bij de postmoderne cultuur. Deze cultuur kenmerkt zich door twijfel m.b.t. echte waarheid en onbekendheid met het werk van Jezus. Die aspecten zijn herkenbaar in het huidige evangelisatiewerk. Het vertellen van Bijbelverhalen is daarvan een mooi voorbeeld. Ten tweede krijgen onze evangelisatieteams door hun uitstraling vaak te horen dat zij iets bijzonders hebben. We krijgen daardoor de gelegenheid om te laten zien wat zekerheid in ons geloof betekent.

Nergens in de Bijbel staat dat wij een sociaal netwerk buiten de kerk moeten onderhouden, eerder het tegendeel (2 Kor. 6:14 e.v.). De verwijzing naar Joh. 1 vind ik in dat verband niet passen. Wij zijn al mens en kunnen niet zoals Christus mens worden. Wel moeten we als gemeenschap van christenen zichtbaar en herkenbaar zijn (Mat. 5:14 e.v.). Christen zijn start bij Jezus en in zijn kerk.

 

Nico-Dirk: Het volgen van Jezus begint midden in een gebroken schepping met mensen die leven met het oog op Jezus en Gods Koninkrijk. Wij hebben het volgen van Jezus te zeer beperkt tot een leven binnen de kerk en de christelijke subcultuur. Vervolgens hebben we evangelisatieacties nodig om weer ‘aansluiting te vinden’. Evangelisatieacties zijn het symptoom van een te beperkte blik op de kerk en Gods Koninkrijk. Jezus is Heer van de kerk, jazeker, maar daarvóór is hij Heer van de wereld, dáár ligt onze navolging van Hem. Harold: De christenen die ik ken zijn actief in de samenleving. Natuurlijk mag je elke christen kritisch bevragen op zijn rol in die samenleving. Geloven mag geen taboe worden. Des te meer reden om evangelisatieacties te organiseren. Niet op basis van een gecreëerde subcultuur, maar op basis van de Bijbel en een eeuwenoude traditie. Het kan christenen helpen om drempels over te komen zodat zij ook in hun dagelijks leven missionair christen kunnen zijn.