Het kost vaak nogal wat inspanning om in gesprek te komen met kinderen en jongeren. Er zijn ongetwijfeld kinderen die je de oren van je hoofd kletsen, maar velen zullen de vraag: ‘Hoe gaat het?’ beantwoorden met niet meer dan: ‘Goed.’ Net als trouwens veel volwassenen (vooral mannen?) die uit hun werk komen. Hoe krijg je ze dan toch aan het praten?

De Amerikaanse Sara Goldstein merkte al na de tweede schooldag van haar zoon dat het niet lukte om echt in gesprek te komen over zijn ervaringen. Daarom bedacht ze dertig vragen die je zou kunnen stellen voor een goed gesprek met kinderen en jongeren. Voor dit artikel hebben we ze wat toegespitst op gesprekken met kinderen en jongeren in de kerk. Zie het kader verderop. Drie belangrijke voorwaarden daarbij zijn: geïnteresseerd zijn, creativiteit en concreet zijn.

Geïnteresseerd

Ten eerste: toon oprechte interesse. Dat betekent niet zozeer dat je het belangrijk vindt om aandacht aan de jongeren in de kerk te geven, maar dat je hun leven, wat zich daarin afspeelt en wat ze daarvan vinden, belangrijk en interessant vindt. We vragen aan veel mensen die we ontmoeten: ‘Hoe gaat het?’ zonder dat we echt een antwoord verwachten. Dat zorgt ervoor dat deze vraag steeds minder uitnodigt tot een gesprek.

Creatief

Wees daarom, ten tweede, creatief in je vraagstelling. Zo kun je op een speelse manier prikkelen om een gesprek te beginnen. De dertig vragen zijn grappig en verfrissend. Vragen die ook vaak goed werken, zijn of-ofvragen, zoals: wil je liever je hele leven alleen nog maar fietsen of alleen nog maar autorijden? Of: nooit meer chocola of nooit meer ijs? Het grote dilemma op dinsdag boek staat vol met dit soort vragen.

Concreet

Ten derde: stel concrete vragen. Dit dwingt de ander om even echt na te denken over een antwoord, een standaardantwoord volstaat niet. En concrete antwoorden geven weer aanleiding om door te vragen. Op de vraag: ‘Hoe vond je het kampweekend?’, antwoorden de meeste tieners waarschijnlijk: ‘Leuk.’ Beter is: ‘Wat vond je het leukste van het kampweekend?’ of: ‘Wie heeft je tijdens dit weekend verrast?’ Verder is het belangrijk dat je doorvraagt. Je wilt er méér over weten, toch?

Verrassend

Ga zelf aan de slag met deze ongebruikelijke vragen. Ik oefen dit de laatste tijd met mijn heel-gezellige-maar-aan-het-eind-van-de-dag-niet-zo-spraakzame man. We stellen elkaar vaker concrete vragen en dit leidt tot de meest verrassende gesprekken. Stel andere vragen aan je partner, je kinderen, je gespreksgroep. Vraag na de dienst eens een keer niet: ‘Wat vond je van de preek?’, maar bijvoorbeeld: ‘Waar haakte jij af in de preek?’ De vragen in het lijstje zijn ook niet allemaal even netjes, maar ze nodigen wel uit tot doorpraten en nuanceren kan altijd nog.

Dit artikel is geschreven door Karen Scheele i.s.m. Anko Oussoren en Paul Smit. Gepubliceerd in OnderWeg  

The following two tabs change content below.

Anko Oussoren

Adviseur op Praktijkcentrum
Is sociaal, geïnteresseerd in mensen en heeft zich vooral de laatste jaren ingezet voor jongeren binnen en buiten de kerk. Zijn passie ligt bij het jeugdwerk en het missionair gemeente-zijn. Hij heeft het verlangen om gemeenten toe te rusten vanuit de liefde van God. Mail naar Anko