‘Wat doe je over vijf jaar?’ Een heel gewone vraag in de cyclus van HRM-gesprekken die bijna elke werknemer moet hebben met zijn leidinggevende. En het is dan de bedoeling dat je je ambities onder woorden brengt: wil je promotie maken, vooruitkomen? Dat is de norm geworden. Op een inspiratiedag van het UWV voor oudere baanzoekenden hield een van de sprekers de aanwezigen ook voor dat je hoog moest inzetten. Anders was je maar een couch potato, een bankhanger. Maar een groot deel van de aanwezigen zou allang tevreden zijn met een gewoon baantje en een daarbij horend regelmatig inkomen. En bij een grote instelling bleken de meeste werknemers helemaal geen behoefte te hebben om over vijf jaar ander werk te doen. Mag dat? Enigszins aarzelend kwam de toestemming daarvoor van de leiding. Er kan een spanning zitten tussen de elders geformuleerde idealen en de werkelijkheid.

Kerk in beweging
Die spanning zit ook in een Latijnse spreuk die vaak gehanteerd wordt voor de kerk: ecclesia reformata semper reformanda secundum verbum Dei. Hoe vertaal je dat? Daar hoef je tegenwoordig zelf geen Latijn meer voor te kennen, je zoekt het gewoon op via Google. En dan blijkt het op twee manieren te kunnen. Een gereformeerde kerk moet zich altijd opnieuw reformeren volgens het woord van God. Zo zou ik dat weergeven, vanuit mijn lessen Latijn van lang geleden. Maar je vindt ook: een gereformeerde kerk reformeert zich altijd volgens het woord van God. In het eerste geval is het een norm, in het tweede geval beschrijft het de werkelijkheid. Moet je in beweging komen, of ben je als het ware vanzelf in beweging? Daarbij ervan uitgaande dat de beweging een helder ijkpunt heeft: het woord van God. In beide gevallen is verandering een kenmerk van een gereformeerde kerk. Iemand die ik ken draaide dan ook, naar ik aanneem onbewust, de zinspreuk om: ecclesia reformanda semper reformata: de kerk die zich reformeert, is altijd gereformeerd.

Nader en doorgaand
De spreuk is minder oud dan het Latijn doet vermoeden. Via internet vind je dat Calvijn bijvoorbeeld hem nog helemaal niet kende. Natuurlijk niet: hij en zijn tijdgenoten/medestanders waren blij en dankbaar dat de kerk teruggekeerd was naar de eenvoud van het woord van God. Ze hadden daarbij niet een soort loopbaanperspectief voor de kerk of voor de kerkleden. De eerste die iets in de geest van de Latijnse spreuk gezegd zou hebben was Jodocus van Lodenstein, een predikant uit de Nadere Reformatie. Zo’n honderd jaar na Calvijn. De gereformeerde kerk was ingekapseld geraakt en tot stilstand gekomen. Van Lodenstein en zijn medestanders legden de nadruk op een verder gaande reformatie van je omgang met God. Voortaan had je twee soorten gereformeerden: de ‘gewone’ en de doorgeleide. Hun nazaten vind je in de kringen van de reformatorische christenen. De Nadere Reformatie wilde een stap vooruit maken.
Hetzelfde kun je horen in de term ‘doorgaande reformatie’. Die is van na de Vrijmaking in 1944 en werd binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt gebruikt. In de praktijk ging het om de vorming van een ‘vrijgemaakte’ zuil binnen het verzuilde Nederland. Nog steeds vind je daarvan veel terug in het Handboek van de Gereformeerde kerken in Nederland, al zijn de meeste organisaties die daarin genoemd worden al lang opengesteld voor niet-leden van de GKv. In zijn biografie van prof. C.Veenhof laat Ab van Langevelde zien hoe er ook binnen de GKv twee soorten gereformeerden waren: de mensen van de doorgaande reformatie en zij die dat niet ‘zagen’. Die waren ‘niet goed gereformeerd’. Veel wat oudere GKv-leden kunnen zich dat ongetwijfeld herinneren. Om in het beeld van de inleiding te blijven: de mensen van de doorgaande reformatie hadden promotie gemaakt op de ladder van de christenheid. Onder verwijzing naar de spreuk rond reformanda. Moet dat?

Gewoon gereformeerd
Deze terugblik is niet volledig: ook Karl Barth heeft de Latijnse spreuk graag gehanteerd, in het kader van zijn theologie. Daar kan ik nu niet op ingaan. Uit onze eigen geschiedenis heb ik drie voorbeelden genoemd: Calvijn, van Lodenstein en de geschiedenis van de GKv. Wat ik daarin waardeer is dat je nooit de status quo van het moment in de kerk tot norm moet verheffen. Dan was de Reformatie nooit tot stand gekomen. En de mensen van het ‘reformanda’ verzetten zich terecht tegen de gezapigheid en gearriveerdheid die ze aantroffen in de kerk van hun tijd. De keuzes die daarbij gemaakt zijn, hebben tegelijk iets onherhaalbaars: we leven in een andere tijd en in een andere samenleving, waarbij de verzuiling geen rol meer speelt.
Als je erover doordenkt, gaat het in feite om een gesprek tussen het laatste stukje van de zinspreuk dat wijst op het woord van God, en de tijd waarin je leeft. Daarin zit de beweging. Maar dat betekent ook dat mijn antwoorden in 2015 niet per definitie beter zijn dan die van mijn grootvader in 1948. Reformanda is geen promotiekans voor christenen, alleen een uiting van het verlangen dicht bij het woord van God te blijven. Nog even terug naar de inleiding: die grote instelling was een overheidsinstelling. En de gemiddelde beleidsambtenaar wil dat gewoon blijven. Maar over vijf – of tien jaar – heeft hij wel andere vragen in zijn portefeuille. Diezelfde dynamiek kent de kerk, als ze in haar eigen tijd vanuit de Bijbel ingaat op de dingen die in de wereld van nu leven. Dat is ‘gewoon gereformeerd’.

Dit artikel is gepubliceerd in de GEREFORMEERDE KERKBODE van Groningen, Fryslan en Drenthe van 20 februari. Voor abonnementen of informatie: Stuur een mail naar kerkbode@scholma.nl

The following two tabs change content below.

Jan Kuiper

Onderzoeker op Praktijkcentrum
Als eindredacteur verantwoordelijk voor artikelen voor werkers in de kerk. Wil hiermee een brug slaan van de bijbel naar de praktijk. Brengt hiervoor zijn ervaring als predikant in en zijn ervaring in projectmanagement. Heeft graag zicht op het grotere geheel. Schrijft het kerkelijk jaaroverzicht voor Handboek Gereformeerde Kerken. Mail of bel (038) 42 555 18